16 - Satire in Groot-Brittannië - Private Eye 1 (Medium)Statler en Waldorf

Uitstekende satire bedrijven, het is een kunst die voor weinigen is weggelegd. Hoe zit dat met de humorvolle media in het Verenigd Koninkrijk? De Britten zitten al geruime tijd geprangd tussen enerzijds de serieuze, zelfs emotieloze, “stiff upper lip” en anderzijds de krankzinnige scherts van programma’s als ‘Monty Python’ en ‘Little Britain’.

De satiricus is als de nar. Hij is meer dan enkel een grappenmaker. De grappen en grollen van de hofnar doen immers pijn en ze brengen de koning somtijds in verlegenheid. De pijnlijke waarheid doet namelijk zeer. Uiteraard betreft het hier geen nieuw fenomeen. Al in de middeleeuwen en later, in de tijd van de Tudors en Queen Elisabeth I, kwam satire in zwang. De journalistieke variant zou vooral populair worden dankzij de schrijfsels van de Ier Jonathan Swift (1667-1745) en de Engelse pamflettist Daniel Defoe (1660-1731). Zij waren de eerste bekenden die satire niet uitsluitend gingen bedrijven in boeken of theaterstukken, maar zij opteerden voor de onversneden journalistieke variant. Van 1730 tot 1738 bestond ‘Grub Street Journal’, een blad met satirische teksten, waarin zowat alle bekende figuren op de hak werden genomen.

Victoriaanse humor

Het victoriaanse tijdperk wordt soms beschouwd als een humorloze periode. Charles Dickens (1812-1870), de bedenker van ‘Oliver Twist’, was als schrijver in die tijd echter de auteur van talloze satirische en maatschappijkritische stukken. Het is in dat, op het eerste zicht, kwezelige tijdperk dat de eerste satirische bladen van enige statuur het levenslicht zien. Eén van de bekende titels is het weekblad ‘Punch’, ook wel ‘The London Charivari’ genoemd. ‘Punch’ verscheen voor het eerst in 1841. De makers waren de eersten in het Verenigd Koninkrijk die op vaste basis moderne spotprenten gingen publiceren in hun publicaties. ‘Punch’ werd bijna twee eeuwen lang uitgebracht. In de eerste helft van de twintigste eeuw piekten de verkoopcijfers. Helaas ging het daarna bergaf. In 2002 verscheen, jammer genoeg, de laatste editie van het blad. Dat een blad het bijna tweehonderd jaren uithoudt, mag op zich al een unicum heten.

Andere satirische tijdschriften waren een veel korter leven beschoren. Zo ontstond, in 1853, het weekblad ‘Diogenes’, om de concurrentie met ‘Punch’ aan te gaan. Amper twee jaar later werd het blad stopgezet. Hetzelfde verhaal geldt voor ‘Tomahawk’ (1867-1870), dat na enkele jaren werd opgedoekt. Ook ‘Fun’ (1861-1901) verdween, na vier decennia. ‘Fun’ trok als periodiek uitgebreid de kaart van de cartoons. Waar ‘Punch’ als mascotte voor een hond opteerde, koos ‘Fun’, als concurrent, voor een kat. De kat werd echter opgegeten door de hond. ‘Fun’ kwam, in de negentiende eeuw, met een oplage van twintigduizend exemplaren nooit in de buurt van ‘Punch’, dat toentertijd op weekbasis het dubbele aantal nummers wist te verkopen.

16 - Punch (Medium)Vanaf de twintigste eeuw

De twintigste eeuw bracht heel veel grote historische figuren voort. Wereldoorlogen, de opkomst van het communisme en de (de)kolonisatie zorgden natuurlijk voor genoeg inspiratie. Studenten gingen in de twintigste eeuw met eigen rioolblaadjes hun plaats in het medialandschap veroveren. Van universiteitsstudenten is nu eenmaal geweten dat ze vaak een radicale, compromisloze visie op mens en maatschappij nastreven. Rond 1920 kwamen jongeren van Marlborough College met ‘The Heretick’ voor de dag. Bijna een eeuw later kwamen studenten van Oxford University ook met een satirisch blad op de proppen. Sedert 2007 brengen zij ‘The Oxymoron’ uit. De studenten aan Oxford kiezen er steevast voor onder pseudoniem hun hekeldicht te publiceren.

Het succesvolste Britse blad van de twintigste eeuw betreft, zonder twijfel, ‘Private Eye’, opgericht aan het begin van de jaren zestig en tot op vandaag te vinden bij de krantenboer. In tegenstelling tot ’t Pallieterke kiest ‘Private Eye’ niet zozeer voor eigen spotprenten. Het blad heeft als kenmerk haar foto’s, met daarop meestal politici, waarbij tekstballonnen geplaatst worden. Dat levert uiteraard iedere keer geveinsde conversaties op, met de nodige humor. Na een halve eeuw bevindt ‘Private Eye’ zich vandaag op een hoogtepunt. Wekelijks vliegen meer dan tweehonderdduizend exemplaren over de toonbank, wat gezien de krimpende markt van de gedrukte pers een knappe prestatie mag heten. Het succes van ‘Private Eye’ is er ondanks, of vooral dankzij, de belangrijkste concurrenten. De jongste tijd stapten de concurrenten één voor één over van print naar internetpublicaties. Het wereldwijde web maakt satire voor iedereen toegankelijk. Tegelijk zal het op lange termijn overal in de wereld de doodsteek betekenen voor de gedrukte satirische weekbladen. In het Verenigd Koninkrijk zal het niet anders zijn.

LvS