Praten met Jules Gheude

“Wallonië moet in Frans Gemenebest”

Jules Gheude ziet het einde van België onomkeerbaar naderen. Zijn hoop voor Wallonië is: een reünie met de zuiderbuur, Frankrijk. En dat met een apart statuut, zoals de Franse regio’s Corsica en Elzas-Moezel. Die vereniging op maat, moet het rattachisme steviger poten geven.

2015-14_11_Praatstoel Jules Gheude (Medium)Jules Gheude (68) heeft geen wilde manen of revolutionaire bakkebaarden, wel de uitstraling van een prelaat van het gedrukte woord. Tussen zijn duizenden boeken piept de kop van Richard Wagner, want muziek is een liefhebberij van Jules Gheude, die hij met zijn vriend, mentor en politieke erflater François Perin (overleden in 2013) deelde. Met een glimlach memoreert Gheude: “Ik wilde met François Perin naar een Wagneropvoering in Bayreuth, maar het lukte mij nooit om kaarten te krijgen.” Gheude blijft een uitzondering: een Waal die met plezier jongleert met het Nederlands, in gesprek en geschrift. Met zijn Italiaanse echtgenote woont hij in een witte villa op een heuvel boven het burgerlijke Namen, dat ooit één rebel kende: de graficus en schilder Félicien Rops en zijn erotica (hij wordt herdacht in 2015, tijdens een duo-evenement, met Jan Fabre als hedendaagse blikvanger).

Recent publiceerde Jules Gheude zijn elfde boek: “François Perin – Une Plume, L’oeuvre écrite”, uitgegeven bij de Editions de la Province de Liège. Die publicatiedrift levert hem een voorsprong op in de Franstalige media: “Mijn jarenlange strijd voor de samenvoeging van Wallonië en Frankrijk heeft mij intellectueel niet in de marge geduwd. Ik heb niet te klagen over de houding van de media. Die geven mij regelmatig de gelegenheid om mij uit te drukken.”

Jules Gheude publiceert teksten op Knack.be en hij was recent de belangrijkste spreker op een denkdag van de Vlaamse Volksbeweging in Beveren. De aanwezigen waren verguld met de elegante en toch radicale “reünionist”, zoals hij zich bij voorkeur noemt: “In dialoog met Franse vrienden is er meer concreets gegroeid over hoe een vereniging van Wallonië en Frankrijk zou kunnen gebeuren, en dat symboliseren wij vandaag met de formule “union-intégration”. Wij schuiven zachtjes Frankrijk binnen, volgens een scenario op maat, een eigenaardig statuut. De Franse grondwet is soepel genoeg voor zulke statuten: dat is het geval voor de meeste overzeese collectiviteiten, met Corsica en Elzas-Moezel. Zo kan Wallonië zijn specificiteit bewaren. Het ex-federale Belgische recht wordt, op een paar uitzonderingen na, bewaard en geplaatst onder de verantwoordelijkheid van de Franse wetgever, die de rol van de Belgische wetgever overneemt. En het Belgische socialezekerheidsstelsel leunt aan tegen het Franse.”

Hoewel hij vurig spreekt over de natuurlijke (taal en cultuur) banden met Frankrijk – een groot deel van zijn jeugd verbleef hij in Parijs, waar zijn vader bij de commerciële vertegenwoordiging van de NMBS werkte -, heeft Gheude de natiestaten nooit geïdealiseerd: “Als men in de geschiedenis duikt, stelt men vast dat de staten zich door oorlogen en prinselijke huwelijken gevormd hebben, zonder enige inspraak van de volkeren. Marguerite Yourcenar beschrijft dat uitstekend: “Les princes s’arrachent les pays comme les ivrognes à la terrasse se disputent les plats.” Met de tijd zijn de staten naties geworden. Maar met de hedendaagse democratische filosofie, kunnen de volkeren nu over hun toekomst beslissen. De staten zijn niet betonvast en onwankelbaar. Zie wat met Catalonië, Schotland en Vlaanderen gebeurt. In die regio’s is een sterk identitair gevoel aanwezig. Als het Vlaams Parlement morgen de onafhankelijkheid van Vlaanderen uitroept, kan men dat niet afkeuren. Door het algemeen kiesrecht, beschikt inderdaad dit Parlement over de legitimiteit.”

‘t Pallieterke: waarom kiest u voor de aansluiting van Wallonië bij Frankrijk?

Jules Gheude: “Dag na dag zie ik de ontmanteling van België voortschrijden, als een onomkeerbaar proces. Een Belgisch volk noch natie zijn ooit tot rijpheid gekomen. Wel is er een Vlaamse natie. Dat staat uitdrukkelijk in het “Handvest voor Vlaanderen”, dat het Vlaams Parlement in 2012 goedgekeurd heeft. Als België splitst, zie ik drie mogelijke scenario’s voor Wallonië. Eén, een onafhankelijk Wallonië, twee, het samengaan van Brussel en Wallonië in één staat, het zogenaamde WalloBrux, of drie, een aansluiting van Wallonië bij Frankrijk. Een onafhankelijk Wallonië zal binnen de kortste keren iets worden à la Griekenland – arm en wankelend . Een WalloBrux is een hersenschim. François Perin heeft dat uitstekend beschreven: “Nous aurions une Belgique en réduction aussi médiocre que l’autre, avec les Saxe-Cobourg en prime!” Uit een onderzoek van Rudi Janssens (VUB) in 2013 blijkt dat de Brusselaars niet bij een ander gewest willen aansluiten: 4 procent wil bij Vlaanderen en 4,6 procent zou zijn lot aan dat van Wallonië willen verbinden. Dus blijft logisch over, als de beste oplossing, een verbinding van Wallonië met Frankrijk. (lacht) Wallonië moet samengaan met Frankrijk, en niet met Duitsland, zoals Paul Magnette ooit aanraadde. Onze gezamenlijke Franse cultuur en taal vormen de ideale basis voor dat samengaan. Wij waren rond de eeuwwisseling van 1800 reeds twintig jaar samen met Frankrijk.”

‘t Pallieterke: dat schema is logisch en proper, maar klopt het met de cijfers, met de werkelijkheid?

Jules Gheude: “Een splitsing van bijvoorbeeld de staatsschuld, met macro-economische cijfers van 2010 – dat zijn de laatste onomstotelijke gegevens -, met een rentevoet van 3,6 procent voor de Belgische staatsschuld, zou 22 procent van de openbare Waalse bestedingen opslorpen. Maar, een onafhankelijk Wallonië zal op de markt van de internationale leningen, die nodig zijn om het blijvende Waalse tekort te financieren, snel geconfronteerd worden met Griekse rentevoeten van 12 procent. En dan stijgt die besteding naar 37 procent van de uitgaven, wat onverteerbaar is en wat leidt tot een sociaal bloedbad. Binnen Frankrijk, wordt de Waalse schuld (18,6 miljard euro) marginaal. Jacques Attali, de voormalige raadsman van president François Mitterrand, heeft het begrepen: ‘De prijs voor Frankrijk zou kleiner zijn dan de winst die het eruit haalt. Het is een mooi debat. Qu’il commence!’”

‘t Pallieterke: de rattachistische partij van Paul-Henry Gendebien, het Rassemblement Wallonie-France, haalde in mei 2014 geen half procent van de stemmen? Wie is dus voor?

Jules Gheude: “De oprichting van die partij in 1999 was geen goed idee. François Perin heeft Paul-Henry Gendebien dat project uit het hoofd willen praten, tevergeefs. Zolang België bestaat, zullen de Walen voor de traditionele partijen blijven stemmen. Maar na de splitsing van het land zou die toestand veranderen. In 2008 heeft Le Soir, samen met La Voix du Nord, uit Rijsel, gepeild naar wat hun lezers vonden dat er moest gebeuren, als België zou verdwijnen. 49 procent van de Walen zag hun landsdeel liefst opgaan in Frankrijk. Een peiling van Ifop/France in 2010 toonde dat 66 procent van de Fransen, zelfs 75 procent in de grensstreek, de aanhechting van Wallonië zou verwelkomen.”

‘t Pallieterke: waarom bent u voorstander van die aansluiting op maat? Waarom geen directe assimilatie?

Jules Gheude: “Uit de studies van de Waalse Staten-Generaal van 2009  bleek dat er grote verschillen bestaan met Frankrijk: ons onderwijsstelsel met het Schoolpact, en het feit dat onze vakbonden de werkloosheidsvergoedingen betalen. De Franse mutualiteiten hebben niets van doen met de onze, want in Frankrijk is de staat bevoegd voor de terugbetaling van de gezondheidskosten. Wij hebben de Fransman Jacques Lenain leren kennen, één van die schitterende “commis d’état” zoals Frankrijk er veel telt. Hij was hoofd van de Franse hospitalen en had een boek van Gendebien gelezen. Lenain stelt dat de Waalse politieke wereld, noch de vakbonden, noch de ziekenfondsen, een assimilatie, waarbij zij hun voorrechten verliezen, zouden aanvaarden. Lenain verdedigt dus een vorm van integratie, l’union-intégration, die de eigenheid van Wallonië in stand houdt. De Walen, zegt hij, hoeven niet naakt naar Marianne te komen om vervolgens het Franse uniform aan te trekken. De Franse grondwet is geen stalen harnas, zij kan Wallonië een eigen statuut bezorgen, dat zijn specificiteit en zijn autonomie waarborgt. Wat het ex-federale recht betreft, dat wordt bewaard, op enkele uitzonderingen na, en geplaatst onder de verantwoordelijkheid van de France wetgever. In ruil rekent Frankrijk op een serieus en efficiënt Waals bestuur, wat heden niet het geval is.”

‘t Pallieterke: een klassieker, wat met Brussel?

Jules Gheude: “De ruime meerderheid verkiest een vorm van autonomie. Een Europees district, zoals Louis Tobback beoogde, is geen haalbare optie. Er zit immers niet zoiets als de Verenigde Staten van Europa aan te komen. Daar zijn de 28 lidstaten niet toe bereid. Ik zie Brussel liever evolueren als een stadstaat, als zetel van de Europese instellingen, van de NAVO en vele internationale organisaties en bedrijven. Dit scenario wijkt af van Washington DC. Alle bewoners zouden aan verkiezingen kunnen deelnemen om de parlementaire vertegenwoordiging samen te stellen.”

‘t Pallieterke: was het schrikken voor u, N-VA als grootste partij van België en met het doel om het land te schrappen?

Jules Gheude: “De N-VA heeft talent om Vlaanderen en het land te beheren. Minister Philippe Muyters hield in de Vlaamse regering de begroting vijf jaar op rij uit het rood. In Wallonië is dat onmogelijk. Het boeken van evenwicht is daar systematisch opgeschoven. De Vlaamse Beweging vreest een belgicanisatie van de nationalistische partij. Daarvoor is Bart de Wever te scherpzinnig en te handig, meen ik. Hij onderstreept dat de huidige positie, met een communautaire stilstand, voorlopig is. Over vijf jaar herwint de partij de communautaire vrijheid. Nadat de staatsschuld verminderd is – één van de prioriteiten van de Zweedse coalitie -, wordt de staatsstructuur opnieuw onder handen genomen. De Wever weet dat de ontmanteling van België onomkeerbaar is. Wallonië, Brussel en Vlaanderen hebben er alle belang bij dat op het moment van de scheiding de staatsschuld zo klein mogelijk is.”

‘t Pallieterke: hoe ziet u dat reünionisme praktisch?

Jules Gheude: “Ik ben een democraat, dus, de Fransen en de Walen zullen moeten beslissen met referendums, eentje hier en eentje bij de zuiderbuur. Zoals reeds gezegd, is een meerderheid in Frankrijk bereid om de Walen te verwelkomen. Maar de vraag blijft: in welke omstandigheden? Een statuut van brede autonomie kan inderdaad andere Franse regio’s jaloers maken.”

‘t Pallieterke: u zegt dat in het Waalse denken het reünionisme een constante is?

Jules Gheude: “Paul-Henri Gendebien was jarenlang Délégué général de la Communauté française in Parijs. Daar ontving hij, schrijft hij in een boek, de Luikenaar Jean Gol. Gendebien citeert Gol en diens bedenking dat zelfs de Vlaamse liberalen nationalisten waren geworden. Toen Leo Tindemans in 1978 het Egmontpact torpedeerde, trachtte François Perin de liberale “familie” op een gezamenlijke communautaire lijn te krijgen. Hij botste echter op de onverzettelijkheid van de Vlaamse liberalen, namelijk Herman Vanderpoorten. Gol was ervan overtuigd dat België geen toekomst had en dat Frankrijk de enige oplossing voor Wallonië was. Op een bierviltje, zo vertelt Gendebien, telde hij het aantal Waalse parlementsleden die in de Assemblée Nationale zouden zitten. Beiden spraken over de mogelijke scenario’s, in het bijzonder het statuut van Elzas-Lotharingen. De dag nadien had Gol contacten met de allerhoogste Parijse politieke kringen. Na de Tweede Wereldoorlog, heeft een Waals Congres zich voor het reünionisme uitgesproken, vooraleer de federale optie goed te keuren. Vandaag zult u reünionisten vinden in alle Waalse partijen.”

Frans Crols


N-VA is trouw

De spanningen tussen N-VA en MR werden verwacht. De regering-Michel ziet hoofdzakelijk Vlaams gekibbel tussen N-VA en CD&V. Wat is uw mening? Jules Gheude: “N-VA is een trouwe partner, maar haar doelstelling blijft de onafhankelijkheid van Vlaanderen. Siegfried Bracke heeft het onlangs herhaald: die onafhankelijkheid is een logische ontwikkeling, zoals de wetten van Darwin. De N-VA zal haar oogmerken niet verkwanselen en CD&V reageert als een electorale concurrent van N-VA. Ik denk aan het Egmontpact in 1978. VU en FDF zaten toen in de regering-Tindemans. De christendemocraat Leo Tindemans is bij de koning zijn ontslag gaan aanbieden en hij zette VU en FDF naakt, als woordbrekers, voor hun kiezers. Dat zal nu niet het geval zijn. CD&V kan die show niet opvoeren en de concurrent te kijk zetten als een verrader. Beide partners hebben duidelijk gezegd dat zij vijf jaar communautaire vrede willen. CD&V speelt vandaag de rol van de PS, zegt de Franstalige pers. Zodoende zwemt de partij tegen de Vlaamse stroom in. De welvaart van Vlaanderen is niet te danken aan een linkse politiek, maar veeleer aan een rechtse visie die kansen gaf aan kleine en middelgrote ondernemingen die meer dan ooit de ruggengraat zijn van de Vlaamse economie. Als de regering-Michel struikelt voor haar vijf jaar rond zijn, dan herneemt N-VA haar speelkaarten en geraken wij waarschijnlijk nog sneller aan het confederalisme. In 1962, toen de taalgrens vastgelegd werd, schreef Perin dat Vlaanderen een staat in de staat was. Deze zin toont zijn scherpzinnigheid aan: “Als geen hervorming op tijd komt, zal de ontploffing van het land heel eenvoudige centrale instellingen doen ontstaan: afgevaardigden van de Waalse, Vlaamse en Brusselse regeringen plegen regelmatig overleg binnen een federale raad en sluiten conventies tussen Staten voor het bestuur van de gemene belangen. (…) De drie partners bewaren hun volle soevereiniteit: alleen conventies tussen buren zouden de onvermijdelijke problemen beslechten. Het is een formule van centrifugale confederatie.


Tags assigned to this article:
2015-14Op de praatstoel

Related Articles

Dwars door Vlaanderen

Leopoldsburg De eerste zestig asielzoekers, afkomstig uit Irak, Afghanistan, Guinee, Syrië en Gaza (?) hebben hun intrek genomen in het

Mededelingen

Beste lezer, graag uw aandacht Volgende week verschijnt ‘t Pallieterke een dag vroeger omwille van de feestdag. U vindt uw