Emiel Goelen (1946 – 2015)

Vorige week blokletterden de kranten “Tv-presentator Emiel Goelen overleden”. Daarmee werd zijn naam herleid tot een klein stukje van zijn werk: de autocue lezen. In werkelijkheid was hij producer en journalist en eindredacteur bij de VRT, dienst Vorming: exact hetzelfde wat uw dienaar twee bureaus verder deed.

Van alle markten thuis

Miel (hij had niet graag dat we hem zo noemden) was de zoon van een Vlaamse vader en een Servische moeder; allebei door de Duitsers “nach der Heimat” gesleept om er te werken. Zijn vroege jeugd werd getekend door een grote moedervlek op zijn wang. Ik weet van oud-leerlingen van de Mechelse RMS dat hij – met de wreedheid kinderen eigen – verschrikkelijk gepest werd. Om aan zijn pesters te ontsnappen, trok hij naar het Atheneum van Keerbergen, en niet naar dat van Mechelen. Dat kindertrauma heeft hij volgens mij lang met zich meegedragen. Het onderwerp was taboe. Onze hoofdregiesecretaresse, die één keer een allusie maakte op onvoldoende maquillage, werd bijna in twee gebeten. Hij was een goede leerling, maar had geen idee wat hij met zijn leven wou doen. Eén leraar raadde hem tolkenschool aan, dus deed hij dat maar. Het was een gouden greep. Emiel Goelen was een talenwonder, die accentloos alle grote westerse talen sprak (met Servisch-Kroatisch als toemaatje). Indien een leraar iets anders had aanbevolen, zou hij een succesvol advocaat of ingenieur geweest zijn, want hij was van alle markten thuis. Hij begon te werken bij de toenmalige EEG, maar hij was gefascineerd door radio en televisie en stelde zijn kandidatuur als los medewerker. Vlug deed het gerucht de ronde dat hier een duizendpoot was, die je met alle klusjes kon opzadelen. De coördinatie verzorgen van de berichtgeving over de Apollo-vluchten bij de dienst Wetenschappen, evengoed als inspringen bij Radio 3 voor een klassiek concert. Zijn goede uitspraak en aangename radiofonische stem waren extra hulpmiddelen. Tezelfdertijd werd verteld dat hij een zacht eitje was dat gemakkelijk te intimideren viel. Sommige haaien bij de omroep maakten daar duchtig misbruik van.

De tv-producer

Emiel nam einde 1976 weerwraak. Hij bereidde zich meer dan een jaar voor, met kranten en boeken, om te slagen in onze zeven examens tv-producer. Sommige hooggeleerde dames en heren keken op hem neer, deden weinig moeite en zakten met klank, maar Miel slaagde wel. Hij was inderdaad geen intellectueel, maar dat was één van zijn sterke punten. Je moest hem niet lastigvallen met literatuur, kunst, filosofie of wereldpolitiek. Wat werd er in en buiten de omroep (vooral in ranzige bladen als Humo en De Morgen) gelachen met de onderwerpen in zijn “Steek-er-wat-van-op-Show”, of “Op de koop toe”. De Vlaamse televisiekijker herkende zich echter in zijn vragen en onderwerpen. Dat zijn kijkcijfers stand hielden onder de storm in 1989 van VTM, werd hem zelfs ten kwade geduid. Nog een sterk punt was zijn veelzijdige interesse voor het medium. Hij discussieerde met de beste regisseurs en technici over camerastandpunten, decorbouw, montagefoefjes, enzovoort. Ik zei altijd dat hij meer van het technische aspect van het vak vergeten was dan ik er ooit zou van kennen. En werken deed hij. Hij produceerde honderden programma’s waarbij hij niet voor de camera verscheen: cursussen Duits, Engels, Frans, automechanica, programma’s derde leeftijd, alle mogelijke ziektes en ook servitudes die de politiek bevorderde hiërarchie in zijn nek draaide. Goelen zou het wel doen, want kwade honden zoals uw dienaar werden met rust gelaten. Geregeld liep die zachtmoedige man met zijn kop tegen een muur. Bij “Bonjour la France” probeerde men een hoogleraar Frans (UIA) te vervangen door … kameraad Liesbeth Walkiers. Een programma over aerobics werd hem onmogelijk gemaakt, omdat hij de ongeschikte dochter van een rode topambtenaar niet op het scherm losliet. Goelen probeerde voortdurend ruzies en conflicten te vermijden, maar dat lukte niet. De televisie trekt nu eenmaal veel dikke nekken en betweters aan. Dus kwam hij ongewild al eens in het oog van een storm terecht. Hij joeg de vakbonden tegen zich in het harnas omdat hij niet mee staakte, want hij wou de kijkers een week later niet vertellen dat ze een half afgewerkt programma kregen omdat hij geen nieuwe studiotijd kon boeken. Toen hij met “Op de koop toe” begon, had hij de eerste keuze tussen de medewerkers van de dienst. Mensen met wie hij ooit woorden had, schonk hij me graag en hij verkoos een nieuw team. Het werd zijn ondergang.

Consu-minderen, niet consu-meren

Nieuw aangeworven vleiers leerden vlug zijn zwakke plek kennen. Na een tijdje ontpopten verscheidenen zich tot brutale profiteurs die op de poot speelden omdat X naar Cyprus mocht en zij maar naar Frankrijk; dat Y waterbedden testte en Z alleen mayonaisepotten. Ten slotte besloot een coalitie van profiteurs en een pseudolinkse troela (“we moeten consu-minderen en niet consu-meren”) hem ten val te brengen en het roer over te nemen. Andere medewerkers staken de kop in het zand. Alleen Chris en Louis steunden de man aan wie ze allemaal zoveel te danken hadden. Het manoeuvre liep faliekant af, want “Op de koop toe” werd opgedoekt. Goelen moest met een C4 naar het arbeidsbureau in Leuven. Eén van onze buurmannen (we woonden in dezelfde buurt) is gelukkig een bekwaam media-advocaat en de Raad van State maakte gehakt van het ontslag. Maar al dat procederen kostte Goelen een klein fortuin. Gedelegeerd bestuurder De Graeve nam zijn verlies; hij verklaarde zich akkoord Goelen tot zijn pensioen verder te betalen tegen 70 procent van zijn salaris en hij gaf hem de toestemming om het even waar een nieuwe loopbaan te beginnen. De held De Graeve liet wel in de dading opnemen dat Goelen hem nooit persoonlijk zou verantwoordelijk stellen voor de ellende die hij als grote baas veroorzaakt had. Dus begon Emiel Goelen aan een nieuwe carrière bij De Persgroep, als redacteur en eindredacteur. Hij geloofde na een tijdje zijn ogen niet. In dat wereldje liepen nog grotere haaien rond, zoals Christian van Thillo en Guido van Liefferinge. Dolken in de rug en vergif behoorden tot het dagelijkse alaam. Na een aantal jaren had hij er genoeg van. Zo ontdekte ik een verborgen eigenschap. Hij was een handige Harry, die gul en gratis bij vrienden en kennissen de moeilijkste klussen opknapte. Er is geen lamp in mijn woning die hij niet heeft opgehangen, geen kast die hij niet in elkaar heeft getimmerd. En hij sleepte mijn vrouw en mij mee naar Andalusië, of naar de tempels van de Nijl. In ruil bakte ik hem een ongewilde poets. In dit blad werd hij indertijd een linkse pornograaf genoemd wegens zijn aidsprogramma’s. Ik vertelde een prominente medewerker van ’t Pallieterke dat Goelen in wezen Vlaamsgezind, keurig en conservatief was en niet opgezet met de multikul. Een paar dagen later kreeg hij een telefoontje van Gerolf Annemans. Goelen vertegenwoordigde de partij in de commissie Overheidscommunicatie en hij dacht een ogenblik aan een politieke loopbaan. Maar bij de vuurproef (gemeenteraadsverkiezingen in 2006) deinsde hij terug. Iemand die hem zeer nauw aan het hart lag, hoopte op een baan bij een belgicistisch bedrijf en Goelen trok zich met een smoes uit het VB terug. Zes jaar geleden zei hij bij een bezoek dat zijn been zo raar trilde. Een Mechels neuroloog diagnoseerde ALS. Emiel consulteerde specialisten die dat tegenspraken, begon aan een calvarie van professorsbezoeken en therapieën, maar uiteindelijk had dat Mechels provinciaaltje wel degelijk gelijk. Zijn kennissen kregen het verbod iets verder te vertellen, want hij wilde niet dat men zich hem als een wrak herinnerde. Hier houd ik het maar bij, want de laatste jaren waren voor hem en Sonja een verschrikking. Requiescat. Requiescat.

Jan Neckers