Cole-Elke dag is voor de dief(01)-om.inddEen boek voor Theo Francken

Vlamingen, en zeker rebelse Vlamingen, zijn de vrienden van ‘t Pallieterke. Had Theo Francken gelijk, toen hij op een zot of door bier opgesmukt moment op internet klaagde over het gebrek aan toegevoegde waarde van veel gekleurde immigranten? Daarover is al danig geëmmerd, wij laten dat zo. Wij raden hem, en de talrijke lezers van dit stoute blad, de lectuur aan van “Elke dag voor de dief” van Teju Cole. Dat werk gaat niet over het Afrika van struik en struweel en de gezondheidssafari’s van Artsen zonder Grenzen, en vroeger de missionarissen.

“Elke dag voor de dief” dateert van 2007. Het werd beklijvend vertaald uit het Engels in 2014. Geen oude brol. Schrijver Cole is een Nigeriaan. In 1992 week hij uit naar Amerika. Hij heeft een Amerikaanse moeder (zwart of blank, dat is onduidelijk, maar uit het verhaal is te begrijpen zwart). Met zijn moeder is hij gebrouilleerd. Er is geen contact. Teju Cole bezoekt Lagos en hij logeert bij familie. Hij struint over de boulevards en door de achterbuurten. Van zijn indrukken en beschrijvingen van die grootstad van dat zeer grote land word je niet gelukkig. Hij acteert de dood van een kruimeldief van 11 jaar, die op een kruispunt gepakt wordt en ter plekke, terwijl de politie toekijkt, van de toegestroomde baliekluivers een brandende autoband om zich heen krijgt en brullend crepeert. Cole stapt binnen bij de “yahoo yahoo”, een los netwerk van jonge mensen die mekaar soms naar het leven staan, en die vanuit internetcafés spam-mails, die u zeker reeds heeft ontvangen, over de wereld uitstrooien. Die vooruitbetalingsmaffia – u ontvangt het groot lot mits een klein voorschot op de bankrekening van oplichter X, bekende foefjes – blijft erin lukken duizenden eenvoudigen van geest in het Westen op te lichten.

Tribalisme

De titel van het boek is de vertaling van een spreekwoord van de Yoruba: “Elke dag is voor de dief, één dag is voor de eigenaar.” De Yoruba’s zijn een dominante stam in Nigeria. Wie handenwringend peinst over “ons” racisme, die kan, voor wie het nog niet zou weten – wat straf zou zijn voor iedereen met een grein kennis over de Belgische kolonie Congo en de democratische republiek na de onafhankelijkheid -, veel leren over het tribalisme van de Nigeriaanse stammen, die scheldend, vechtend, stelend en moordend met mekaar omgaan.

De informele economie – tien bananen op een plank in een steeg – voorziet in het levensonderhoud van veel inwoners van Lagos. Maar de corruptie, in de vorm van piraterij of omkoperij, bestendigt het leven van de meeste mensen in de marge. Alle maatregelen om boven de armoedegrens te komen, worden ondermijnd, omdat iedereen kiest voor sluiproutes die niet werken. Vroeger, in de koloniale tijd, lagen de problemen alleen bij het bestuur, noteert Teju Cole. Als je nu in Lagos bent, is het waarschijnlijk je medeburger die je tiranniseert, van wie de moraal is aangetast door jarenlange misère, door een leven aan de rand van de wanhoop. Corruptie is overal. Het meest hartverscheurend is de algehele sfeer van lijdzaamheid, van radeloosheid. Hij ga niet terug naar Lagos verhuizen, besluit Teju Cole, “geen denken aan”. Inderdaad, zijn boek is geen brochure van de VVV Lagos, en dat de wrakke schuiten op de Middellandse Zee vol zitten met zwarte gelukzoekers is menselijk. Zolang corrupte klieken hun “baasskap” – mag dat mooie Afrikanerwoord? – botvieren rond de Evenaar, droogt de stroom niet op en zullen nog mensen af en toe hun gevoelens ventileren over de problemen die daardoor hier ontstaan.

Jan Rabbijn


Titel: “Elke dag is voor de dief”
Auteur: Teju Cole
Uitgeverij: De Bezige Bij
Bladzijden: 172
ISBN 9 786023 4864435