Bij gebrek aan…

Door te googelen, weten wij dat Yasmine Kerbache de dochter is van een Belgische moeder en een Algerijnse vader en dat ze tot haar zesde jaar in Algerije woonde. Ze studeerde rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven en de Université libre de Bruxelles.

Ze werd nadien advocate, gespecialiseerd in sociaal recht en intellectueel eigendomsrecht. Kherbache was eerst politiek actief op de kabinetten van de ministers van Frank Vandenbroucke en Ingrid Lieten. Bij het aantreden van Elio di Rupo als eerste minister werd zij kabinetschef, verantwoordelijke voor sociaaleconomische zaken. Eigenlijk was zij een “vondst” van Patrick van “A”, tegenwoordig voetbaldirecteur.

Ze haalde ooit 6.660 voorkeurstemmen bij gemeenteraadsverkiezingen. Dat bracht haar op de stoel van fractievoorzitster bij de socialistische zetelzitters op het Antwerpse stadhuis. Vroeger was dat een functie van niks, maar tegenwoordig wordt die door de media flink opgeblazen, waarschijnlijk omdat ze niks anders kunnen bedenken. Vooral niet in tijden waarin de roodhuiden vechtend over de straatstenen rollen. Kerbache werd helemaal kop van Jut toen ze, als voorzitster van de Antwerpse Socios, ook nog te maken kreeg met de stammentwist rond de Kleine Tobback en diens tegenstrever, de Kleine John Crombez. Yasmine geraakte tussen twee stoelen, tussen hamer en aambeeld, eigenlijk. Ze wilde ontslag nemen uit de hogergenoemde “posten-van-niks”, maar bleef uiteindelijk in arren moede zitten. Ze moest wel, want anders hadden de roodhuiden niemand anders als slachtoffer. Wij hebben innig medelijden met haar.

Pagadder