Waar een wil is, is een weg

Selma

John F. Kennedy, Martin Luther King en Malcolm X zijn namen die voorgoed in het collectieve geheugen zitten. De moord op dat drietal geeft nog steeds aanleiding tot controverses. Over Kennedy zijn al een aantal films gedraaid, en zelfs Malcolm X kreeg zijn filmbiografie maar voor King moesten we wachten op “Selma” van Ava du Vernay.

“Selma” is nochtans geen biografie. De film concentreert zich op een episode uit het leven van King, namelijk de protestmarsen die hij in 1965 organiseerde, van Selma naar Montgomery, in de staat Alabama, om druk te zetten op president Lyndon Johnson, om eindelijk werk te maken van een wet die gelijkberechtiging van de zwarten in het stemlokaal verplichtte. Wat ook gebeurde.

Dat de makers besloten niet echt een biografische film te maken, is een wijze beslissing gebleken. In plaats van het turbulente leven van King in een paar uur samen te persen – en noodzakelijk fragmentarisch te blijven – krijg je nu een King te zien (schitterend vertolkt door David Oyelowo) die zijn doelstellingen, zijn burgerrechtenorganisatie en het thema van de onderdrukking en achteruitstelling van de zwarten in Amerika (ik ga de term “Afro-Americans” niet gebruiken) en de tegenstand die daarbij moet overwonnen worden, hun volle gewicht geeft. Je ziet geen icoon aan het werk, noch de Nobelprijswinnaar die met zijn “I have a dream”-toespraak in Washington Amerika en de wereld begeesterde. Wat je ziet, is een man die zich wil inzetten om de onrechtvaardigheden tegenover zwarten te bestrijden en die, omdat hij de gave van het woord heeft, verkozen is om de “Civil Rights Movement” te leiden. Een man die zijn twijfels en onzekerheden heeft, zijn zwakheden, die leert van zijn mislukkingen, maar ook vastberaden is de confrontatie met de ronduit racistische gouverneur van Alabama, George Wallace (Tim Roth), en diens politiedienst niet uit de weg gaat. Een man die met de media weet om te gaan.

Regisseuse Ava du Vernay tekent een mens van vlees en bloed, die zelfs doorheen zijn zwakheden een charismatische figuur blijft. Opmerkelijk, ze besteedt de nodige aandacht aan de vrouwen die nooit op de voorgrond kwamen maar geen onbelangrijke rol speelden in het leven van King en van de strijd om fundamentele mensenrechten.

De VS mogen dan een zwarte president hebben, recente gebeurtenissen maken duidelijk dat alles nog niet koek en ei is, als het op de rechten van zwarten en andere minderheden aankomt. Zeker in de zuidelijke staten. Waardoor “Selma” actualiteitswaarde heeft.

K.T.


Rijke hooligans

The Riot Club

“The Riot Club” is geen film om lang bij stil te staan. Waarom ik dat toch even doe, heeft meer te maken met het onderwerp – de Engelse elitescholen – dan met de manier waarop regisseuse Lone Scherfig dat in beeld brengt.

Er is al veel geschreven over Engeland waar het klassensysteem niet openlijk wordt getolereerd maar wel bestaat, en over de elitescholen waar de “upper class” haar zonen naartoe stuurt, met de bedoeling dat ze daar worden klaargestoomd voor leidende functies of minstens om het familiefortuin op een fatsoenlijke – lees, winstgevende – manier te beheren. Er zijn films over gemaakt en “The Riot Club” voegt daar niet zoveel aan toe, maar het is confronterend om te beseffen dat wat je ziet zich nu afspeelt en niet in lang vervlogen tijden.

Plaats van handeling is de Universiteit van Oxford, meer specifiek een exclusief studentengenootschap, “The Riot Club”, waar rijkeluiszoontjes of erfgenamen met ronkende adellijke titels verzamelen blazen. Er zijn ongetwijfeld “gewone” briljante studenten, maar die komen er niet in. De leden organiseren chique etentjes met bijhorend wangedrag dat niet onderdoet voor het eerste het beste “feestje” van neonazi’s. Wanneer één van die bijeenkomsten echt uit de hand loopt, komt er een onderzoek en worden de clubleden voor hun verantwoordelijkheid gesteld.

Niet dat er veel zal veranderen. De vaders weten maar al te goed wat hun zonen uitspoken; ze hebben het zelf meegemaakt. Het behoort allemaal tot de “tradities” – die zijn heilig in Engeland – en bovendien, het komt later wel goed. Zie maar naar de flamboyante burgemeester van Londen, Boris Johnson, en eerste minister David Cameron. Beiden waren ooit lid van de Bullingdon Club, waar “The Riot Club” op geïnspireerd is. Wat al die Britse premiers – van Churchill tot Tatcher – in Europa uitspookten, en wat Cameron vandaag uitspookt, is in wezen terug te brengen tot het beschermen van alles wat te maken heeft met “good old Britain”, zeker als je nog eens zou durven raken aan “the City”, het meest corrupte en meedogenloze financiële hart van Londen, Great Britain en ja, de hele wereld. Geleid door wie, denk je? Daar vind je de minachting voor de gewone mens, die als een leidraad doorheen “The Riot Club” loopt.

Bovenstaande paragraaf bevat wat losse gedachten na het bekijken van de film van Lone Scherfig. Mooi dat een film je aan het denken zet. Alleen zou je wensen dat Scherfig haar “boodschap” wat subtieler had gebracht, want zoals zij de stormram hanteert, blijft er niet veel ruimte voor inzicht en interpretatie.

K.T.