Stef van Stiphout - 13 maart 1958
Stef van Stiphout – 13 maart 1958

Als er een blad is dat kan bogen op een rijke cartoontraditie, dan is het wel ‘t Pallieterke.  Alhoewel, in het eerste nummer van 17 mei 1945 stonden slechts enkele tekeningen en zonder al te veel kwaliteit.

Tot op heden heeft nog nooit iemand een echte studie gemaakt over de cartoonisten van ‘t Pallieterke.  Ook dit artikel kan maar aandacht besteden aan een aantal tekenaars. In de beginjaren werden de cartoons niet altijd ondertekend, of zijn de namen van de cartoonisten al lang vergeten. Meestal werd met een pseudonieum ondertekend, en dat maakt het vandaag niet gemakkelijk om de ware naam achter de cartoonist te vinden.  Daarom ook onze warme oproep: wie informatie heeft over bepaalde cartoonisten die voor ‘t Pallieterke getekend hebben, mag ons dat altijd bezorgen.

Het begin

Op zoek naar tekentalent loofde de Bruno de Winter een geldprijs ter waarde van 1000 frank uit, wat destijds een meer dan behoorlijk bedrag was. De opdracht bestond eruit om een nepbankbiljet te ontwerpen waarin de socialist Kamiel Huysmans (1871-1968) als eerste president van de Republiek België moest worden opgevoerd. Daarmee speelde De Winter in op een politiek vraagstuk dat op dat moment België in een verstikkende greep hield: de Koningskwestie.

Er worden niet minder dan 142 tekeningen ingezonden, waaruit Bruno De Winter zelf 10 cartoons geselecteerde. Vanaf september 1945 wordt elke week een cartoon gepubliceerd in ‘t Pallieterke. De lezers konden mee de beste cartoon uit de tien finalisten kiezen.

Sinjoorke

Nog voor de uitslag bekend is, heeft Bruno de Winter zelf al een definitieve keuze gemaakt: Willy Mertens. Deze laatste zal onder de schuilnaam Sinjoorke al vanaf september tekeningen aanleveren. Mertens was een ex-dwangarbeider die in vliegtuigfabrieken in Duitsland gewerkt had. Mertens werkte na de oorlog bij ‘den Bell’.

Jef Nys was een andere finalist van de cartoonwedstrijd en uiteindelijk werd hij door de lezers uitgeroepen tot winnaar en startte enkele weken later voltijds bij ‘t Pallieterke. Samen met Willy Mertens vormde hij jarenlang een artistieke tandem. De acht afvallers werden overigens niet onmiddellijk afgeschreven. De cartoonisten met de pseudoniemen “g” en “Noeka” leverden ook na de aanstelling van Willy Mertens en Jef Nys hun bijdrage en draaiden tijdens de tweede jaargang nog een tijdje mee. Hun identiteit is al even mysterieus als die van de tekenaar die zelfs helemaal geen schuilnaam schijnt te hebben, maar zijn creaties signeerde met een zeilbootje. Hij en niet Jef Nys, zoals sommigen eerst aannamen, was de echte auteur van de korte stripreeks “Kadodderke”, die verscheen in de tweede en derde jaargang.

Ergens begin de jaren ’50 neemt Willy Mertens ontslag bij Bell en levert nu het het gros van de tekeningen van ‘t Pallieterke. Daarnaast tekende hij ook voor De Standaard en enkele West-Duitse bladen.

Aan zijn tekentalent kwam abrupt een einde: Willy Mertens sterft in 1957 op 37 jarige leeftijd.

Jef Nys

Wanneer Bruno De Winter op amper 45 jarige leeftijd komt te overlijden, komt het hoofdredacteurschap in handen van Jan Nuyts, tot dan de redactiesecretaris. Jef Nys zal nog 1,5 jaar blijven tekenen voor ‘t Pallieterke, maar heeft ondertussen een ander medium ontdekt: het stripverhaal. Hij tekent ondertussen ook voor Kerkelijk Leven waar de figuur Jommeke een eigen leven begint te leiden. Jef Nys neemt in november 1956 afscheid van ‘t Pallieterke. (lees ook het volledige verhaal van Jef Nys op blz. 38)

Stef van Stiphout

De Limburger Stef Van Stiphout (Hasselt 1931) trok als 16-jarige naar Sint-Lucas Luik voor een opleiding als tekenaar en illustrator.

Als student maakte hij veel gelegenheidstekeningen zoals karikaturen van zijn vrienden en nieuwjaarskaarten. Toch verkende hij in het kader van zijn opleiding ook andere artistieke horizonten. Zoals een linosnede uit 1951 toont, had hij inmiddels kennis gemaakt met het werk van Frans Masereel. In 1952 vervulde hij, eveneens in Luik, zijn militaire dienstplicht. Tijdens die periode versierde hij de kantine met humoristische fresco’s van het soldatenleven en begon hij als freelancer te werken voor het weekblad Robbedoes en de Zuid-Nederlandse uitgeverij in Mechelen. Voor ‘t Pallieterke maakte hij toen al zijn eerste illustraties bij de film- en toneelkritieken.

Na zijn huwelijk in 1956 verhuisde hij naar Mechelen en kort daarna naar Antwerpen. In 1957 werd hij vaste medewerker bij ‘t Pallieterke. Stef nam bijna een kwart eeuw het leeuwenaandeel van de tekeningen voor zijn rekening. Tussendoor vervulde hij nog illustratieopdrachten voor de uitgeverijen Van In, De Standaard en Heideland. Hij moet zeker voor een 200-tal boeken illustraties geleverd hebben. In 1981 werd hij ernstig ziek en moest alle tekenactiviteiten stopzetten. Hij overleed op 9 augustus 1995 in Mortsel.

Bob Mau - 2 januari 1958
Bob Mau – 2 januari 1958

Bob Mau

Vanaf januari 1958 kan ‘t Pallieterke rekenen op een nieuwe aanwinst: Bob Mau, toen 32 jaar oud. Hij had architectuur gestudeerd aan Sint-Lucas in Schaarbeek, maar was ook bedrijvig met beeldhouwen, schilderen en illustreren. Hij deed dat niet alleen voor Het Handelsblad en ‘t Pallieterke, maar bijvoorbeeld ook voor Kerkelijk Leven, waar op dat zelfde ogenblik ook Jef Nys bedrijvig was. De doortocht van Bob Mau is van relatief korte duur. Al in 1959 stopt de samenwerking. Hij tekent meer en meer strips, en in 1962 verschijnt de eerste aflevering van Kari Lente in Gazet van Antwerpen en nadien in Het Belang van Limburg.

Hug

Hug is de schuilnaam van Hugo Leyers.  Hugo, vader van zanger Jan Leyers, was architect maar daarnaast ook een gedreven tekenaar. Hij tekende voor ‘t Pallieterke van 1957 tot 1963. Daarna stopt zijn medewerking, om dan vanaf 1982 tot 1986 opnieuw cartoons aan te leveren.  Onder een andere schuilnaam “Haschèl” tekende hij enkele stripalbums “De Neus”. In 1985 verschenen stripalbums over de geschiedenis van De Nederlanden en over de geschiedenis van Vlaanderen.  Ook was hij de illustrator van het “Het grote Bierbuyck-boek’ dat verscheen in 1988 en uitgegeven werd bij De Vlijt. Hij overleed in Kontich in 2007

Rik Blomme

Blomme werkte bij Gevaert in Mortsel en woonde in Hove. Tekenen was zijn hobby en menig collega bij Gevaert werd op papier vereeuwigd met een cartoon.  Rik leverde voor ‘t Pallieterke cartoons vanaf 1961 en bleef dit 15 jaar lang volhouden tot 1976.

Pirana - 1 februari 1973
Pirana – 1 februari 1973

Pirana   

Zijn pseudoniem ontleende hij aan de vraatzuchtige vissoort: de piranha. ZIjn echte naam: Leon van de Velde, geboren in Zele op 9 februari 1947.

Op Wikipedia staat te lezen dat Pirana debuteerde in 1978 in de krant De Voorpost in de Denderstreek. Maar dat is fout.  De eerste tekeningen van Piranha verschenen in ‘t Pallieterke vanaf 1970. Tot 1981 bleef hij cartoons leveren aan ‘t Pallieterke. Pirana was heel productief en leverde ook cartoons aan Het Volk, Panorama, P-Magazine en Penthouse. (en nog andere). Ook in buitenlandse tijdschriften verschenen zijn cartoons. Vanaf 1982 werkte hij voor het nieuwe satirische blad De Zwijger van Johan Anthierens.

Cork - 5 maart 1970
Cork – 5 maart 1970

Cork

Vanaf 1960 leverde Cor Hoekstra tekeningen aan ‘t Pallieterke onder het pseudoniem Cork. Hoekstra was een Nederlands cartoonist (geboren 1931) en tekende voor Haagse Post, Revue, Panorama, en andere tijdschriften. Zijn absurde tekeningen en humor – zonder tekst – werd al snel wereldwijd populair. Zijn tekeningen verschenen in publicaties in Europa, de Verenigde Staten, Midden-Oosten en Japan.  Onder de buitenlandse bladen die zijn cartoons opnamen waren ondermeer de Frankfurter Allgemeine Zeitung, de New York Times en de Chicago Tribune. Tot in 1983 verschenen er tekeningen van hem in ‘t Pallieterke. Hij overleed op 29 februari 1996.

Brasser

Pol de Valck, alias Brasser, werd geboren op 6 maart 1937 in Humbeek. Zijn pseudoniem ontleende hij aan de spotnaam van de Humbekenaren: de “Brassers”. Dat het tekenen Pol De Valck in het bloed zat, bewijzen zijn eerste tekeningen. In 1950 begon hij, als dertienjarige knaap, korte strips te tekenen. Later was ook de voetbalploeg een bron van inspiratie.

Toen hij met Leona Van Belle uit Schepdaal huwde en in de jaren zestig in deze deelgemeente van Groot-Dilbeek kwam wonen, werd hij een “rasechte geadopteerde Pajottenlander”.

Brasser - 1 januari 1997
Brasser – 1 januari 1997

Zijn “werkende” loopbaan begon hij als foto- en filmretoucheur bij drukkerij ASAR in Anderlecht. Het duurde echter tot einde mei 1962 alvorens zijn eerste cartoon werd gepubliceerd in ’t Pallieterke. In 1965 volgde March, een uitgave van Milac. Later publiceerde hij ook in Het Volk, Randkrant, TV-Express, de Brusselse Post en de Volksmacht.

Vanaf 1971 tekende hij in Het Nieuwsblad (Grafiek, Schavotje) waar hij meewerkte aan de rubrieken Prik, Brasserie, Beknopt Verslag en hij tekende vele sportcartoons (Tourprik, Ronde van Frankrijk, Ronde van Vlaanderen, Olympische Spelen).

De figuurtjes die Brasser op papier zette zijn een vat vol energie, spontaan en krachtig. Grote troef bij zijn tekenstijl is zijn verfijnde lijnvorming. De expressies die hij in een figuur kon leggen, zijn effenaf raak. Bij Brasser kijkt een figuurtje soms bozer dan boos of schatert luider dan een lach.

Brasser was een échte Vlaming en bekende dat openlijk. Hij werkte in Brussel en hij vertelde dikwijls dat je in Brussel moet werken om te weten wat “Vlaming zijn” is.  Pol de Valck heeft 40 jaar lang voor ’t Pallieterke getekend. 64 jaar oud overleed hij in maart 2001. Hoeveel cartoons hij getekend heeft, daarvan bestaat geen inventaris. Naar schatting heeft hij toch zo’n 20.000 cartoons getekend, minsten! Een gigantisch werk. Brasser was een zachtmoedig en beminnelijk man die door vriend en vijand gewaardeerd werd. Hij wordt als één van de onze belangrijkste Vlaamse cartoonisten beschouwd.

André Nollet

Hoofdredacteur Jan Nuyts, die ondertussen 45 jaar aan het roer stond van ’t Pallieterke, had op 1 december 2000 de redactionele leiding van zijn ’t Pallieterke overgedragen aan Leo Custers. Leo schreef al van in 1974 in ’t Pallieterke waar hij o.a. jarenlang de buitenlandse rubriek verzorgde.  De eerste belangrijkste opdracht van Leo Custers bestond er in om een zoektocht te beginnen naar een degelijke opvolger voor Brasser die toen al ernstig ziek was, maar nog wel cartoons leverde zij het in beperkter aandeel.

Het wegvallen van Pol De Valck was een zware slag voor ‘t Pallieterke want de cartoonist was een sterkhouder van het blad.

Nog voor zijn dood had Brasser o.a. zijn collega André Nollet gecontacteerd met de vraag hem bij ’t Pallieterke op te volgen.

André Nollet tekende op dat ogenblik al een tweetal jaar voor Het Laatste Nieuws, en daarvoor 19 jaar voor Het Nieuwsblad. Tevens was hij docent (grafiek) aan de Karel de Grote-Hogeschool te Anwerpen. In februari 2011 ging hij daar met pensioen. André Nollet is nu onze huiscartoonist en doet dat gezwind sinds 2002. Ondertussen zijn er – naar schatting – al zo’n 5000 cartoons van hem in ’t Pallieterke verschenen.  André Nollet is ook tot vandaag leverancier van cartoons voor Het Laatste Nieuws onder het pseudoniem Nollie.

Fré - 16 mei 2001
Fré – 16 mei 2001

Fré

Fré is het pseudoniem van Frederik Pas (Dendermonde, 29 mei 1973). Hij studeerde rechten aan de KU Leuven en publiceerde sinds 1992 cartoons in verschillende bladen, zoals Ons Leven (blad van KVHV-Leuven), Doorbraak (ledenblad van de Vlaamse Volksbeweging) en na zijn studententijd ook voor  ‘t Pallieterke. Voor ‘t Pallieterke tekende hij tot 2001. Sinds 2004 is hij huistekenaar van Vlaams Belang, waarvoor zijn zus Barbara Pas volksvertegenwoordiger is. In 2007 verscheen bij Uitgeverij Egmont zijn cartoonbundel Op pad met Verhofstadt, in 2009 de bundel De slaap van de rede en in 2013 Niet te koop in de boekhandel.

Griet

Griet Blockx is een geval apart. Waar de cartoonistenwereld vooral (en in het algemeen) blijkbaar bevolkt wordt door mannen, is Griet van het vrouwelijk geslacht. Geboren in de rand van Leuven, volgde ze jaren later een opleiding in de reclamevormgeving. En dat deed ze in Antwerpen, aan de Karel de Grote Hogeschool, waar een zekere André Nollet lesgever was. Van het één kwam het ander en André loodste haar binnen bij ‘t Pallieterke. Sinds 2004 levert ze wekelijks enkele cartoons in haar eigen typische tekenstijl en met een vleugje vrouwelijke humor.

Manten

Manten is het pseudoniem van Amand Van Rompaey, geboren in 1928. In de jaren vijftig was hij leraar tekenen in scholen in Hasselt en Bilzen.  Hij schildert en is ook bezig met glazenierskunst, zoals glas in lood en glas in beton. Zo maakte hij glasramen voor het Vredesmuseum van de IJzertoren in Diksmuide, voor de Oekraïense kerk in Genk, en voor de Onse-Lieve-Vrouwkerk in Hasselt. Manten tekende vanaf 2007 tot 2011 voor ‘t Pallieterke.

Dries - 4 april 2001
Dries – 4 april 2001

Emiel de Bolle

Emiel leerde het ‘t Pallieterke kennen vanaf ergens 1963 toen hij les volgde aan het Hoger Sint-Lukas Instituut te Schaarbeek. En toen hij zijn legerdienst volbracht in het Duitse Soest, mocht hij een abonnement nemen op ‘t Pallieterke. Zijn adjudant was toevallig een goede vriend van Bruno de Winter geweest…

Dankzij ‘t Pallieterke kreeg ook Emiel de microbe te pakken om cartoons te gaan tekenen. Hij geraakte goed bevriend met Brasser en Alidor. (Alidor heeft nooit voor ‘t Pallieterke getekend, lees hierover meer op blz. 42)

Dicky - 18 april 2001
Dicky – 18 april 2001

Emiel is al jarenlang aktief als grafisch kunstenaar, docent waarnemingstekenen in het Kunstatelier in Gooik, karikaturist, politiek cartoonist, portrettekenaaar en kunstschilder. Vijentwintig jaar lang zorgde hij voor de dagelijkse ‘Prik’ in Het Nieuwsblad en De Gentenaar, afwisselend met Brasser. Samen tekenden ze ook voor Ring-TV. Emiel de Bolle tekende 11 jaar lang voor Doorbraak (ledenblad van de Vlaamse Volksbeweging) en voor de nieuwssite “Politiek.net” tot 2014. Sinds janurari 2012 zorgt hij wekelijks voor een cartoon in ‘t Pallieterke.

***

Hiermee moet ik voorlopig het overzicht van de cartoonisten besluiten. Plaatsgebrek dwingt me hier te eindigen. Niet zonder nog enkele namen te noemen van tekenaars die ook gedurende langere periode cartoons aanleverden: Korbo, Dicky, Dré, de Con-Serviteur, Dries Vanhaeght, e.a.  In een volgend artikel geef ik ze zeker meer aandacht.

Er zijn zeker nog andere cartoonisten die we vergeten zijn (vergeef ons) of waar we geen verdere gegevens meer over terugvinden, zoals Cabra, Ebbe, Dani, André,….  Nogmaals, onze archieven bulken niet uit inzake personengegevens van onze cartoonisten. Wie ons verder kan helpen met bijkomende informatie, mag ons die altijd bezorgen.


Sinds ik eind 2010 hoofdredacteur werd van ‘t Pallieterke, blijft het een uitdaging om elke week spitse cartoons te brengen. Nieuwe cartoonisten werden gezocht of stuurden een spontane sollicitatie. Als eerste kwam Emiel de Bolle erbij in 2012, enkele maanden later volgde Jancart. De stijl van beide cartoonisten is totaal verschillend, en juist daarom vullen ze elkaar zo mooi aan.  Eind 2013 liep ik eerder toevallig Norbert van Yperzeele tegen het lijf wat eveneens resulteerde in een samenwerking.

Sinds 2014 kan ik beroep doen op nog eens vier nieuwe tekenaars: Eric (sonrop), Maarten, Madman en Rud.

Samengevat: een ploeg van 10 cartoonisten staat elke week paraat om ‘t Pallieterke op te smukken met tekeningen, elk in zijn eigen stijl, elk met een eigen visie op de actualiteit. Prachtig toch!

Karl van Camp