“12 in 40”

Op woensdagavond loopt op Canvas de reeks “12 in 40”. Het gaat niet over een dozijn keer raden in veertig seconden voor een prijs aangeboden door een sponsor. De titel verwijst naar twaalf mensen die op prille leeftijd 1940 “live” meemaakten, en nu hun verhaal vertelden. Een oorlogsverhaal dat voor hen met de Duitse inval op 10 mei 1940 begon. De radio verspreidde die ochtend “de ernstige mededeling aan de bevolking dat aanvallen van de Duitse luchtmacht losgebroken waren”. Voor Louis van Nylen, 14 in 1940, was daar niks ernstig aan. Zijn vader lichtte hem van zijn bed met de kreet “het is oorlog”. Er klonk wanhoop in. Louis deelde die niet. Hij was blij, wist hij nog. Waarom? In cinema Plaza had hij net een oorlogsfilm gezien. Hij vond het “heerlijk dat er eindelijk wat te beleven zou zijn”. Of die inschatting vijf jaar lang overeind bleef, is één van de vragen die na acht afleveringen recht op antwoord hebben.

Jozef Vandendriessche, 11 in ’40, groeide op in een gegoed gezin. Zijn vader bezat een radio, toen eerder zeldzaam. Jozef had er Hitler al op horen tekeergaan, maar niet op die ochtend van 10 mei. Op school keek hij in de ogen van “meester” Van Hoof. Die had de reputatie “ongemeen streng” te zijn. Maar niet toen. Jozef zag de man wenen. Dat was hij nooit vergeten. Evenmin als de Duitse soldaat die hij, enkele dagen later, op zijn motor zijn op straat spelend broertje eerst traag zag voorbijrijden en toen stoppen. Hij stapte af, zette “iets” neer voor hun huis en reed weg. Het achtergelaten “iets” was een mooi poppetje van hout. Nog altijd denkt Jozef dat die soldaat, toen hij spelende kinderen zag, mogelijk aan de zijne dacht, en dat liet blijken met het door Jozef nooit vergeten gebaar.

Roger Moens, 10 in ’40, was nooit wereldrecordhouder op de 800 meter geweest, had hij anderhalf uur vroeger op een brug over de Dender gestaan dan op “zijn” eerste oorlogsdag. Hij zag vanuit de verte dat “Stuka’s”, de gevreesde Duitse duikbommenwerpers, de brug bombarderen. Er vielen tientallen doden. Op slag groeven zijn ouders en buren een diepe geul in de wei achter hun huis, gooiden er houten planken op en begroeven die onder een halve meter aarde. Een week na de luchtaanval op de brug, toen de Duitse infanterie Aalst binnentrok, brachten de bouwers van die schuilplaats daar een vol etmaal door, zonder eten of drinken.

De intro van de documentairereeks zei “dat we als kijkers zeventig jaar later getuigen zijn van de Tweede Wereldoorlog, gezien door kinderogen”. Klinkt een tikje overdreven, omdat twaalf paar kinderogen alle gruwel van die oorlog noch konden zien, noch konden bevatten. Maar dat kleine deel dat hen is bijgebleven, is gebundeld in een beklijvend verhaal. Dat volstaat om “12 in 40” niet zomaar aan te raden, maar als een “must” voor iedereen aan te bevelen En zeker voor “senioren” die zich in de verhalen nog min of meer herkennen.

G.G.