Koninklijk adviseur

Mijnheer de partijdige minister,

Delphine Boël schreeuwt al jaren van alle daken dat zij de biologische dochter is van koning Albert van Saksen-Coburg en zij wil als dusdanig erkend worden. Enkele jaren geleden stapte zij naar de rechtbank om die eis kracht bij te zetten, om erkend te worden. Dat deed zij redelijk laat, omdat zij en haar moeder altijd hadden gedacht en gehoopt dat er een charmant gebaar vanuit het Belvédère zou komen, dat de pijnlijke geschiedenis van het losbandige en huwelijksontrouwe leven van Albert definitief en letterlijk zou toedekken met de mantel der liefde. Niks daarvan. Het hof bleef halsstarrig het licht van de zon ontkennen. Albert ging zelfs zover te weigeren DNA af te staan om de afstamming te bevestigen. De rechtbank was haar enige uitweg…

En dan durven in dit onzalige land de diverse wetgevingen wel eens met elkaar botsen. Eerst is er de grondwet, die zegt dat elke burger het recht heeft te weten wie zijn ouders zijn. Maar daarnaast staat dan het burgerlijk wetboek, waarin staat dat Delphineke die vraag voor haar 22e had moeten stellen én dat er ‘bezit van staat is’. Dat wil in mensentaal zeggen dat ze de achternaam heeft aangenomen van de wettelijke man van haar moeder, Jacques Boël, en mee in hetzelfde huis woonde. Dus erkent ze hem volgens het burgerlijk recht impliciet als haar vader… Daarom dat de rechtbank nu het advies van het Grondwettelijk Hof wil kennen, om te weten welke van de twee wetten er moet gevolgd worden om een oordeel te kunnen vellen. Leuk om weten is echter, dat Jacques Boël een procedure heeft ingespannen ‘tot ontkenning van zijn vaderschap’, wat de zaak er voor Albert niet vrolijker op maakt.

En dan komen gij en uw ministerraad – zeg maar: de regering – op de proppen, want Albert en zijn advocaat zijn in paniek. Als de grondwet gaat gevolgd worden, kan dat voor de oud-koning lastige gevolgen hebben: niet alleen wordt de zaak dan voortgezet, er kan ook naar DNA-materiaal gevraagd worden én hij kan zelfs gevorderd worden om voor de rechtbank te verschijnen. Héél gênant. En vooral, met een erg voorspelbaar resultaat! Daarom heeft hij de regering gevat voor een advies, met als uitgangspunt dat Albert na zijn koningschap nu gewoon burger is, waardoor de regering moet ingaan op zo’n vraag.

Kijk, dat is wel van het goede te veel. Formeel kan de geldwolf uit Laken dan wel een gewone burger zijn, hij is en blijft de titel koning dragen én hij blijft als lid van de koninklijke sibbe royaal belastinggeld opsouperen. Hij durft zelfs zeggen dat hij niet genoeg krijgt! Dat de ministerraad niet verplicht is een advies te verlenen, maar dat toch doet en dan nog wel ten gunste van Albert, is gewoonweg niet proper. Dat gij, als minister van Belgische Justitie, hier niet strikter hebt gestaan op het in elke fatsoenlijke democratie heilige principe van de scheiding der machten en uw ministerraad niet hebt geadviseerd er het zwijgen toe te doen en het Grondwettelijk Hof onbevangen zijn werk te laten doen, tekent de vunzige verwevenheid van alles wat onder de noemer ‘establishment’ kan gecatalogeerd worden. Gij valt mij dik tegen, zeker nadat wij u leerden kennen als een rechtlijnige minister die het ‘dura lex, sed lex’-principe steevast als leidraad nam. Terug naar af, dus.

Ik kan nog enigszins verstaan dat gij als koningsgezinde tsjeef mild zijt voor het koningshuis – iedereen kiest zijn eigen vrienden, nietwaar?! -, maar ik kan niet begrijpen dat gij in deze kwestie als verantwoordelijk minister voor ‘het recht’ niet secuurder en objectiever zijt tewerk gegaan. Gij hebt een beschamende partijdigheid van de ministerraad getolereerd. Bovendien, dat gij en de andere ministers door de republikeinse Vlaams-nationale ministers in uw ministerraad niet teruggefloten zijn, is iets wat ik niet begrijp. Maar dat is dan weer een ander verhaal.

In dit land is werkelijk àlles mogelijk. Voor mij mag het dan ook barsten en in de nevelen van de grauwe geschiedenis verdwijnen.

‘t Pallieterke