Mijn bibliotheken

Barbaren! Dat was mijn eerste reactie op de mededeling dat gemeentebesturen vanaf 2018 niet meer verplicht zijn Vlaamse subsidies te besteden aan een bibliotheek. Cultuurgeld mag naar andere initiatieven. De kracht van verandering dus. Het schurftige Nederlands van veel Vlaamse burgemeesters en schepenen bewijst hun intellectuele niveau en ze zullen met plezier geld uitgeven aan lokale cultuuruitingen; mosselkermissen of ieder weekend milieuvervuilend gebonk voor onopgevoede jongeren. Met een bibliotheek ronsel je geen kiezers, tenzij deze jongen, die al zijn hele leven bib in en bib uit loopt.

De verhuurbibliotheekjes versus de openbare bibliotheek

Mijn eerste bibje dateert uit de tijd dat er in Mechelen nog private verhuurbibliotheken bestonden: 1 frank per boek per week. Ze concurreerden zwaar met de openbare gemeentebibliotheek, ondanks de ruimhartige subsidies van het socialistisch gemeentebestuur aan de officiële bib. De openbare bibliotheek moest in de eerste plaats “de werkmensch” opvoeden en hem of haar leren “hinauf” lezen. De Mechelse hoofdbibliothecaris was fanatiek rood, maar ook fanatiek bekwaam. Hij schreef in ieder catalogusje (zo’n dingen bestonden nog) met nieuwe aanwinsten dat er geen plaats was voor snertlectuur in zijn bib, zoals de boeken van de immens populaire Hedwige Courts-Mahler. Ook volksromans werden bij zijn aantreden in de haard gegooid. In de gemeentebibliotheek bestond nog het vooroorlogse systeem van gesloten kast. Bezoekers mochten niet tussen de boekenrekken lopen. Ze overhandigden netjes een lijstje met veel catalogusnummertjes. En dan was het maar afwachten wat het de bediende beliefde te geven. Iedereen klaagde altijd dat de bedienden extra hun best deden voor de notabelen. Het klopte nog ook, bleek achteraf. De openbare bibliotheek was wel bijzonder rijk aan goede boeken maar niet aan lezers, want dat aantal steeg niet in verhouding tot de zware subsidiering. De verhuurbibliotheekjes profiteerden van de bibbureaucratie. Het was geen toeval dat ons lievelingszaakje beheerd werd door een gewezen collaborateur, die met zo’n bibje zijn leven weer op de rails zette en er ook nog tabak verkocht om rond te komen. Maar bij Vanix in de Adeghemstraat was wel een openkastsysteem waar je zelf kon snuisteren. Daar stonden de boeken van Courts-Mahler voor de dames en van Edward Multon, Mickey Spillane en Max Brand voor de heren. Ik was nog maar tien jaar toen mijn vader me al volmacht gaf om zijn boeken uit te zoeken die ik voortaan ook heimelijk las. Dat huurbibliotheekje had wel concurrentie van de zeven kleine katholieke bibliotheekjes in de stad, ook open kast, maar “gewaagde” titels kwamen er niet binnen.

De katholieke bibliotheek

Eén bibliotheek volstond niet voor een leesgierig kind. De gemeentebib bezat een schitterende jeugdafdeling; aanvankelijk ook volgens het gesloten kastsysteem, maar met een paar lieve dames en geen nukkige bedienden zoals bij de volwassenen. Jaren voor de hoofdbibliotheek kreeg de jeugd een eigen bibwoning, met een openkastsysteem. Ik heb er als gek boeken ontleend, want diezelfde rode hoofdbibliothecaris kocht ieder goed Nederlands jeugdboek, zoals de producten van uitgeverij De Zeeuw met spannende historische verhalen over de Opstand. Daar heb ik eerst begrepen wat een ramp de scheiding der Nederlanden was. Ook die jeugdbib had relatief weinig lezertjes, want de katholieke scholen in de stad zagen niet graag hun leerlingen die betere producten uit het Noorden lezen. Ons verhuurbibliotheekje sloot de deuren. Dus verkaste mijn vader naar een katholieke bib in de Onze-Lieve-Vrouwstraat, met weer een volmacht voor mij. Openkastsysteem en rekken in volgorde van de katholieke moraal. “Dat hebben wij hier niet en dat zullen we hier nooit hebben”, werd mij toegesnauwd, toen ik de toenmalige populaire Dokter Vlimmen-reeks niet vond. Twee vriendinnetjes van zestien kregen op hun donder toen ze onbewust kletsten in de gang met romans voor volwassenen: “Meisjes, hier mogen jullie niet staan.” De katholieke bib overleefde dankzij strips: brave verhalen als Suske en Wiske, Bessy, Piet Pienter en zo meer. Maar wel op een moment dat beeldverhalen nog vergif waren in de openbare bibliotheken. Geen twee bibs zonder drie. Het Atheneum had een schitterende schoolbib, want in die tijd waren de officiële scholen rijk en de leerlingen arm – nu is dat omgekeerd. De leraar moraal was ook de bibliothecaris en met genoegen werd de zedelijke quotering volledig genegeerd. We lazen op ons zestiende boeken  waar studenten in het laatste jaar van de KU Leuven nog toestemming voor vroegen.

De grote openbare bibliotheek

En toen veranderde het hele bibliotheeklandschap. Mechelen was de eerste openbare bibliotheek met een discotheek (5 frank per plaat per week) en ik sleepte alles mee dat tenor, sopraan of bariton heette. De openbare bib brandde af in 1962. Een noodbibliotheek had hulp nodig en ik werkte er heel de vakantie, leerde de nu minder nurkse bedienden kennen en één onder hen werd mijn beste vriend. De Mechelse politieke zwaargewichten Spinoy en De Saeger gooiden geld tegen de nieuwe bib aan en in 1964 opende zij in een vernieuwd gebouw; eindelijk met een openkastsysteem, waardoor het meteen duidelijk werd hoe rijk de bib was. Dat was – veel meer dan het latere bibliotheekdecreet van Rika de Backer – de echte ondergang van onze katholieke bibliotheekjes. Ze konden niet concurreren met de permanente stroom aan nieuwe boeken en platen in de gemeentebib. De jongere lezers waren beter opgeleid en aanvaardden niet langer de soms idiote katholieke censuur. Mijn volgende bib was de slechtste die ik ooit kende: de koninklijke bibliotheek aan de Brusselse Kunstberg, toen ik naar de universiteit trok. Zure bedienden (veel – sorry – Zuid-Oost-Vlamingen of eentalige Walen) die het vertikten een inlichting te geven; te weinig plaatsen in de leeszaal want je moest op voorhand een plaatsje boeken en dan kon je rustig een paar uur door de stad slenteren vooraleer je het gevraagde kreeg. Je zag soms een bijna lege leeszaal waar toch geen plaats meer was. We protesteerden woedend bij hoofdbibliothecaris Herman Liebaers, één van onze docenten aan de VUB, maar hij droomde waarschijnlijk al van het koninklijk paleis waar de latere groothofmaarschalk niet meer welkom was na een uitspraak over de intelligentie van de huidige koning. En dan was er de uitstekende VRT-bibliotheek; wel gesloten kasten, maar goed gestoffeerd. Barbaar De Graeve vond, na zijn komst, dat het omroeppersoneel voldoende had aan een pc. Hij liet de omroepbibliotheek buitengooien, want sinds wanneer lezen programmamakers nu ook al boeken?

Sindsdien beperk ik me tot twee bibliotheken. Ik ben nog altijd lid van de uitstekende Mechelse bibliotheek, ondanks een politiekcorrecte hoofdbibliothecaresse, die in een Nederlands vakblad onbeschaamd verklaarde welk groot gevaar stad en bibliotheek liepen door het Vlaams Belang, al werd ze betaald door die VB-kiezers. Ze aanvaardde wel graag een tentoonstelling over de Arabische wereld die één leugen was over het agressieve mohammedanisme. Ten slotte is er de goede bibliotheek van Keerbergen; juist vernieuwd met een groot aanbod boeken, dvd’s, cd’s, enzovoort. Vriendelijk personeel en een bibliothecaresse die graag een praatje maakt over haar bib. Maar hier staat de beschaving ook op de helling. Op korte tijd is het budget voor aankopen tot de helft gereduceerd. Het nationaal biografisch woordenboek werd verkocht voor 1 euro per deel, want geen geld meer voor de nieuwe delen. In Keerbergen ligt bij de tijdschriften geen ’t Pallieterke. Houden zo. In de leeszaal in Mechelen wordt geregeld bijna gevochten om dit blad te lezen, want 1,95 euro per week is blijkbaar te duur voor de vele geïnteresseerden.

Jan Neckers