In maart 1995 verscheen ‘Achter de spiegel’, de oorlogsmemoires van topondernemer André Leysen. Het boek bevestigde wat velen wisten: de ondernemer sloot in zijn jeugd dicht aan bij de radicale collaboratie. Het boek verklaarde veel. Zoals de reden waarom hij als VBO-voorzitter nooit baron is geworden.

Anno 2015 verschijnt de 87-jarige André Leysen niet meer in het openbaar. Hij lijdt al jaren aan de ziekte van Parkinson. De man geldt nog altijd als één van de belangrijkste Vlaamse naoorlogse ondernemers, via het havenbedrijf Ahlers, door de redding van De Standaard, en als voorzitter van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) dat in de jaren tachtig het herstelbeleid van Wilfried Martens steunde. Leysen was een captain of industry.

Toen hij in maart 1995 zijn boek ‘Achter de spiegel’ uitbracht, was dat een mijlpaal in zijn leven. Leysen wou met zijn ‘oorlogsmemoires’ komaf maken met een jeugdtrauma. En toen werd bekend wat al vaak gefluisterd werd: Leysen was actief in de radicale collaboratie, als lid van de Hitlerjugend Vlaanderen. Er is een foto waarop hij, gelaarsd en in het zwart, op 20 april 1944 – de dag van de 55ste verjaardag van Adolf Hitler – door de Antwerpse straten paradeert. Leysen kwam om familiale reden bij de Hitlerjugend terecht.

André Leysen is afkomstig uit een familie van Londerzeelse ondernemers die mede-eigenaars waren van de ‘General Wiper Company’, een producent van industrieel schoonmaakmateriaal. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het Duitse leger een belangrijke koper. De familie zat in de economische collaboratie en was zeer anticommunistisch. Dat verklaart het engagement van André Leysen in de Hitlerjeugd-Vlaanderen, die in 1943 werd opgericht. Leysen sloot aan als 16-jarige en hij volgde een opleiding aan de ‘Reichsführerschule’ in Potsdam. Tijdens de oorlog stapte Leysen over van het college naar de ‘Deutsche Schule.’

‘Achter de Spiegel’ is ook een getuigenis van de manier waarop Leysen omging met het ‘Armageddon’ aan het einde van de oorlog. Leysen was kort voor het bombardement van Dresden, op 13 en 14 februari 1945, in het ‘Firenze van het Noorden’. Hij zwierf in die periode door Duitsland, voor de ‘Vlaamsche Landsleiding’, een verzameling gevluchte hooggeplaatste Vlamingen uit de radicale collaboratie. Leysen ontmoette in die woelige periode onder meer Cyriel Verschaeve.

Die periode moet op hem een bijzondere indruk hebben gemaakt. Over de vernietiging van Dresden schreef hij: “Ik had de stad kort voordien in al haar pracht gezien. Kort na haar vernietiging ervoer ik haar tijdens een nachtelijke rondgang als een beeld van de Apocalyps.” De ontdekking van de kampgruwelen was een schok en een loutering. Leysen voelt zich bedrogen door de nationaalsocialistische ideologie. Na de oorlog wordt hij veroordeeld tot een korte gevangenschap.

Over Leysens oorlogsverleden was decennialang amper iets bekend. Al werd er wel eens een tip van sluier opgelicht. In zijn in 1984 verschenen boek ‘Crisissen zijn uitdagingen’ schrijft Leysen: “Ik had tijdens de oorlog aan de Deutsche Schule in Antwerpen schoolgelopen en had daar een zeer degelijke klassieke opleiding genoten. In dat kader was ik ook lid geweest van een Duitse jeugdbeweging met een naam waaraan men liefst niet terugdenkt.”

Toen hij in 1984 Daniel Janssen (Solvay) als VBO-voorzitter opvolgde, hield Leysen zich op de vlakte: “Mijn familie was Vlaams en nationalistisch, om redenen die ik niet wil uitleggen. Ik hield veel van mijn ouders. Ik wil hen niet bekritiseren.” Het oorlogsverleden maakte wel dat Leysen als ex-VBO-voorzitter niet kon rekenen op een adellijke titel. Terwijl dat de gewoonte is.

Over die oorlogsperiode werd hij als topman van de Duits-Antwerpse rederij Ahlers (Leysen huwde de dochter van de Duitse scheepsagent Herwig Ahlers), evenmin aangesproken. Toen Leysen in 1976 de failliete De Standaard redde, werd in kringen van die krant gesproken over zijn oorlogsverleden. Maar niemand keek daarvan op. Bij De Standaard waren er velen die in die periode een actieve rol hebben gespeeld. Alleen: Leysen behoorde niet tot de strekking van Vlaams-nationalisten die zich om flamingantische redenen in de collaboratie hebben geëngageerd.

Angélique Vanderstraeten