Brugpensioen en de staatshervorming

De manier waarop bruggepensioneerden naar een nieuwe job op zoek zullen moeten gaan, zal in belangrijke mate door de deelstaten worden bepaald. Dat is een gevolg van de zesde staatshervorming. Maar als er dankzij de inspanningen van de deelstaten meer 55-plussers op die manier aan een job geraken, is dat vooral een cadeau voor de federale staatskas. Een typisch voorbeeld van de absurde Belgische staatsstructuur.

“Aangepaste beschikbaarheid.” Iedereen in de Wetstraat neemt de term in de mond, maar in de praktijk is het onduidelijk wat die betekent. Die term moet het compromis over de beschikbaarheid van bruggepensioneerden (nu SWT’ers genoemd naar het ‘Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag’, de nieuwe naam voor brugpensioen) voor de arbeidsmarkt voor iedereen aanvaardbaar maken. “Aangepaste beschikbaarheid” betekent dat nieuwe bruggepensioneerden inderdaad naar een nieuwe job moeten zoeken, maar zich uiteraard anders beschikbaar moeten stellen dan een jonge werkloze. Wat eigenlijk betekent dat een 55-plusser niet elk jobaanbod moet aanvaarden.

De sociale partners, het ABVV uitgezonderd, vragen aan de regering een verduidelijking van de maatregel en daarmee wordt tijd gekocht, maar het is wel zo dat de federale regering de hete aardappel naar de deelstaten doorschuift: met de zesde staatshervorming zijn die voortaan niet alleen verantwoordelijk voor de activering maar ook voor de opvolging en sanctionering van werkzoekenden. Aldus is de boodschap van Charles Michel en co: Vlaanderen, Wallonië en Brussel moeten die term “aangepaste beschikbaarheid” maar zelf invullen.

Zeker in Brussel en Wallonië is het enthousiasme niet zo groot om die taak op zich te nemen. Zowel de Brusselse minister van Werk, Didier Gosuin (FDF), als zijn Waalse collega, Eliane Tillieux (PS), zitten federaal in de oppositie. Vanuit de deelstaten kiezen voor een streng opvolgingsbeleid van oudere werklozen en bruggepensioneerden is feitelijk een cadeau aan de federale overheid. Meer mensen aan het werk betekent minder uitkeringen en meer sociale bijdragen. Dat is vooral goed nieuws voor de federale staatskas en de sociale zekerheid in het bijzonder. Elke euro is welkom, aangezien nu blijkt dat het gat in de sociale zekerheid groter is dan gedacht. 1,5 miljard euro in plaats van 500 miljoen euro.

Dat wil dus zeggen, dat het beleid van de deelstaten vooral de federale staatskas ten goede komt. Dat is één van de absurde gevolgen van de zesde staatshervorming. De deelstaten hebben er ook voordeel bij, maar in verhouding veel beperkter. Het enige tastbare voordeel is dat een toename van het aantal werkenden de belastbare basis versterkt en via de personenbelasting voor meer inkomsten zorgt bij de deelstaten. Al is het effect ook hier beperkt, aangezien de fiscale autonomie van de gewesten nog altijd maar 32 procent bedraagt.

De huidige situatie zal er toe leiden dat vooral Vlaanderen veel inspanningen doet om ouderen aan het werk te zetten. Dat is nu al het geval. Vlaanderen wil werklozen begeleiden tot 65 jaar. In Wallonië en Brussel is dat de facto tot 50 jaar, al wil men die leeftijd nu wel optrekken. Dat wil zeggen dat de werkgelegenheid van ouderen vooral in Vlaanderen zal toenemen en dat het Vlaanderen is die voor extra middelen in de sociale zekerheid zal zorgen. De Vlaamse transfers naar Wallonië zullen bijgevolg niet afnemen.

Trouwens, aan de andere kant van de taalgrens zal men het argument hanteren dat er daar vooral werk moet gemaakt worden van het activeren van jongeren, omdat in Wallonië en Brussel vooral de jeugdwerkloosheid een probleem is.

Het klopt dat de Vlaamse, Brusselse en Waalse arbeidsmarkten wezenlijk van elkaar verschillen. De Vlaamse werkloosheid bedraagt 5 procent, en dat is de op twee na laagste in Europa. In Wallonië en Brussel bedroeg de werkloosheid vorig jaar respectievelijk 12 en 18,7 procent. In Brussel bedraagt de jongerenwerkloosheid in bepaalde wijken 30 procent of meer. Maar de Brusselse en Waalse politici vergeten erbij te zeggen dat de ouderenwerkloosheid ook daar een probleem is. In Vlaanderen bedraagt de ouderenwerkloosheid 3,4 procent, terwijl die 12,3 en 6,7 procent voor Brussel en Wallonië bedraagt. Dus moeten alle gewesten oudere werkzoekenden activeren. Maar het surrealistische Belgische federalisme maakt dat er voor de deelstaten te weinig ‘incentives’ zijn om dat te doen.

Angélique Vanderstraeten