Napoleon: van bloedige imperialist tot links idool

Napoleon: van bloedige imperialist tot links idool

Gepromoot artikel formaat fb (Medium)Bewonderaars van de dictatuur: De Morgen en… Doorbraak

Bien étonnés de se trouver ensemble. Bij De Morgen kan je je aan alles verwachten en dus ook aan een lofzang over een schurk als Bonaparte. Als een Vlaamsgezinde webstek als Doorbraak hetzelfde melodietje zingt, moet je eens diep zuchten.

Na de “partaai” tijd voor Bonaparte

Al een hele tijd wordt de zondagavond op de radio geteisterd door de prietpraat van Johan op de Beeck over Bonaparte. De man heeft een mislukte medialoopbaan achter zich, maar de “partaai” laat haar lakeien niet in de steek. Hij is de zoon van journalist-socialist (dat bestond echt) Ward op de Beeck. Junior begon bij de televisie en hij las bijzonder goed de autocue af. Oud-medewerker van dit blad en initiator van VTM Jan Merckx maakte de grote fout te denken dat iemand die keurig teksten voorleest een goed journalist is. Hij vroeg Op de Beeck om de nieuwsdienst van de nieuwe commerciële zender te leiden. Die ging nederig de toestemming van de baas vragen. Neen, niet Karel Hemmerechts. Niet Cas Goossens. Carla Galle van de SP. Die ging akkoord en vervolgens vroeg Op de Beeck een zodanig hoog salaris dat Merckx afhaakte.

Daar hij geld geroken had, was Op de Beeck niet meer af te stoppen. Hij nam ontslag, richtte een productiefirma op en vroeg geld aan de VRT voor flutvoorstellen. We hebben nog met producers en journalisten bij de raad van bestuur geprotesteerd, omdat kameraad Op de Beeck miljoenen kreeg op basis van een half A4’tje. Een groot succes werd dat bedrijf niet, maar de partij zorgt voor haar knechten. De Mechelaar Op de Beeck werd hoofdredacteur van TV Limburg zonder dat hij een binding had met de enige Vlaamse provincie met een eigen identiteit. Lang duurde dat niet. Na wat overstappen arriveerde hij weer bij de VRT, als netmanager Canvas (2003-2005). Dat werd een zodanige sof dat hij zelfs in de huidige kameradenburcht gewogen en te licht bevonden werd. De man zocht verder en vond… Bonaparte. Van geschiedenis kent hij niets, maar je kan makkelijk een hele school volstoppen met boeken over de Corsicaan, ze plunderen en zelf een Bonaparte uitvinden. Op de Beeck werd dus bonapartist en leutert erop los. Hij is de manipulaties uit zijn journalistentijd nog niet vergeten. Natuurlijk kan hij niet onder de bloedige bladzijden uit, maar als we hem mogen geloven, heeft de Corsicaanse rovershoofdman ook veel goeds gedaan. Zijn laatste hoofdvogel schoot Op de Beeck met een opiniestuk in De Morgen, getiteld: “De leeuw van Waterloo verbeeldt iets wat wij niet horen te vieren.” Ere wie ere toekomt, de lezers van De Morgen maakten brandhout van de stelling van Op de Beeck dat het jammer is dat de massamoordenaar in Waterloo zijn… Waterloo vond. Een paar dagen later kreeg Op de Beeck echter steun van Doorbraak. Een zekere Walraeve poneerde: “Waterloo hoort niet thuis op een euromunt.” Niet de eerste keer dat deze radicaal Vlaamse webstek de mist ingaat om wat modieuze progressieve wind te laten horen. Ene Clijsters herhaalde er indertijd de nonsens dat Daniel Buyle bij de VRT moest opstappen omdat hij aan Wilfried Martens een kritische vraag had gesteld. Clijsters heeft nooit één zin van het tuchtdossier-Buyle gelezen, want dan kende hij de professionele fouten die de huidige griffier van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, een sp.a’er, maakte.

Franse obsessie met de Nederlanden

Ik zal mild zijn en de heren Op de Beeck en Walraeve naïef noemen met hun begrip voor de reactie van de Franse minkukel Hollande, die de intrekking van de Waterloomunt eiste. Aan zijn werkelijke redenen gaan ze voorbij. Frankrijk heeft nooit verteerd dat het het graafschap Vlaanderen is kwijtgespeeld en, bij uitbreiding, de rest van de Zuidelijke Nederlanden niet kon inlijven. Dat is honderden jaren lang het doel van de Franse politiek geweest; zeker van de bewonderde Bonaparte. In januari 1814 waren de geallieerden zo oorlogsmoe dat ze ermee akkoord gingen dat Bonaparte de Franse troon mocht houden; zij het binnen de grenzen van 1792. Het Franse antwoord was “non”, want Bonaparte wou de Nederlanden niet opgeven. De geallieerden hadden het begrepen en ze gingen weer in het offensief. Bijna veertig jaar later pleegde neef prins-president Bonaparte III een staatsgreep en de Brusselse krant “La Nation” blokletterde: “C’est l’empire! C’est l’annexation de la Belgique”. Pruisen en het Verenigd Koninkrijk verhinderden de realisering van die Franse droom, die zelfs nog in 1918 bestond. Koning Albert liet zijn soldaten vier jaar lang niet deelnemen aan waanzinnige offensieven maar gaf in september 1918 het bevel om aan te vallen, want hij wilde niet dat Franse soldaten België zouden “bevrijden”. De twee grote kenners geven wel toe dat die Bonaparte-oorlogen slachtoffers gemaakt hebben, maar het juiste aantal noemen ze niet. Drie miljoen; een onvoorstelbaar aantal drama’s in de tijd voor de pré-industriële oorlogen. Maar Bonaparte heeft toch veel goeds gedaan, nietwaar? De Code Napoléon, bijvoorbeeld. Juist, dat is dat stukje progressieve wetgeving dat de getrouwde vrouw even wilsonbekwaam verklaarde als een kind van tien jaar en mijnheer alle rechten gaf over haar lijf, leden en bezittingen en een einde maakte aan het ancien régime, toen een vrouw wel rechten bezat. Ik ken nog lezers van dit blad die meegemaakt hebben dat hun moeder tot armoede veroordeeld werd omdat zij na het overlijden van haar man… op de twaalfde plaats van de erfgenamen stond. Eerst in 1976 zijn de gevolgen van Bonapartes vrouwenwetgeving definitief afgeschaft.

De dictatuur in actie

Nog een Wal-Beeck argument luidt dat de overwinnaars reactionaire régimes waren. De heren hebben blijkbaar nooit de meesterlijke bladzijden gelezen die de grote Nederlandse historicus Jacques Presser in zijn “Napoleon” wijdt aan “De dictatuur in actie”. Een verstikkende censuur, een ridicule personencultus met de voor de gelegenheid ontdekte nieuwe heilige Sint-Napoleon en vooral een keihard politieregime dat overal “mouchards” (politiespionnen) aanstelde. Presser schrijft dat Bonaparte tijdens zijn Europese rooftochten legerverslagen al eens een dagje op zijn bureau liet slingeren, maar nooit ofte nimmer verwaarloosde hij het dagelijkse politierapport dat de criminele politieminister Fouché de dictator dagelijks per ijlbode liet bezorgen, of hij nu in Moskou of in Madrid resideerde. Natuurlijk waren de vorsten die tegen Bonaparte ten strijde trokken harde autoritaire heerschappen, maar de motor van alle verzet was het Verenigd Koninkrijk, waar een parlement en een regering de politiek bepaalden en de koning al grotendeels een symbolische rol had. Links heeft altijd de bizarre gewoonte om dictators uit de eigen rangen goed te praten, met het argument dat er op de lange termijn toch winst is. Neem dan de Scandinavische landen, die nooit het “geluk” kenden door Franse sprinkhanen geplunderd te worden. Zijn die landen iets minder democratisch of “progressief” dan de Nederlanden, of Duitsland? In Duitsland betaalden in 1910 de laatste gemeenten de schulden van de Franse bezetting af. En wat is er meer reactionair (maar passend bij een Corsicaanse roversclan) dan een schurk die landen verovert en ze als buit uitdeelt aan incompetente broers en zussen? En over imperialisme gesproken. Bonaparte verklaarde na zijn terugkeer in 1815 (feitelijk een staatsgreep van ontevreden officieren die op halve soldij waren geplaatst) dat hij vrede wou en de grenzen van 1792 zou respecteren. Wat deed dan dat Franse leger in Waterloo, in plaats van de grenzen te verdedigen in Reims? En wat als Bonaparte had gezegevierd? Daarover later meer.

Jan Neckers


Tags assigned to this article:
2015-13Jan Neckers

Related Articles

De geheimen van Steve Stevaert

Wordt er in de klassieke media in Vlaanderen nog aan echte journalistiek gedaan? Zelden. Een uitzondering was de reeks ‘de geheimen

De black-out na de ‘Pax Electrabel’

Het risico dat belangrijke delen van het land de komende winter zonder stroom vallen, heeft vele oorzaken. Eén ervan wordt

Gas! Ieper 1915: de eerste gasaanval

22 april 1915: de eerste grote gasaanval In hun boek met de uiterst korte maar veelzeggende titel ‘Gas!’ beschrijft het