17 - Simplicissimus 4 (Medium)De buldog ontmoet Uilenspiegel

Welke Vlaming kent de Duitse lach, de Duitse anarchie en de Duitse spottende pen? Het spotblad “Simplicissimus” was van 1896 tot 1967 de kampioen van de Duitse satire. Zijn satirische gazetten consequent? Neen. “Simplicissimus” begon artistiekerig links en eindigde nazi-vriendelijk.

Het hedendaagse satirische magazine “Eulenspiegel” prikte in één van zijn jongste nummers het “Kirchenasyl” en de linkse “Pfarrer” op de riek. Voorstellen van de chef-redacteur waren: schrap de reispas van pastoors, zodat zij niet kunnen radicaliseren in een op interreligieuze dialoog gespitst Vaticaan. Pasterkes die zich positief uitten over de dialoog met moslims moeten huisbezoek krijgen van de inlichtingendiensten, en als dat niet helpt, sluit dan hun kerk en steek er de brand in. Duitse zwans met een scheut botheid.

17 - Simplicissimus 3Karl Kraus is de peetvader van de Duitse satirici, met het eenmansblad “Die Fackel” (1899-1936). De titel van de concurrent “Simplicissimus” is het best te vertalen als “de allereenvoudigste”, een onnozelaartje. Oorspronkelijk is het een eenvoudige ziel uit het zeventiende-eeuwse Duitsland in een roman van Christoffel von Grimmelshausen. Die band kent niemand meer. De faam van de naam kwam opnieuw vooraan toen de jonge en dynamische uitgever Albert Langen in München in 1896 besloot een kunstzinnig strijdblad voor literatuur en politiek uit te geven met een satirische ondertoon. Het weekblad was links-liberaal en beter dan het toenmalige “Der Wahre Jakob”, een orgaan van de Duitse socialisten, dat satirisch poogde te zijn, maar het meestal niet was. Het rode blad stond vol met roofzuchtige kapitalisten, uitgemergelde arbeiders en een zon die solidair boven de kim piept. Het type verbeelding waarin vandaag in Vlaanderen ACV- en ABVV-bonzen onbeschaamd uitblinken. “Simplicissimus” oogde meteen veel beter, en glorieerde met sublieme tekeningen van “Edelfedern” en bijdragen van uitstekende grapjassen en gereputeerde schrijvers. “Simplicissimus” was een buldog, geen draak. De dreigende hond in ‘t rood op een zwarte achtergrond werd het beeldmerk.

17 - Simplicissimus 1Tijdsgeest

De oriëntering van “Simplicissimus” schommelde met de tijdgeest. Het geschrift begon links en anarchistisch, maar onder het naziregime keerde het de kazak. Namen die in Vlaanderen klonken en opdoken in “Simplicissimus” waren Hermann Hesse, Thomas Mann, Rainer Maria Rilke, Hugo von Hofmannsthal, Jakob Wasserman, Frank Wedekind en Käthe Kollwitz (jawel, de schepper van de pakkende beelden van het ouderpaar op het Duitse soldatenkerkhof in het West-Vlaamse Vladslo). De censuur trad op en het leuke effect was dat de oplage telkens verhoogde. De bazen van het blad vertoefden regelmatig achter de tralies en stichter Langen vluchtte een tijd naar Parijs. Dat had een kort commercieel effect, want het magazine publiceerde in 1909 een édition française, wat in de opgepepte nationalistische sfeer van die dagen heette: “hand-en-spandiensten aan de vijand”.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog gedroeg “Simplicissimus” zich Linientreu en patriottisch. Kurt Tucholsky, Karl Kraus en Carl von Ossietzky waren daar het hart van in. Ze lieten hun kritiek loeien na 1918. Duidelijk was dat “Simplicissimus” de Weimarrepubliek en de sociaaldemocratie in Beieren niet genegen was. Nieuw talent aantrekken werd moeilijk en Berlijn groeide uit tot de hoofdplaats van de satirische tegencultuur.

Oprichter Thomas Theodor Heine had vanaf 1933 hommeles met de nazi’s en hij wilde zijn kritiek op de NSDAP niet breidelen. De redactie schoof hem buiten, uit schrik voor een verschijningsverbod. Een week na de verkiezingen van maart 1933 werd het redactielokaal van “Simplicissimus” door de SA kort en klein geslagen. Heine koos het hazenpad of zou opgepakt zijn voor het concentratiekamp Dachau. Met de machtsovername door Hitler werd de creatie van Heine en Langen een naziblad. Na de Tweede Wereldoorlog probeerde Olaf Iversen “Simplicissimus” opnieuw uit te brengen, maar dat flopte. De titel stopte in 1967.

17 - Simplicissimus 3Na de oorlog

Sedert 1945 is de Duitse scène voor geschreven satire veel schraler, ondanks de heropleving van ‘Simplicissimus”. Onze (is hij wel onze?) Uilenspiegel gaf zijn naam aan een spotblad dat begon na de Tweede Wereldoorlog in Berlijn. Het satirische druksel werd gesticht in 1945 door ex-gevangenen van concentratiekampen. Het blad begon in het Westen, maar kreeg de wind van voren van de Amerikaanse bezettingsoverheid, omdat het te links was. In de vroege naoorlogse dagen werd “Ulenspiegel” het uitstalraam voor de nieuwe generatie van schrijvers, satirici en tekenaars met een verscheiden ideologische achtergrond. Stichter Weisenborn was socialist, stichter Sandberg was communist. Zij steunden de herontdekking van avant-gardekunstenaars verguisd onder het fascisme: Pablo Picasso, Marc Chagall… En “Ulenspiegel” vloekte op de nazi’s, toonde de kampmoorden en de zonden tegen de kunst. Het was een uitbarsting van rebelsheid voor de Koude Oorlog begon. Het pamflet verhuisde naar de Sovjetzone, en kreeg daar nog krachtigere tegenwind en kreeg klop van de communisten. Satire en communisme in een nieuwe staat die Pruisischer was dan het oorspronkelijke Pruisen, kon niet anders dan dikke ambras opleveren. De macht schuwt boude bladen, en ook de politiestaat DDR deed dat. Schrijvers bleken soms bereid heel veel in te slikken, maar ze beschikten soms ook over behoorlijk wat manoeuvreerruimte. En de censors wisten vaak handig gebruik te maken van de speelruimte die de bureaucratie bood. Het mocht echter niet baten, want in 1950 viel de publicatie op haar gat.

K.R.