Historisch

De uitspraak van het Belgisch Arbitragehof voor de Sport (BAS) over het lot van Royal Antwerp FC kwam een dag te laat voor de deadline van dit stukje. Als u dit leest, is bekend of de oudste voetbalclub van België een seizoen verder mag in de tweede klasse, of het absolute dieptepunt van haar bestaan kent. Een historisch dieptepunt, dat zeker. Bij het schrijven van deze regels konden we enkel hopen dat het zou uitblijven.

De dagen voordien liepen we al ei zo na een historische indigestie op door alle mediagekwetter over Club Brugge. Dat kon op een “historische avond” in Oekraïne “geschiedenis schrijven” tegen Dnipro. De betekenis van het werkwoord dimmen is aan moderne sportjournalisten niet besteed. Gekker moet het nochtans niet meer worden dan het label “historisch” plakken op, godbetert, mogelijke winst in een kwartfinale (!) van de Europa League, een bekercompetitie volledig in de schaduw van de Champions League. Dat Club Brugge na een snertprestatie in Kiev ook nog voor de bijl ging, belette niet dat men in een laatste wierookecho over een “onwaarschijnlijke Europese campagne” sprak en schreef. De zin voor juiste verhoudingen kent in journalistieke kringen door vele jaren van kwalitatief verval van het Belgische clubvoetbal blijkbaar eenzelfde verval. Komt nog bij dat men in de euforie voor een voor Club Brugge in Kiev “wenkende voetbalhemel” amper of geen aandacht schonk aan de Europese prestaties van andere Vlaamse clubs dan alleen Club Brugge.

Als Michel Preud’homme het over “een unieke kans had die een club pas om de twintig jaar krijgt”, hadden de vlijtig noterende schrijvelaars de Brugse coach even kunnen herinneren aan 11 mei 1988. Dat was de dag dat KV Mechelen, met Preud’homme onder de lat, het Hollandse Ajax versloeg in een Europese finale en zich, zevenentwintig jaar later, nog altijd de “jongste” Belgische winnaar van een Europabeker mag noemen. Dat klinkt, eerlijk gezegd, rijkelijk historisch laat. Komt bij dat niets in het nationale clubvoetbal doet denken aan een mogelijke historische campagne om KV Mechelen op te volgen.

Net als in alle voorjaarsklassiekers dit jaar ook na Luik-Bastenaken-Luik geen landgenoot op het hoogste podiumtrapje. Vorig seizoen redde Philippe Gilbert, met zijn derde zege in de Amstel God Race, nog de eer van “wielernatie” België. Van “eer redden” was nu geen sprake, laat staan van een “historische” zege. Tenzij, de verdienstelijke winst van Jelle Wallays in Dwars door Vlaanderen, een wedstrijd die voor echte “toppers” qua reputatie en uitstraling een plaatsje verdient in hun voorbereiding op belangrijker werk. Daarin wordt de jongste jaren, helaas, het Belgische aandeel ook steeds meer teruggeschroefd. Dit jaar zelfs tot een niveau dat men “historisch laag” kan noemen, al blijven de media, de VRT op kop, nog zo ontroerend hun best doen om onze wielerminnende goegemeente een andere “perceptie” te blijven opdringen dan die van de “ex-wielernatie” die België geworden is. Greg van Aevermaet was in de voorbije klassiekers min of meer onze enige vaste waarde. Mocht zijn koersdoorzicht even groot zijn als zijn kracht, zijn aanvalsdrift en zijn passie voor het vak, zijn palmares zou wellicht gans anders ogen dan dat van een onvervalste Belgische Raymond Poulidor, met een rits podiumplaatsen om u tegen te zeggen. Helaas voor Greg, zonder die verdiende kers op de taart van winst in een topklassieker. In 1976 was Lucien van Impe de laatste landgenoot die de Ronde van Frankrijk won. Negenendertig jaar later ontbreekt in de Belgische wielerrangen nog altijd een volwaardig renner, een mogelijke opvolger, ook al lijkt Tim Wellens uit voor het betere rondewerk geschikte hout gesneden. Tom Boonen en Philippe Gilbert zitten allebei op het keerpunt van hun carrière. Veel uitzicht op hun aflossing in de klassiekers is er niet. Een neerwaarts scenario betreffende die klassiekers, zoals in de grote ronden, is voor de volgende jaren niet uit te sluiten. Vandaar vooral hoop dat de stempel “historisch laag” enkel voor het voorbije voorseizoen zal gelden.