Mark Grammens

Wat wil David Cameron?

De belangstelling van de Europese kringen in Brussel gaat op dit moment bijna uitsluitend uit naar de landen die binnen afzienbare tijd wellicht hun lidmaatschap van de Europese Unie zullen dienen op te geven, dat zijn Griekenland en Engeland. Dat zou in beide gevallen een tragedie zijn voor de Unie, en de betrokken landen weten dat zelf wel het best. De Griekse koppigheid in onderhandelingen met hun Europese geldschieters steunt vrijwel uitsluitend op de chantage-achtige vaststelling dat een breuk met Griekenland Europa torenhoge reputatieschade berokkent.

Zoveel te erger zou een breuk met Groot-Brittannië zijn. Volgens Angela Merkel zou Europa op termijn een breuk met Londen niet overleven. Velen zijn een soortgelijke mening toegedaan, ook al komen slechts weinigen daarvoor uit. In ieder geval maakt niemand zich nog illusies: het door eerste minister David Cameron beloofde referendum over Europa komt er, ergens tussen eind volgend jaar en eind 2017, en het zal gaan over de vraag of men nog tot de Europese Unie wil behoren of niet.

In afwachting van dat referendum hoopt de Britse regering zoveel mogelijk concessies van Europa los te wringen. Cameron heeft immers aangekondigd dat, als die Europese concessies de Britten tevreden stellen, hij en zijn regering een campagne zullen voeren voor een blijvend lidmaatschap van de Unie, maar als de resultaten van het overleg tegenvallen, hij en zijn regering geen kiesadvies voor het referendum over Europa zullen geven. Dus, wil Europa dat Engeland er bij blijft, dan moet het toegevingen doen. Wat wordt van Europa verwacht?

“Europa” geen einddoel

Drie zaken zijn voor de Britse regering essentieel, maar riskeren op veel tegenstand te zullen stuiten in Europa. Het eerste en voornaamste is de vraag van Londen om uit de preambule van het verdrag van Lissabon, dat de in 2005 door een referendum in Nederland en Frankrijk verworpen Europese grondwet verving, de bepaling te schrappen dat de Europese Unie “een steeds geslotener unie” zou vormen. Deze bepaling schraagt het hele proces van toenemende europeanisering. Door die enkele woorden te schrappen verandert de Unie van aard en wat meer is: hierdoor zou het door sommigen nog steeds hartstochtelijk beleefde ideaal van een politieke eenmaking van Europa formeel opgegeven worden.

Merkwaardig is dat dit Britse standpunt onlangs de steun verwierf van Frans Timmermans, dat is de Nederlandse ondervoorzitter van de Europese Commissie in Brussel. NRC Handelsblad (9 mei) herinnert eraan dat Timmermans in 2013 als Nederlands minister van Buitenlandse Zaken in een kabinetsnota schreef dat “de tijd van een ever closer union in de Europese Unie voorbij was”. Het al dan niet schrappen van die zin heeft grote symbolische waarde. Het schrappen van de zin vergt een verdragswijziging, die door de 28 lidstaten moet worden goedgekeurd, hetgeen in sommige landen nog levendige debatten over Europa kan opleveren.

De tweede essentiële Britse eis luidt dat de nationale parlementen medezeggenschap zouden hebben bij uitbreiding van de bevoegdheden van “Europa”. Voor de nabije toekomst komen thema’s als het sociale beleid en het veiligheidsbeleid (politie) in aanmerking om door de Unie opgeslorpt te worden. Volgens de Britten zou dat alleen nog kunnen mits goedkeuring door de nationale parlementen. Ook zouden die parlementen een “evocatierecht” krijgen, dat hen in staat moet stellen om sommige besluiten van de Europese Commissie naar zich toe te trekken voor beoordeling voor ze van kracht worden.

Nationale immigratiepolitiek

Het derde belangrijke thema is de wens van de Britten om de immigratiepolitiek aan de bevoegdheid van Europa te onttrekken en terug te geven aan de nationale instanties. Daar zijn ook anderen in Europa voorstander van, met name de Franse oud-president Sarkozy die

openlijk te kennen heeft gegeven dat hij de Britse eis zal steunen, als hij na de volgende presidentsverkiezingen in zijn land – en dat is niet toevallig in de periode waarin Cameron zijn referendum wil organiseren, – opnieuw aan de macht komt. Sarkozy wil in het algemeen de bevoegdheden van “Brussel” met de helft verminderen en die teruggeven aan de nationale staten.

Houdt men er rekening mee dat de Britse eisen veel steun krijgen in Nederland, de Scandinavische landen en in het voormalige Oost-Europa, dan lijken de “harde” supporters van de Europese integratie op een nederlaag af te stevenen en zullen aan de Britten genoeg toezeggingen worden gedaan om ze bij Europa te houden. Bovendien geraakt Europa slechts met moeite uit de crisis, en zolang die duurt, brengt het uittreden van de Britten zwaar nadeel mee voor de resterende landen van de Unie. De Britse minister van Financiën George Osborne, staat bekend als een overtuigd aanhanger van het geloof in succesvolle onderhandelingen van Londen met “Europa”.

Huidige toestand voordelig voor Londen

Ook volgens Financial Times is dit niet het goede moment om de Europese Unie vaarwel te zeggen, want door geen lid te zijn van de eurozone maar wel tot “Europa” te behoren, geniet Groot-Brittannië het beste van twee werelden. De Britten profiteren van deze enigszins dubbelzinnige positie. De drie landen van de Unie die buiten de euro zijn gebleven en niet wensen hun afwijzende houding te herzien – dat zijn Groot-Brittannië, Zweden en Denemarken – hebben op dit moment alledrie een stuk van hun welvaart te danken aan hun keuze voor Europa maar tegen de euro. Dat voordeel zal nog toenemen als de landen van de euro opgezadeld worden met het compromis dat uiteindelijk bereikt zal worden om Griekenland binnen de eurozone te houden, en de welvarendste landen daarvoor de rekening zullen krijgen gepresenteerd. Nu reeds wordt de rente  in Europa bitter laag gehouden omdat gevreesd wordt dat Italië een verhoging van de rente, die ook van toepassing zou zijn op zijn schuldenlast, niet aankan.

De  Britten hebben zich altijd als de buitenbeentjes van de Europese Unie gevoeld, maar zoals Geert Mak heeft opgemerkt (in De Tijd, 10 januari), het merkwaardige is dat in dat land “nergens echt een Europese tegenbeweging bestaat”. Engeland kan zonder Europa, en men weet dat. Daar moeten we steeds van uitgaan. Sta mij toe uit te pakken met een oud knipsel ten bewijze hiervan. Op 9 oktober 2006 vertelde de toen pas verkozen nieuwe leider van de Britse Conservatieven, David Cameron dus, aan het weekblad Time, dat hij de machtsverhoudingen in de wereld ten voordele van het Verenigd Koninkrijk wilde wijzigen. Daarbij zag hij Groot-Brittannië als een aparte entiteit, die een goede balans moest in acht nemen met Europa en de Verenigde Staten. Het Europese onvermogen om een rol te spelen in het Midden-Oosten en het veiligheidshalve naar zich toetrekken door Duitsland en Frankrijk van de Europese politiek  in Oekraïne en tegenover Rusland, is niet onopgemerkt voorbijgegaan in de wereld, en met name in Londen, waar men zich afvraagt welke meerwaarde Europa nu eigenlijk nog heeft. De hoop van de euro-lidstaten om een aparte entiteit te creëren op het wereldtoneel is niet in vervulling gegaan.

Resultaat van de laatste opiniepeiling in Engeland (Le Monde, 3 mei): 40 procent voor lidmaatschap van de Europese Unie, 39 procent tegen, de rest onbeslist.

MARK GRAMMENS


Tags assigned to this article:
2015-22Mark Grammens

Related Articles

Buitenlands spervuur

Moslims in Moskou Officiële berichten van Russische persagentschappen moeten altijd uiterst kritisch gelezen worden. Geloof nooit zomaar wat er staat.

Den Vaderlandt ghetrouwe (Nederland)

Cao’s Het is geen toeval dat in Nederland veel minder gestaakt wordt. Nauwelijks 19 procent van de Nederlandse werknemers is