Jan Nuyts (links op de foto) samen met Bruno de Winter
Jan Nuyts (links op de foto) samen met Bruno de Winter

Eind juli jl. is één van de bekendste Vlaamse filmregisseurs, Roland Verhavert, overleden. Wat die man allemaal gerealiseerd heeft, als filmrecensent, animator van filmclubs, realisator en presentator van ‘Première’ op de BRT-TV (van 1953 tot 1961), samensteller van filmanthologieën, auteur van filmstudies, filmdocent en wat nog meer, is nauwelijks in een boek te vatten. Mijmerend over Roland dwaalden mijn gedachten af naar Bruno de Winter (1910-1955), de oprichter, hoofdredacteur en ‘het gezicht’ van het populaire weekblad “’t Pallieterke”.

Weinigen weten …

Weinigen weten, of zijn het vergeten, dat Bruno de Winter tijdens de oorlog in Mortsel woonde en dat zijn huis gelegen aan de Osylei (hij woonde er vanaf 1936) op 5 april 1943 bij een luchtbombardement, door ‘friendly fire’ – Amerikaanse B-17’s – ,werd vernield. Hij was toen 33 en diende met vrouw en kinderen naar Antwerpen te verhuizen.

Weinigen zijn ervan op de hoogte dat De Winter een goed decennium later, in 1955 om precies te zijn, één van de producenten was van de Vlaamse film Meeuwen sterven in de haven, gedraaid door het driemanschap Rik Kuypers, Ivo Michiels en Roland Verhavert. Het werd een artistiek succes, vaak genoeg genoemd als ‘de eerste Vlaamse kwaliteitsfilm’ en bekroond op het (tweede) Nationaal Festival van de Belgische Film in Antwerpen. Bruno de Winter had een aantal van zijn vrienden aangespoord om wat geld in te zetten voor een filmproductie. Er kon gestart worden met een kapitaal van 22.500 euro en de drie kineasten werkten volkomen pro deo. Een kassucces is de film nooit geworden, erkenning kreeg hij wel, zelfs een voorstelling op het festival van Cannes in 1956. De geldschieters zijn wellicht uit hun kosten gekomen, maar waren niet langer bereid een volgende productie op touw te zetten. Misschien zou het anders verlopen zijn indien Bruno de Winter niet op 30 mei 1955, nog voor de film voltooid was, onverwacht was overleden. Mogelijk had hij met zijn onverwoestbaar optimisme en zijn overredingskracht zijn compagnons kunnen overtuigen om het toch nog maar eens te wagen.

Ook weinigen weten dat De Winter afkomstig is uit een liberale familie. Zijn vader was kapitein ter lange omvaart, zijn moeder was verpleegster. Het lager middelbaar onderwijs volgde hij aan het Sint-Jan Berchmanscollege in Antwerpen. Als zestienjarige ging hij als bediende bij het verzekeringskantoor van zijn oom werken. In 1931, op 21-jarige leeftijd, trad hij in dienst bij de Antwerpse krant Het Handelsblad. Hij begon als hulpje, maar werkte zich op tot volwaardig redacteur. Hij versloeg onder meer de werkzaamheden in het parlement en hij was ook actief als Antwerps stadsredacteur. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij een tijdje door de Duitse bezetter gevangengezet. De krant verscheen niet langer tijdens de oorlog en De Winter werkte, willens nillens, als ambtenaar voor de Nationale Landbouw- en Voedingscorporatie. Na de bevrijding hernam hij zijn werk voor Het Handelsblad. Hij kreeg er een eigen column die ‘Kleine Kronijk’ werd genoemd en die spoedig razend populair werd. Hij ondertekende die rubriek, waarin hij op satirische wijze zijn mening gaf over allerlei gebeurtenissen in stad en land, als ’t Pallieterke. De Winter wilde zijn column uitbouwen tot een weekblad, maar kreeg geen gehoor bij de bazen van zijn krant. Anderzijds vroegen leden van een katholieke jeugdbeweging hem te reageren op een minderwaardig moppenblad (Piccolo?). In samenwerking met de reclameagenten Polderman en Van Gool richtte hij het weekblad ’t Pallieterke op, waarvan het eerste nummer verscheen op 17 mei 1945 (op vier bladzijden op groot formaat, later (vanaf november 1945) aangevuld met rake tekeningen van Jef Nijs, de vader van het latere Jommeke, en dat voor de ‘voorlopige woekerprijs’ van 3 frank), kort nadat hij Het Handelsblad dat voorjaar had verlaten. Hij bleef zijn weekblad leiden tot zijn dood.

Hilde van Gaelen en Jef Anthierens

Het ’t Pallieterke-verhaal is niet banaal of alledaags. Het is bij mijn weten één van de weinige periodieken, in de vorm van een weekblad, dat al haast zeventig jaar overleeft zonder storende reclameboodschappen. Als student leerde ik het kennen en dweepte, samen met mijn klasgenoten, vooral met de boeken-, sport- en filmrubriek. Als ik me niet vergis (want de pseudoniemen vlogen de pan uit), werd de filmrubriek van 1952 tot 1954 verzorgd door Hilde van Gaelen, met een erg persoonlijke stijl, allesbehalve routinejournalistiek en vaak met tegendraadse interpretaties.

Ik herinner me nog steeds dat zij haar wat puberale bewondering voor de Duitse acteur O. W. Fischer niet onder stoelen of banken stak. Een andere ’t Pallieterke-medewerker (begonnen in 1976) was Jef Anthierens (die later mijn hoofdredacteur van het weekblad De Post werd), de rijzige oudere broer van Johan Anthierens. Jef was een groot taalkunstenaar, die alle kneepjes van het vak kende. Na de Tweede Wereldoorlog maakte hij van ‘Humoradio’ het succesblad ‘Humo’. Zijn boutades werden legendarisch. (“Ik ben helemaal geen racist, zolang een zwarte, bruine, rooie of gele van rechtse signatuur is, is hij een medestander.”) De Winter leidde ‘t Pallieterke van begin tot einde en hij schreef het aanvankelijk als allround journalist haast helemaal alleen vol. Gaston Durnez typeert hem en zijn blad nog het beste: “Hij had een scherpe en vlotte pen, die op diverse terreinen werkzaam is geweest. Aanvankelijk helemaal niet Vlaams-nationalistisch of federalistisch gezind, evolueerde hij onder invloed van de naoorlogse door hem als onrechtvaardig geachte repressie en van de Koningskwestie. Na de ‘Waalse straatrevolutie’ van 1950 bepleitte hij een grondige hervorming van België, waartoe de Vlaams-nationalisten zich in een eigen partij moesten verenigen. Dit alles bezorgde hem een grote populariteit.”

Die populariteit vertaalde zich in een enorme oplage, op het hoogtepunt zelfs 48.000 exemplaren per week (vandaag gemiddeld 20.000). Vlaanderens linkerzijde vond het niet zo leuk dat De Winter het op zijn bekende ironische, satirische en soms ernstige wijze opnam voor iets dat omschreven werd als ‘anarchistisch katholiek flamingantisme’ dat evolueerde naar een meer uitgesproken rechts Vlaams-nationalisme. Wisten zij dat De Winter zelfs een tijdje door de bezetter was opgepakt, dat hij zich helemaal niet met collaboratie had ingelaten en dat hij eerder een anglofiel was!

Bruno de Winter stierf vroegtijdig, aan een hartaanval, amper 45 jaar. Zijn taak als hoofdredacteur werd meteen overgenomen door zijn naaste medewerker Jan Nuyts, die het aantal rubrieken gevoelig uitbreidde en die aardig wat mensen overhaalde om hun medewerking aan het blad te verlenen, meestal onder schuilnamen! Er was zelfs een tijd dat ’t Pallieterke op de index van de kerk stond!!! Hoe ook, Jan Nuyts bleef vijfenveertig jaar hoofdredacteur. Hij overleed in 2002 en werd opgevolgd door Leo Custers, voormalig chef-redacteur Buitenland bij Gazet van Antwerpen, en de huidige hoofdredacteur Karl van Camp. Heel wat bekende namen bleven of blijven hun medewerking verlenen, waaronder Louis de Lentdecker, Arthur de Bruyne, Jan D’Haese, Jan Merckx (oprichter van VTM), Karel Dillen, zijn zoon Koen Dillen (berichten uit Frankrijk), Gerolf Annemans, Jef Elbers (!), Mark Grammens, Marc Platel (!), Paul Beliën, Jan Neckers, Koenraad Elst, Peter de Roover, Frans Crols, Pieter Jan Verstraete, Hendrik Carette, Dirk Rochtus en Jan Veestraeten.

Cartoons

’t Pallieterke is ook wereldberoemd in Vlaanderen geworden dankzij de vele cartoons die erin verschenen in de plaats van foto’s. Willy Mertens was de eerste die er aan de slag kon, opgevolgd door Jef Nys, tot 1956, toen zijn Jommeke meer tijd opslorpte (Jef Nys tekende in de naoorlogse periode o.a. onder het pseudoniem Jef Nice), Paul de Valck (alias Brasser, vanaf 1961), Fré, André Nollet en Jancart (ook cartoonist voor ’t Periodiekske en De Passant).

John RIJPENS


Wie meer wil lezen over Bruno de Winter raden wij volgende literatuur aan:

  • Demedts: ‘De historiek van een satirisch weekblad. ’t Pallieterke van Bruno de Winter’ (in WIJ, 11 juni 1987)
  • Gaston Durnez: ‘Persgeschiedenis belicht naoorlogse evolutie. Toen ’t Pallieterke een Witte was’ (in De Standaard van 21 maart 1987)
  • T. ten Bensel: ‘Bij de dood van ’t Pallieterkes Bruno de Winter. Het portret is af’ (in De Linie, 3 juni 1955)
  • T. ten Bensel ‘’t Pallieterke, een vuile tong, maar niet van het zolen likken’ (in De Vlaamse Linie, 23 januari 1953)
  • Binnenkort verschijnt een heruitgave van het boek ’t Pallieterke van Bruno de Winter, geschreven door Mark Vervaeck. Om dit boek te bestellen, klik HIER.