2015-11_02_D.Mol (Medium)De Vlaamse ombudsdienst is één van vele overheidsinstellingen. Wie klachten heeft over “dienstbetoon” aan de burger, kan daar terecht. Jaarlijks maakt men het aantal geregistreerde klachten bekend. In 2014 steeg dat aantal tot 51.110, een stijging met tien procent. Kranten schreven dat, “naar goede gewoonte”, De Lijn met 34.826 klachten met grote voorsprong kop van Jut was. Het is maar wat “goede gewoonte” heet! Volharden in de boosheid klinkt logischer.

Belaagde overheidsdiensten zeggen elke klacht ernstig te nemen. Of ze er veel mee doen, is de vraag. Indien ja, zouden de cijfers eerder moeten dalen dan stijgen. Op voorwaarde dat genomen maatregelen om verdere klachten uit de wereld te helpen niet in dovemansoren vallen. De Lijn verklaart dat elke bij een klacht betrokken chauffeur daar altijd op aangesproken wordt. Of dat in de praktijk veel zoden aan de servicedijk zet? De klachten spreken dat tegen. Het kan namelijk dat opgelopen verkeersstress elk goed voornemen van bus- of tramchauffeurs in de weg staat.

Belet niet dat in de almaar zelfzuchtiger wordende “ikke, ikke”-samenleving het gebrek aan elementaire beleefdheid navenant oprukt. Bewijzen legio. Bel naar een overheidsdienst voor een simpele inlichting en de kans is groot dat je via het minutenlang aanslepende “druk 1, 2, 3, et cetera”, begeleid door een “menumuziekje”, zonder antwoord naar een “exit” geleid wordt. Weliswaar met een vriendelijk “dank voor uw oproep en tot weerziens”. Als in die gevallen van stress sprake is, overvalt die niet de dienstverleners, wel wie hen aan de lijn tracht te krijgen. Beloften van de overheid om dat onbeleefd gedrag in te dijken, blijven vooral dat: beleefde beloften. Om maar te zeggen dat chauffeurs van De Lijn geen patent hebben op gebrek aan service.

Onuitroeibaar

Het zou verwonderen, mocht staatszender VRT op het lijstje vooraanstaande klachtengaarders ontbreken. De ombudsdienst nam akte van 3.805 klachten. Vergoelijkend klonk het dat het er “slechts” 246 meer zijn dan het jaar voordien, en dat 2014 toch “een beetje een bijzonder jaar was”. Het “iets” hogere cijfer had vooral met het WK voetbal te maken. WK’s wekken traditiegetrouw meer klachten op. Alsof alleen bij een WK voetbal VRT-journalisten hun vak met de status van notoire supporter verwarren. Alleen al hun benadering van de Rode Duivels doet meer aan verering van halfgoden denken dan aan objectieve verslaggeving. Betreffende de nationale competitie doen ze zonder uitzondering aan uitgesproken favoritisme voor de “topclubs”, met als uitblinkers de kliek “kenners” van “Extra Time”. Wielerjournalisten zijn in hetzelfde bedje ziek. Het mag zelfs verwonderen als het klachtendossier over hen niet volumineuzer is. Een verklaring kan zijn dat slechts een minderheid van zich aan één en ander storende kijkers het de moeite waard acht om te reageren.

Hetzelfde geldt voor duizenden kijkers die zich blauw ergeren aan onuitroeibare inbreuken op de neutraliteit en deontologie door de roodgroene coryfeeën van de VRT-nieuwsdienst. Wegzappen van journaals en duidingsprogramma’s helpt, en valt goedkoper uit dan bellen naar de ombudsdienst. Neemt niet weg dat de Vlaamse regering, eindelijk bevrijd van links, tekortschiet in het saneren van een al decennia links bevlogen openbare zender. Nog maar net had de Vlaamse regering het licht op groen gezet voor (eindelijk) de eerste spadesteek van het bouwproject Oosterweel, of het VRT-journaal voerde prompt de anti’s op waarvan iedereen de politieke kleur(en) kent.

Hefboom

De ombudsdienst staat, helaas, enkel open voor klachten over overheidsinstellingen. Mocht men zijn functie naar andere sectoren kunnen opentrekken, de rol van De Lijn als koploper van het grievenpakket was binnen de kortste keren voltooid verleden tijd. Immens grotere gesels dan onbeleefde chauffeurs of stipt volgens het uurrooster rijdende bussen en trams teisteren de maatschappij. Alleen al de dikwijls nefaste rol van de (a)sociale media” zou een “link” met de ombudsdienst rechtvaardigen. Voortschrijdend pestgedrag via Facebook en Twitter is een gesel. Een nog veel ergere plaag is het bestoken van tieners met sms-berichtjes waarin drugdealers cocaïne aan promoprijzen aanbieden. Dat fenomeen wordt vanuit grootsteden gestuurd, en is in tal van kleinere steden al schering en inslag.

In die samenhang kan het belang van de door Antwerps burgemeester Bart de Wever gevoerde “oorlog tegen drugs” niet genoeg onderstreept worden. Navolging zou overal aanbevolen én gesteund moeten worden. Via bepaalde overheidshefbomen – het “Centrum voor gelijke kansen” en het “Minderhedenforum” van de kameraden De Witte en Van Bellingen – voert de overheid strijd tegen racisme. Wat in die strijd kan, moet toch ook in die tegen drugs kunnen? Waarom dan geen hefboom installeren, om niet alleen in Antwerpen maar overal in het land “war on drugs” te voeren? Maar nee, de links georiënteerde en eerder smalende kritiek aan het adres van De Wever is nooit ver weg. Spijtig maar helaas.

D.Mol