Documentaires in het land van Ensor

Vlaamse speelfilms scoren de jongste jaren zeer goed. De Vlaamse documentairefilms moeten daarvoor niet onderdoen, maar zijn minder bekend. De jonge bedrijfstakorganisatie FlandersDoc versnelt de kering.

2015-11_09_Praten met Mark Daems (Medium)Confetti en bombast moet je niet verwachten betreffende Vlaamse documentairefilms. Illustratief is de bescheiden behuizing van FlandersDoc, in een voormalige textielfabriek aan de Helmstraat in Borgerhout. Waar machines kletterden, houdt Mark Daems (55), directeur van FlandersDoc, kantoor, naast het audiovisuele bedrijf Associate Directors, waarvan hij één van de drie partners is. Achteraan is er een kunstgalerij, die gehuurd kan worden als evenementenzaal; tot voor kort had het autodeelbedrijf Cambio er zijn hoofdkwartier.

‘t Pallieterke: waarom FlandersDoc?

Mark Daems: “Na een opleiding aan de filmschool RITS heb ik jarenlang gewerkt in de reclamefilm en de opleidingsfilm. (lacht) Toen de tijd was aangebroken voor een Harley Davidson of een minnares, als balsem voor de midlifecrisis, heb ik besloten, nu of nooit, ik wil een documentaire draaien die mijn hart verwarmt. Met een jonge regisseuse startten we, met Associate Directors, de productie van “Nollywood aan de Schelde”, een documentaire over Nigerianen in Antwerpen die in de filmbusiness actief zijn. Weinig mensen weten dat er niet alleen het zeer succesvolle en grote Bollywood in Bombay is, met indrukwekkende fictiefilms, maar dat ook Nollywood bestaat, het Nigeriaanse, wat bescheidener, spiegelbeeld van Bombay. Door mijn eerste documentaire leerde ik het Vlaams Audiovisueel Fonds kennen. Voor ik aan “Nollywood aan de Schelde” begon, kende ik Zweedse en Italiaanse documentairemakers, maar geen Vlaamse confraters. Het VAF werd een eerste stap naar de netwerking onder de Vlamingen in de documentairefilm. Uit die eerste contacten en een werkvergadering met flink wat mondige collega’s groeide FlandersDoc, met als oogmerk de jonge sector een stem en een gezicht te geven. Wij voeren ten voordele van de sector gesprekken met het VAF, met de overheid, met de VRT en de Vlaamse festivals. FlandersDoc is geen gesloten, corporatistisch clubje, wel een instrument om voor documentairemakers een gunstig klimaat te scheppen. Op onze jaarlijkse dag van de professional, Day of the Doc, verzamelen wij zo’n honderd vakmensen en ik schat het aantal actievelingen in deze subsector op minstens honderdvijftig.”

‘t Pallieterke: FlandersDoc sluit aan bij het succes van de Vlaamse fictiefilms…

Mark Daems: “Inderdaad. De Vlaamse fictiefilm was volop bezig aan een steile opgang, in binnenland en buitenland, met titels als Rundskop, Broken Circle Breakdown – allebei met een Oscarnominatie -, Het Vonnis,  Crimi Clowns de movie, Welp, Labyrinthus, enzovoort. In het kielzog van die opbloei is de Vlaamse documentaire ontwaakt. Voor het Vlaams Audiovisueel Fonds, gesticht in 2002, bestond de Filmcommissie, en daar moest je iemand vleien om geld te vangen voor een film. Het VAF is doorzichtig en objectief en verstevigde de volwassenheid van de filmbranche in Vlaanderen. De eerste dossiers van Associate Directors bij het VAF zouden nu waarschijnlijk struikelen, en dus adieu euro’s. Door de hogere normen van het VAF stijgt de kwaliteit. Met alle potjes van het VAF samen, stopt het fonds jaarlijks ongeveer 20 miljoen euro in de productie van films en zowat 1,3 miljoen euro is het deel van de documentaires. Dat is een trend, want door de besparingen van de regering-Bourgeois zal de som waarschijnlijk krimpen. Het VAF brengt jaarlijks ongeveer twaalf documentairefilms tot wasdom.”

‘t Pallieterke: wat zijn de kenmerken van de Vlaamse documentaire branche?

Mark Daems: “Fictiefilm heeft meer glamour, maar de docs slaan nu eveneens die richting in. Het is volwaardige film, met volwaardige regisseurs en producenten en met volwaardige financieringen. De kwaliteit en het aanbod stijgen dus. De nieuwe, jonge lichting producenten en regisseurs is bekwaam en barst van ambitie. Voor documentaires groeit een betere omkadering in de filmscholen. Het RITS heeft een aparte afstudeerrichting voor docfilms. De filmmakers zien mekaar bij evenementen, op festivals, bij premières en er is veel dialoog.”

‘t Pallieterke: wat is de prioriteit voor morgen en voor overmorgen?

Mark Daems (lacht): “Tot twintig jaar geleden was een documentaire in Vlaanderen de film van een nonkel pater met tropenhelm in Afrika. Naast FlandersDoc is er vandaag DocPoppies, dat samen met fijne zalen tegelijkertijd een kwalitatieve documentaire vertoont. Wij hadden in november 2014 “Waiting for August”, van Teodora Ana Mihai, en dat was een succes. “Waiting for August” vertelt het verhaal van de zeven kinderen van een Roemeense poetsvrouw in Turijn, die hun mama pas na maanden terugzien, in de zomer. Contact is er langs de telefoon, Skype en pakketten. Teodora, van Roemeense afkomst, is één van vele jonge vrouwen in Vlaanderen die gebeten zijn door documentaires.”

‘t Pallieterke: Vlaamse speelfilms boeken succes op festivals. Wat met de documentaires?

Mark Daems: “Ik bezocht recent een festival in Helsinki. Zes Vlaamse producties en twee Vlaams-Nederlandse coproducties werden getoond. De grootste selectie uit één land, met uitzondering van Finland natuurlijk. De Vlaamse docs bezitten een eigen kraak en smaak. Ik kan daar geen literaire of poëtische omschrijving van geven, maar ik voel intuïtief aan, en dat wordt bevestigd door buitenlandse festivaldirecteurs, dat wij eigenzinnig zijn, menselijker dan veel van wat elders getoond wordt. In zekere mate stemt de Vlaamse documentaire hierin overeen met de Vlaamse fictiefilm. Zoek bij ons niet de grote pamflettistische docfilm over de dood van dolfijnen in een Japanse baai, of een breed panorama met halsbrekende sequenties over het kalifaat van IS. Wij maken meer intieme films, zoals “9999”, dat wij met Associate Directors hebben geproduceerd. In de prent “9999”, daterend van de lente 2014, laat Ellen Vermeulen vijf geïnterneerden in de gevangenis van Merksplas aan het woord. Ellen trok en sleurde drie jaar om het vertrouwen te winnen van de gevangenisdirectie, de gevangenisadministratie en de geïnterneerden. “9999” heeft het debat over het onwaarschijnlijk schandalige lot van de groep geesteszieke gevangenen in België, die letterlijk in een vergeetput zitten, breder en actueler gemaakt. Toen de vraag van Frank van den Bleken om euthanasie te mogen plegen plots iedereen beroerde, en de kans bestond dat hij in behandeling zou gaan in Nederland, na tientallen jaren non-behandeling in België, werd Ellen geïnterviewd door het Nederlandse kwaliteitsblad NRC, voor de voorpagina, en werd haar documentaire vernoemd. Dat is symbolisch voor wat wij vandaag met docs kunnen in Vlaanderen.”

‘t Pallieterke: welke landen zijn de rolmodellen voor FlandersDoc?

Mark Daems: “De Scandinavische landen zijn een goed zaaiveld voor docs en Denemarken is hét rolmodel. Filmen is er populair, goed gefinancierd, goed ondersteund door de overheid en dat leidt tot straffe speelfilms, televisiereeksen en documentaires. Het is een heuse industrietak. Ook Zwitserland, Oostenrijk en Nederland hebben een betere officiële filmfinanciering dan ons land. In Nederland kan je voor bedragen van 200.00 tot 300.000 euro aankloppen bij twee loketten, maar wij moeten voor vergelijkbare sommen naar tien à vijftien loketten lopen. (lacht) Vlaanderen is één van de rijkste regio’s ter wereld… Het VAF doet wat het kan met de middelen die het beheert, maar die middelen zijn nauwelijks hoger dan die in een voormalig Oostblokland.”

‘t Pallieterke: verdient een documentairemaker zijn brood?

Mark Daems (zucht): “Neen, het is zweten en zwoegen voor een laag inkomen. Wij hebben een cultuur van auteursdocumentaires met vaak internationaal potentieel. Dat is de fijne kant van het verhaal. De minder mooie kant is dat een filmmaker hier het beleg op zijn brood verdient met reclamefilms, les geven en theaterwerk. De documentairemaker legt zijn ei buiten de klassieke werkuren en hij broedt daar gemakkelijk drie jaar op. Dat brengt eveneens mee dat veel filmers na hun allereerste product stoppen en niet gemotiveerd zijn om de cyclus van vallen en opstaan opnieuw te doorlopen. Het zogenaamde kunstenaarsstatuut is een betere werklozensteun. Je moet rekenen op drie jaar van idee tot afwerking en in die tijdspanne ontvang je een half jaarloon. Dus, gedurende tweeënhalf jaar levert de filmactiviteit geen cent op. Je leeft dan bijvoorbeeld van een ietsje hoger stempelgeld en dat vereist een fikse motivering om door te gaan. De auteursdocumentaires zijn meestal erg persoonlijke films en om die reden mentaal en psychologisch uitputtend. De ideeën voor de auteursfilms komen van de regisseurs en worden niet door ons opgedrongen met de vraag, beste, werk dat uit.”

‘t Pallieterke: waarom is het enthousiasme dan zo groot?

Mark Daems: “Je koestert als jonge mens een droom en die kan je vandaag verwezenlijken. Eén van de hoofdredenen van de groei is dat, vergeleken met vroeger, de technische instapdrempel laag is. Voor 10.000 euro koop je een behoorlijke camera en een degelijk montagetoestel.”

‘t Pallieterke: is er een navelstreng tussen de Vlaamse documentaires en de VRT?

Mark Daems: “VRT en meer bepaald Canvas zijn onze natuurlijke partners. Weliswaar is er, naar de smaak van FlandersDoc, te weinig coproductie. VRT koopt de uitzendrechten en stopt daar. In het buitenland werken televisiezenders en documentairefilmers productioneel en financieel meer samen. Anderzijds zendt VRT betrekkelijk veel documentaires uit, meestal van eigen makelij, soms van buitenlandse zenders. Als je in het buitenland naar coproductie en filmfinanciering zoekt, is de onvermijdelijke vraag: wat doet VRT? Vaak sta je dan met de mond vol tanden. Grappig en bizar is dat RTBF meer Vlaamse documentaires coproduceert dan de Vlaamse zender. Zonder een gastprogramma als Lichtpunt zou het landschap er nòg kaler uitzien. (lacht) De Waalse financiering van de Vlaamse film is een atypische transfer. Ik heb al meegemaakt dat een collega van RTBF op een internationaal filmfestival publiek een lans breekt voor een Vlaamse documentaire. Zoiets doet deugd en het wijst op een volwassen samenwerking. Bij Canvas vertrokken de netmanager en de adjunct-netmanager en dat drukt op het nemen van beslissingen. In september gaat het vernieuwde Canvas van start, en daar verwachten wij wel wat van.”

‘t Pallieterke: zijn er tussen de Vlaamse en de Nederlandse documentairefilms gedeelde belangen?

Mark Daems: “Het VAF en het Nederlandse Filmfonds werken samen. Concreet worden jaarlijks drie Nederlandse projecten mee betaald door het VAF en drie Vlaamse projecten door het NFF. Die uitwisseling werkt ook buiten de officiële paden. Wij leveren soms aan Nederlandse documentaires een monteur, een muzikant of een coregisseur. Nederland heeft een veel rijpere belangstelling voor documentaire films dan Vlaanderen. Dat heeft te maken met grote namen als Joris Ivens en Bert Haanstra, en met hun uitstekende docs. De Nederlander is daardoor beter opgevoed voor onze soort film. Naar “Verdwaald in het Geheugenpaleis” over dementie, geproduceerd door Associate Directors, met regisseur Klara van Es, keken op Canvas 40.000 mensen en op de Nederlandse teevee 210.000. Voor het grootste documentairefilmfestival aan deze zijde van de oceaan, Idfa in Amsterdam, is er wekenlang in alle Nederlandse media belangstelling.”

‘t Pallieterke: wat u doet voor FlandersDoc is liefdewerk?

Mark Daems: “Het was liefdewerk tot medio 2014. Het VAF heeft nu geld vrijgemaakt voor het ondersteunen van de beroepsorganisaties, wat maakt dat ik één dag per week werk als bezoldigd directeur van FlandersDoc. Frederik Nicolai van Off World uit Brussel werd mijn opvolger als voorzitter.”

JAN RABBIJN


De “tax shelter” en documentaires

Een “tax shelter” bezorgt een filmfinancier een belastingvriendelijke behandeling voor de geïnvesteerde som. Mark Daems: “Dat fiscaal gunstige systeem is met de beste bedoelingen op poten gezet, totdat het is beginnen kapseizen, omdat er te veel geld bleef hangen bij de tussenpersonen. Peter Bouckaert, voorzitter van de Vlaamse Filmproducenten, heeft die kwestie aangekaart en FlandersDoc heeft hem voluit gesteund. Het kon toch niet, dat er van bijvoorbeeld 100 euro die je belastingvriendelijk vangt voor een film, 50 euro effectief bruikbaar is voor de productie? Die scheeftrekking is hersteld door de regering-Di Rupo. In december 2014 verscheen het decreet in het Staatsblad. Een oud zeer blijft bestaan en dat is menselijk, maar ook spijtig. Speelfilms worden makkelijker door financiers omhelsd, want die zijn zichtbaarder, hebben meer glamour, en ze draaien om acteurs en actrices waarmee men graag verbonden is. Bij ons zijn er geen acteurs of actrices, en onze thema’s zijn heel dikwijls humanitair, maatschappelijk en duurzaam. De maatschappelijke relevantie van wat leden van FlandersDoc filmen, is hoog en daarom beland je voor de financiering vaker bij organisaties van het middenveld, eerder dan bij kapitaalkrachtige ondernemingen of ondernemers. Een babbel met Marc Coucke over de Vlaamse documentaire zou mij zéér bevallen.”


DocPoppies, een blikopener

Documentaires zijn volwaardige films en verdienen een plaats in de bioscopen en in de culturele centra. DocPoppies stimuleert met de hulp van FlandersDoc, het VAF en De Morgen vier vertoningen per jaar in de hoofdstad en in een achttal grote en middelgrote steden in Vlaanderen. Een groter publiek de goesting voor de documentairefilm bijbrengen, is het opzet, zegt Bram Crols, partner van Associate Directors, en verantwoordelijke, als vrijwilliger, van DocPoppies. In maart volgt gelijklopend in acht zalen “N-The Madness of Reason” van de Vlaming Peter Krüger. De documentaire ging in wereldpremière tijdens de Berlinale 2014 en beleefde zijn Belgische première op het Film Fest Gent.

DocPoppies organiseerde in de lente van 2014 een proefavond met “9999” en breidt stap voor stap zijn netwerk van medewerkende bioscopen en culturele centra uit.