23 - De WerkmanIn 1800 reisde nieuws van mond tot mond of per brief. Koffiehuizen waren de wiegen van pamfletten, nieuwsbrieven en gazetjes. Met de bloggers, het internet, Twitter, Google en het verwasemen van de industrieel geproduceerde dagbladen openen duizenden nieuwe koffiehuizen, ditmaal elektronische.

‘t Pallieterke onderbouwt de conversatie van duizenden Vlamingen. Dit weekblad is een warm koffiehuis en een fraaie voortzetting van de duizenden nieuwsbrieven en pamfletten die in Europa en de VS ontstonden bij de drukkertjes van de zeventiende, de achttiende en de negentiende eeuw. In 1629 kreeg de Antwerpenaar Abraham Verhoeven de toestemming zijn “Nieuwe Tijdinghe” uit te geven, een eerste probeersel in deze “gazettierstad”. De snuffelplekken van de gazettiers waren de koffiehuizen, plekken waar mannen lurkend aan stenen pijpen urenlang de politieke en economische feiten van de dag binnenstebuiten draaiden. Wijntje en trijntje vuurden de causerieën aan. De kleinschalige, intieme en babbelzieke pamflettenwirwar – met enkele honderden tot duizend exemplaren – verloor vanaf 1833 het pleit van de eerste kranten voor een massapubliek, uitgegeven door groeiende industriële ondernemingen, met op de duur reusachtige hallen waarin Duitse machine-dinosaurussen wekelijks miljoenen dagbladen uitspuwden. Bij de lancering in 1833 in New York werden op een stoompers 4.500 stuks gedrukt van de “Sun”, het eerste massadagblad. Advertenties in dat centenblad maakten grotere oplagen mogelijk. De “penny press” werd in Vlaanderen gevolgd door centenbladen, zoals de Gazet van Antwerpen: deftig leesvoer – Vlaams, sociaal en katholiek – voor de kleine man tegen een volkse prijs.

Journalisten in de negentiende eeuw in Vlaanderen waren opiniemakers voor en tegen het establishment, leert het slimme boek “Journalisten 1773-1893” van Hendrik Strypens, uitgegeven in het kader van de viering Daens 175 jaar. Wat “Nieuwe Tijdinghe” en de eerste gazetten ooit waren, werden wapens voor strijdende democraten als Lucien Jottrand en Pieter Daens. De Waal Jottrand (1804-1877) was Vlaamsgezind en hij weerde zich als pamflettair journalist in nieuwsbrieven met huisbakken namen als “Le Mathieu Laensbergh” en het grotere “Courrier des Pays-Bas”, het belangrijkste vehikel in zijn strijd voor een vrije pers en de discussie over de steun aan of de afwending van de Oranjes in 1830.

23 - OUDSTE-KRANT-Nieuwe-Tijdinghe-uit-1622-2 (Medium)Gazettenschrijver en uitgever Pieter Daens (1842-1918) grondvestte het daensisme in Aalst en deze emancipatiebeweging is ontstaan rond hem en in die stad en niet daarbuiten, aldus Hendrik Strypens. De kranten van Pieter Daens waren “Het Land van Aelst” en “De Werkman”. Die laatste periodiek streefde naar de verbetering van het lot van de werkman, verklaarde zich tot voorstander van de kerk en steunde het nieuwe katholieke college van burgemeester en schepenen in Aalst, dat de eed in het Nederlands had afgelegd. Choquerend in die jaren. Hendrik Strypens: “Eerlijke journalisten en opiniemakers, evenals klokkenluiders, waren, blijven en zijn van alle tijden.”

Internet

De nieuwsindustrie keert vandaag terug naar haar oorsprong: het koffiehuis. Het internet maakt het produceren van nieuws participatief, sociaal, kleinschalig, divers en opiniërend. De machines in de nieuwsfabrieken van De Standaard, De Morgen, NRC Handelsblad, The New York Times en Le Monde zwieren steeds minder gedrukte exemplaren op de markt van de nieuwsgierigen. Die sprokkelen “all the news that’s fit to print”, wat de bekende slogan is van The New York Times, gesticht in 1851, met pc’s, iPhones, iPads, iWatches seconde per seconde. WikiLeaks zet een neus naar de status van de plechtstatige journalistieke commentator en allesweter. In het rijke Westen zakt de nood aan tonnen krantenpapier zienderogen. Voorlopig houden andere continenten stand. Tussen 2005 en 2009 steeg de internationale dagbladoplage met zes procent, voornamelijk geholpen door de groei van kranten in bijvoorbeeld India (dagelijks worden daar 110 miljoen stuks verkocht). In het Westen wordt de plaats van journalisten ingenomen door Jan met de pet, die steeds meer betrokken is bij de samenstelling, filtering, verdeling en bespreking van het nieuws. Iedereen is burgerjournalist en de professioneel opgeleide nieuwsjager moet zich inpassen in een chaos met meer meningen, scherpere opinies, primeurs, roddels, beledigingen, nepberichten, doorbraken en ongecensureerde feiten.

Iedereen met een T-shirt “Je suis Charlie”, of met die filosofie als het over nieuws en meningsuiting gaat, zal die vermenigvuldiging van de wereldconversatie toejuichen. Ook in de meest stalinistische landen sijpelt het nieuws door de ijzeren luiken van de censuur. Geen Arabische Lente zonder internet, e-mails, sms’jes, Facebook, Google en Instagram. De macht van de hypermarkten van het nieuws in handen van enkele nieuwsgroepen is voorbij. In het nieuwe werelddorp met zijn blogs, elektronische en nichebladen – de nieuwe koffiehuizen – staat ‘t Pallieterke de volgende zeventig jaar pal.

Jan Rabbijn