Alzheimer slaat toe

Still Alice

Het jaar is amper drie maanden ver en ik heb in deze rubriek al een goed aantal Amerikaanse films lof moeten toezwaaien, terwijl ik in het verleden regelmatig fulmineerde tegen hersenloze popcornfilms die de Hollywoodproductie blijven domineren. Een inhaalbeweging? Niet echt!

Elke studio heeft al jaren een afdeling die zich richt op “speciale” films. Films met onderwerpen of scenario’s die interessant klinken, maar waarvan men vreest dat die het grote publiek niet in de zalen zullen krijgen. Het terrein, zeg maar, van onafhankelijke filmmakers. Waarmee geen superbudgetten gemoeid zijn. En die in de jaren tachtig en negentig van vorige eeuw, met hulp van een aangepaste marketing, ook nog scoorden aan de kassa. En niet te vergeten, op de generiek regelmatig een superster die mogelijkheden zag in een personage en bereid was wat minder zijn bankrekening te spijzen. De Weinstein-broers en hun firma Miramax verdienden er sloten geld mee. Toen Disney hen opkocht, was het hek van de dam. De andere studio’s haastten zich om te vissen in  hetzelfde vaarwater. (De Weinsteins zijn intussen, na een dispuut met Disney, weer opnieuw onafhankelijk.)

Waarom schrijf ik dit? Omdat “Still Alice” een film is die daar helemaal in past. Toen die verleden jaar op het Filmfestival van Toronto in première ging, had die niet eens een Amerikaanse verdeler. Volledig onafhankelijk gefinancierd, voor een fractie van wat een superproductie tegenwoordig kost, maar wel met een Hollywoodster in de hoofdrol (Julliane Moore, die voor een salaris van twee keer niks werkte), kreeg de film zoveel bijval dat Sony Pictures Classics besloot “Still Alice” te kopen, een succesvolle campagne voerde in de Oscarrace (Moore won de Oscar voor beste vrouwelijke vertolking) en de film ook nog eens klaarstoomde voor een wereldwijde uitbreng.

Iets dergelijks had “The Loft” van Erik van Looy kunnen overkomen, toen producent Joel Silver de film onder zijn hoede nam en een deal met Warner Bros en een wereldwijde distributie zo goed als rond was. Een nieuw management zag dat niet zitten, en toen Silver bij Universal terechtkwam, waren ze daar ook niet bijster enthousiast. Ze brachten de film uit in de Verenigde Staten – zonder denderend resultaat – maar een internationale uitbreng kon Van Looy vergeten. Ja, vrienden, zo zit de filmwereld nu eenmaal in mekaar.

“Still Alice”, gebaseerd op de bestseller van Lisa Genova, vertelt het verhaal van een professor linguïstiek, Alice Howard (Julliane Moore), die op vroege leeftijd tot de vaststelling komt dat ze aan alzheimer begint te lijden. Langzaamaan voelt ze haar wereld wegzakken. De regisseurs Richard Glatzer (verleden week aan ALS overleden) en Wash Westmoreland – die ook het scenario schreven – weven daar weinig sentiment rond, in de eerste plaats, en vooral, hun film verloopt vanuit het standpunt van Howard. Voor diegenen die ooit van ver of dichtbij met de ziekte van Alzheimer te maken hebben gehad – en wie is dat niet –, is dit bijzonder confronterend. Wat je als familielid voor je ogen ziet gebeuren, krijgt hier een gans andere inhoud.

Het besef dat haar aandoening onomkeerbaar is en almaar erger zal worden, de intellectuele aftakeling, de wetenschap van het leed dat ze haar familie zal aandoen en de wil om zo lang mogelijk contact te hebben met iedereen die haar lief is, krijgt in de sobere vertolking van Moore een aangrijpende dimensie. Je wordt stil bij het zien van de strijd die iemand levert tegen een onzichtbare vijand, die langzaam bezit van die persoon neemt.

PS: van de Vlaamse regisseuse Griet Teck is het uitstekende “Feel My Love” op dvd uitgekomen, een documentaire over mensen die aan dementie lijden, en meteen een ode aan diegenen die hen verzorgen.

K.T.


 

Het verleden achtervolgt je

Phoenix

Als je leest waarover “Phoenix” gaat, denk je, dit kan geen regisseur geloofwaardig maken. Een Joodse vrouw die verminkt uit de Tweede Wereldoorlog komt, na plastische chirurgie terugkeert naar Berlijn en opnieuw kennismaakt met haar vroegere man, die haar niet herkent.

Waarom ze tegen hem niet zegt wie ze is, heeft onder meer te maken met het feit dat ze vermoedt dat hij haar verraden heeft. Maar tegelijk is ze ook verward door haar nieuwe toestand, door de gruwel die ze in een concentratiekamp heeft meegemaakt. Ze weet niet goed hoe ze opnieuw houvast kan vinden. Haar echtgenoot kan haar daarbij helpen, denkt ze. Maar ook hij heeft zijn problemen: zijn schuldgevoelens, en vooral, hij wil het verleden vergeten en een nieuw leven opbouwen.

Het resultaat levert een bevreemdende kijkervaring op. Regisseur Christian Petzold weeft een net van spanning, liefdesdrama, schuld en levenshoop rond zijn personages in de ruïnes van een kapotgeschoten Berlijn. Dat de hoofdpersonages, ondanks hun pogingen, niet aan hun verleden kunnen ontsnappen, is een metafoor voor het collectieve schuldgevoel dat Duitsland zal blijven achtervolgen.

K.T.