“We’re going to Ibiza”

“Er kijken 600.000 mensen naar jullie”, zei Cath Luyten, door schrijvers voor de rubriek “televisie” van de pretgazetten druk gepromote “neostar” aan het BV-firmament. De kijkcijfers spraken haar tegen. Met “Dagelijkse kost” lokte Jeroen Meus die avond, als tiende op de dagranglijst, nog net 510.000 kookfanaten. Van Cath en haar quiz “We’re going to Ibiza” geen spoor op de plaatsen boven Jeroen. Wel ergens een eind onder hem. Ik las in de grootste krant van Vlaanderen dat kennismaken met “de aanstekelijke vrolijkheid van het altijd jonge chiromeisje Cath” weinig anders dan een “must” is. Ook dat “mevrouw Frank Raes, die haar grote presentatiedebuut beleeft, de ideale leidster is die met grote dankbaarheid en onstuitbaar enthousiasme fijne pogingen onderneemt om aanstaande koppels uit elkaar te spelen”. Moeilijk mis te verstaan proza van een bewonderaar aan een door hem bewonderde. Of is het iets meer? Frank Raes zou er wat kunnen van denken. Hij kijkt maar beter uit zijn doppen.

Die ode aan Cath belet niet dat haar werkdagenquizje een duik van ruim 700.000 kijkers – voor de pilootaflevering – naar amper 500.000 maakte. Niet echt een prestatie die het geloof in het vakmanschap van de odeschrijver opkrikt. Minder dweperig gesteld, is Cath niet beter of slechter dan andere quizmasters die, verplicht prioritair, focussen op het eeuwige “het is lachen geblazen”. Iedereen met een ons hersens weet dat in het beste geval het aandeel “fake” ruim negentig procent bedraagt tegenover tien procent “spontaan lachen”. Het bevordert de toch al geringe waarde van amusementsprogramma’s niet. Evenmin als het eeuwige opdraven van BV’s om quizkandidaten “bijstand te verlenen”. Aan beide ingrediënten van dat tot op de draad versleten “ons kent ons” geen gebrek in “We’re going to Ibiza”.

Om het “déjà vu”-gevoel enigszins te ontkrachten, is er ook een koppel waarvan een “partner” einde de quiz al dan niet naar Ibiza mag om daar vier dagen vrijgezel te spelen, volgens op dat eiland voor randdebielen geldende normen. “Het is hem gegund”, stamelde Tina, die ik het onderspit zag delven voor Brecht, haar “toekomstige”. Haar blikken stonden haaks op haar woorden, maar daar had Brecht gen boodschap aan. Moet kunnen, voor kenners van quizzen als “Ibiza”, met een zeker moraliteitsniveau, in tijden dat meer van partner dan van hemd wordt gewisseld. Het duurt vijf vragenronden en een finale voor de winnaar (m/v) van een vrijgezellenfuif gekend is. Geen ronden vol alleen vragen; quizmaster Cath en haar kandidaten leuteren en lachen de helft van de eerste ronde vol, voor nader kennismaken met de kijkers. In de overige helft doen de “bijstand” verlenende BV’s hetzelfde, zij het voor nader kennismaken met de jongste nieuwtjes rond het eigen persoontje.

Voor zijn amper verborgen liefdesverklaring aan Cath vroeg haar bewonderaar zich af of haar quiz een aanslag op het kijkersgeduld pleegde vanwege te veel ondraaglijke lichtheid, of de ideale vijftig minuten kijkgenot bracht voor het slapengaan. Ik concludeer dat een eerste keer kijken haalbaar is, een twee keer kijken een uitdaging, en een derde keer een verzoeking. Ik houd het bij de eerste keer, omdat ik niet happig ben op uitdagingen, laat staan verzoekingen.

G.G.