Vakbonden, Morel en De Wever: naar vrije sociale verkiezingen in 2016?

Politiek is een spel van snel wisselende brandpunten, maar soms loont het toch de moeite bij sommige ervan wat langer stil te staan. De overdreven almacht van de drie traditionele vakbonden in dit land, ABVV, ACV en ACLVB, is er zeker één. Of het nu gaat om de communautaire blokkeringen, het ontspoorde immigratiebeleid, de sanering van de staatsfinanciën of de bestrijding van corruptie en gesjoemel, wie dat ernstig wil aanpakken, kan niet om de nefaste invloed van de drie ondemocratische machtsbastions heen, waarvan het monopolie op het ‘sociale overleg’ in stokoude naoorlogse wetten verankerd is.

We schreven er vorige week al over: N-VA-Kamerlid Zuhal Demir bond de kat de bel aan. Ze hekelde, terecht, het feit dat de drie bonden te veel onterecht dopgeld uitbetalen en die bedragen niet meer terug ingevorderd krijgen. Daarnaast is er nog het feit dat de bonden voor de uitbetaling van werkloosheidsgeld meer dan 200 miljoen euro ‘werkingskosten’ incasseren en zo met gemeenschapsgeld aan ledenwerving doen. Bart de Wever ging in De Zevende Dag dan ook terecht voluit: ‘In de rest van de wereld doet men het anders, en dat is ook logischer. De vakbonden in dit land hebben veel leden omdat ze machtig zijn, niet omgekeerd.’

Morel

Die uitspraak klonk ons bekend in de oren. We hebben wat opzoekingswerk verricht. En inderdaad, ze werd al in 2006 gedaan in de krant ‘De Tijd’, en wel in deze vorm: “De mensen willen zeker niet meer in zuilen worden ingedeeld, maar het parallelle circuit is vandaag sterker dan ooit. Veel leden van onze partij zijn aangesloten bij ACV, ABVV, CM… enkel en alleen om de service. De vakbonden hebben in dit land veel leden omdat ze veel macht hebben, en eigenlijk zou het omgekeerd moeten zijn.” Was getekend: Marie-Rose Morel, toen Vlaams volksvertegenwoordiger voor Vlaams Belang, en aanvoerster van de VB-Vakbondscel.

Dat Bart de Wever exact dezelfde en correcte analyse maakt als destijds Marie-Rose Morel, hoeft niet te verbazen. Er is echter één belangrijk verschil. Marie-Rose Morel was actief in het Vlaams Belang, een partij die door het ‘cordon sanitaire’ vastzat in de oppositie, en dus géén macht kon uitoefenen. De Wever heeft dat feit vaak en dik in de verf gezet. Het was beter, aldus De Wever, te kiezen voor de N-VA, omdat die niet in een cordon zit, niet veroordeeld is tot de oppositie, en bijgevolg wél macht kan uitoefenen. Met succes, zoals de verkiezingsuitslagen aantoonden.

Willen, niet kunnen

De politiek zindelijke vraag die men nu moet stellen, is: wanneer gaat Bart de Wever daar iets aan veranderen, en dus bewijzen dat hij het verschil kan maken met Marie-Rose Morel? Zijn antwoord daarop in De Zevende dag was ontluisterend: “Als ik het alleen voor het zeggen had, voerde ik meteen de nodige aanpassingen door.” Wat De Wever daar zegt, is: ik ben burgemeester, voorzitter van de grootste partij van het land, heb ministers in de federale regering en in de Vlaamse regering, maar ik kan pas iets veranderen aan de almacht van de drie vakbonden als ik 51 procent van de stemmen haal. Mogen wij daar toch nadrukkelijk een groot vraagteken bij plaatsen?

Om te beginnen, zou de N-VA er vanuit haar unieke machtspositie al voor kunnen zorgen dat minstens de wetten die bestaan ook worden toegepast. De wet zegt dat een vakbond alleen erkend en representatief is als hij – vroeger 50.000, nu zelfs – 100.000 leden heeft. ACV en ABVV halen dat aantal met gemak, maar het ACLVB hoegenaamd niet. Waarom geen echte telling doorvoeren? De bonden liegen systematisch door te beweren dat een zéér groot percentage van hun kantoren en personeel gebruikt wordt voor de uitbetaling van het dopgeld, terwijl dat in werkelijkheid véél minder is. Waarom voert de regering geen controles uit, gevolgd door de bij wet voorziene sancties? De wet zegt dat in de bouwsector sociale verkiezingen moeten gehouden worden, de volgende in 2016, maar de drie bonden weigeren dat, in ruil voor een dik pak geld van de bazen voor de vakbondskas; waarom verwittigt de regering niet dat dit niet langer zal gepikt worden, en waarom treden de sociale inspectiediensten niet op?

Van de vakbond blijf je af

In gans België is een systeem gegroeid waarbij burgemeesters, schepenen, ambtenaren, inspecteurs, belastingcontroleurs en politiemensen één ding weten: ‘Van de vakbond blijf je beter af, want daar krijg je last mee.’ Als de N-VA morgen het signaal uitstuurt ‘pas de wet toe, ook op de vakbonden’, dan gaat een orkaan opsteken waarbij het ARCO-schandaal klein bier is. Is dat ‘delicaat’? Misschien. Gaan de bonden moord en brand schreeuwen? Uiteraard. Maar het toepassen van de wet zoals die is neergeschreven door een democratische meerderheid, is de verdomde plicht van al wie een samenleving eindelijk uit de poel van inefficiëntie, verspilling en vriendjespolitiek wil trekken.

Naast het toepassen van de wet zou de N-VA toch overal eens de discussie kunnen beginnen over de beleidsmatige scheeftrekkingen die de voorbije vijftig jaar gegroeid zijn. Ook in de stad Antwerpen worden vanuit de begroting enorme bedragen opzijgezet om de syndicale premies van de gesyndiceerden te betalen; zo worden de lidgelden van de bonden betaald door alle burgers. Waarom die betalingen niet schrappen? Waarom moeten vakbonden nog uitzendingen hebben op radio en tv, betaald met belastinggeld? Waarom wordt door alle overheidsdiensten geld betaald aan de bonden voor ‘vormingswerk’, dat in praktijk gebruikt wordt voor uitstapjes met veel drank en eten, terwijl de bonden tegelijk een dik gesubsidieerde vormingsdienst hebben? Zo kan men nog een uurtje doorgaan: het aantal niveaus waar de bonden een graantje meepikken, is eindeloos.

En dan is er natuurlijk de wetgeving. De bewering van de bonden, dat zij zo machtig zijn dankzij de tevredenheid van hun vele leden, kan volgend jaar op schitterende en democratische wijze op de proef gesteld worden. Zoals gezegd, worden volgend jaar, in 2016, sociale verkiezingen gehouden in (bijna) alle bedrijven. In al onze buurlanden zijn meerdere lijsten in een bedrijf mogelijk; alleen in België kunnen enkel lijsten ingediend worden door ABVV, ACV en ACLVB. Hun monopolie staat verankerd in een stokoude naoorlogse wet. Een hopeloos gedateerde regeling, die we eigenlijk enkel kennen uit de vroegere Sovjet-Unie…

Meerderheid of oppositie

Er bestaat maar één uitzondering: voor de erg kleine categorie van de kaderleden kunnen ook anderen lijsten indienen. Welnu, indien in die wet slechts één artikeltje gewijzigd wordt, waardoor de al bestaande uitzondering voor kaderleden wordt veralgemeend, voor alle werknemers, dan kunnen volgend jaar ook onafhankelijke of Vlaams-nationale vakbondskandidaten deelnemen aan de sociale verkiezingen. Waarom zou een kaderlid wel, en een ‘gewone’ werknemer niet vrij mogen kiezen voor wat anders dan AVC, ABVV of ACLVB? Is dat geen ‘discriminatie’ die dringend moet weggewerkt worden?

Als de bonden écht zo zeker zijn van de tevredenheid en de trouw van hun leden, zullen zij met plezier volgend jaar de concurrentie met onafhankelijke of Vlaams-nationale lijsten aangaan. VB en N-VA weten meteen welke wetsvoorstellen ze moeten indienen; we kunnen dan meteen vergelijken, wie van hen het meeste resultaat boekt, de ene vanuit de oppositie, de andere vanuit alle meerderheden.

HdG


Tags assigned to this article:
2015-18

Related Articles

Slapend Londen. Levendig Edinburgh

Sneller dan verwacht heeft Groot-Brittannië een nieuwe regering. Niet alleen de eerste minister werd vervangen. Heel het kabinet werd herschikt.

Absurdistan

Betalen! De Nationale Bank van belgië (NBb) wil dat de banken in de toekomst voor sommige van hun diensten meer

Het grote digitaliseringsproject: stand van zaken

Sinds april 2016 zijn we op de weelderige kantoren bezig met het digitaliseringsproject. Voor lezers die er ondertussen zijn bijgekomen,