Uit de smalle beursstraat

Naar een belastingverhoging

De belastingverschuiving of “tax shift” die de federale plant, dreigt een “tax lift” te worden: een belastingverhoging. Dat zal komen door het vele lobbywerk. Niet door de vakbonden, maar verbazend genoeg door de druk van de werkgevers.

Het wordt de belangrijkste opdracht voor de federale regering-Michel: een “tax shift” of belastingverschuiving doorvoeren waarbij de lasten op arbeid omlaag gaan, terwijl ergens anders naar nieuwe fiscale inkomsten wordt gezocht. De hoge belasting op arbeid in België is dodelijk voor de concurrentiekracht van de bedrijven en is een hinderpaal voor jobcreatie. Volgens de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) bedraagt de Belgische loonkostenhandicap ten opzichte van de buurlanden 2,9 procent. Dat is lager dan een paar jaar geleden toen de loonkosten (niet alleen het nettoloon, maar de totale loonkost voor de werkgever) hier nog 4,2 procent hoger lagen. Het gaat trouwens om het loonkostverschil sinds 1996, toen de wet op het concurrentievermogen werd ingevoerd. Bekijken we het op langere termijn, dan bedroeg die handicap 16 procent.

De regering-Michel wil dit concurrentienadeel wegwerken door verschillende maatregelen. De eerste zijn al genomen: de indexsprong (een loonlastenverlaging van 2,6 miljard euro) en verlagingen van de werkgeversbijdragen die over de legislatuur gespreid zo’n 1 miljard euro bedragen. Maar dat is niet genoeg. De loonkost blijft hier te hoog en daarom zal de federale regering verdere stappen ondernemen om de lasten op arbeid te verlagen. Als compensatie is er sprake van een verhoging van bepaalde btw-tarieven, meer milieubelasting en taksen op vermogen.

Maar de voorbije dagen ging de aandacht vooral naar de concrete invulling van die lagere lasten op arbeid. Grosso modo zijn er drie mogelijkheden. De eerste is dat de werkgeversbijdragen verlaagd worden en de bedrijven daardoor meer ademruimte krijgen om mensen aan te werven. Zowel Pieter Timmermans van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) als een aantal economen van de Ravensteingroep (Geert Janssens van VKW, Peter vanden Houte van ING, Luc Sels van de KU Leuven en Etienne de Callataÿ van Bank Degroof) pleiten voor die aanpak. Als compensatie voor die lagere lasten voor de werkgevers kan dan de btw verhoogd worden, of kunnen bepaalde lage btw-tarieven worden opgetrokken. In de praktijk betekent dat voor de gewone burger echter geen “tax shift”, maar een “tax lift” of belastingverhoging. Hogere btw of hogere lasten op energie doen de factuur stijgen, terwijl de man in de straat nog altijd evenveel belastingen betaalt. De enige winnaars bij de werknemers zijn diegenen die door de lagere lasten voor de werkgevers worden aangeworven. Al hebben de bedrijven nog geen enkele garantie op jobcreatie gegeven. In zekere zin is dat te begrijpen, aangezien de werkgelegenheidseffecten van zo’n lastenverlaging zich niet meteen laten voelen.

De werkgevers zijn nu zwaar aan het lobbyen bij de regering om een belastingverschuiving door te voeren die zo goed als volledig via lagere werkgeversbijdragen gebeurt. Ze voelen immers nattigheid. Leden van de federale meerderheid – onder anderen N-VA-Kamerfractievoorzitter Hendrik Vuye – hebben al laten weten dat de werkgevers met de indexsprong en andere lastenverlagingen al genoeg gekregen hebben. Nu is het tijd om de burger te belonen, want de laatste echte belastingverlaging voor hen dateert al van de periode-Verhofstadt. De regering kan beslissen de werknemersbijdragen of de bedrijfsvoorheffing te verlagen. Daardoor stijgt het netto-inkomen van de werkenden. Maar voor de werkgevers is dat minder interessant. Zij zullen erop wijzen dat die niet tot extra jobcreatie leidt. De werkgevers beweren ook dat dit geld van de belastingverlaging voor een deel zal worden opgepot en niet geconsumeerd.

Een derde mogelijkheid is de verlaging van de personenbelasting, gecompenseerd door andere belastingen. Bij een lagere personenbelasting waarbij iedereen per maand 100 euro netto meer krijgt, is een “tax shift” van 4 tot 5 miljard nodig. Dat geld kan enkel elders gevonden worden door de btw te verhogen. Dat kan door het opheffen van allerlei uitzonderingen en gunsttarieven. Zoals dat van 6 procent op elektriciteit of renovaties van woningen. Maar bepaalde sectoren, zoals de bouw, zijn nu al aan het lobbyen om die hogere btw tegen te houden omdat dit de economische activiteit in die sectoren zou fnuiken.

Het wordt uitkijken wie aan het langste eind trekt. De werkgevers, die hun lasten verder willen zien dalen en vooral hun winstmarges willen doen stijgen. Of de regering-Michel, die de kiezers een fiscaal cadeau wil geven via een belastingverlaging voor de werknemers, en daar tegen 2019 voor beloond hoopt te worden.

Angélique Vanderstraeten


Tags assigned to this article:
2015-18Beurs

Related Articles

Roskammen

Weer leren leven Toen hij zijn regenboogtrui aantrok, verklaarde wereldkampioen wielrennen Peter Sagan dat “weer leren leven” de prioritaire opdracht

Lezersbrieven

Vervlogen tijden Pallieterke, Ik ben zo vrij u een verhaaltje uit 1978 te vertellen. Ik was student, actief in het

Mark Grammens

Oorsprong en verval van de euro Over één zaak kan men het eens zijn: het heeft Europa de laatste weken