Oók 100 jaar geleden: Elisabeth Eybers

Ze werd geboren op 26 februari 1915 in het Zuid-Afrikaanse Klerksdorp (West-Transvaal) als dochtertje van een dominee. Eens de kinderschoenen ontgroeid, ging Elisabeth aan de Afrikaner universiteit van de Witwatersrand bij Johannesburg letterkunde studeren, waarna ze haar weg zocht in de journalistiek en tussendoor trouwde met de bekende zakenman Albert J.J. Wessels, van wie ze in 1961 scheidde. Of het met de huwelijksproblemen te maken had of met de door Dr. Hendrik Verwoerd gevoerde apartheidspolitiek, laat ik stilletjes in het midden, maar nog datzelfde jaar belandt zij in Amsterdam en daar is ze blijven wonen tot aan haar dood, op 92-jarige leeftijd, in 2007. Na een wel zeer vruchtbaar letterkundig leven (haar journalistieke bedrijvigheid had ze niet bijster lang volgehouden), mocht zij zich als dichteres bijzonder geslaagd noemen. In haar geboorteland, Zuid-Afrika, mocht ze twee keer de hoogste letterkundige onderscheiding in ontvangst nemen: de Hertzogprijs. Ook in haar nieuwe vaderland bleef haar poëzie niet onopgemerkt, want in 1978 ontving ze de prestigieuze Constantijn Huygensprijs en in 1991 was ze laureate van de P.C. Hooftprijs.

Drie jaar na haar geboorte zag in Vlaanderen Cyriel Coupé het licht, die bekend zou worden als Anton van Wilderode. Niet onbelangrijk, want samen met deze Vlaamsgezinde dichter heeft de Afrikaner dichteres de bundel “Tweegelui” uitgegeven, een geslaagde mengeling van twee kunstenaars die, naar het woord van Rudolf van de Perre, algemeen menselijke thema’s behandelen in een klassieke vorm.

Beide dichters verstonden de kunst om te spelen met de taal die hun als moedertaal was meegegeven. Mij trof in die bundel de speelsheid waarmee Elisabeth Eybers de kerkelijke functie van haar vader weet te relativeren, in dit gedicht:

Diminuendo

In daardie oase, ruimskoots toegerus,
die brok Europa diep in Afrika,
was ek vanaf my kinderdae bewus
van die begripuitbreidende bo-aardse
waarvan my vader ’n funksionaris was.

God en wat nà die dood kom was sy vak,
aanvanklik was ek daarmee op my gemak.
Dog hy, ’n man van pinsame gebare
was soos ’n herder op sy kudde pas,
het oor sy vroom beroep van al die jare
op later leeftyd skaars ’n woord gepraat.
Het die hiernamaals hom teleurgestel?
Toe hy aanland dààr waar hy sou kon vertel
was dit vir mededeling juis te laat.

Is het toeval dat Van Wilderode en Eybers in één Tweegelui zijn uitgegeven? Zuid-Afrika was voor “onze” Van Wilderode geen onbekend land. Bij de inwijding van het indrukwekkende Taalmonument by Paarl behoorde hij tot de vooraanstaanden, en hij maakte daarover volgend gedicht:

Taalfeest Paarl 10 oktober 1975

De dag die groot was is voorbij. Wij rijden
nog nàgenietend naar de verre stad;
het zachte donker is een huis van zijde
waarboven sterren glinsteren en verglijden
gelijk saffieren op een reuzerad.

De witte taalzuil op de berg blijft achter
maar staat voorgoed in mijn herinnering:
granieten kogel, geestelijke wachter
die voor de stoet der komende geslachten
het teken wordt van de bevestiging.

De teerste lente die ik mocht beleven
waait met een adem van doorgeurde wind
mij Boland toe, zo schielijk liefgekregen.

De witte lichtjes van de stad bewegen
en heel de hemel is ons goedgezind.

H.v.O.


Tags assigned to this article:
2015-10Cultuur

Related Articles

De Bondsrepubliek Duitsland is onwettelijk

Een gestoord en ongevaarlijk groepje dwarsliggers, dat was hun imago. Tot één van hen op 19 oktober in het Beierse

Bei uns in Deutschland

De spionnen van Warschau zijn terug Voor de derde maal op rij genoot ik van de mooie mensen, de operette-uniformen,

Jef Nys, cartoontentoonstelling

Vorige zaterdag vond de officiële opening plaats van de cartoontentoonstelling “Jef Nys, de beginjaren als cartoonist”. Die beginjaren van Jef