Verguisd

Monseigneur, meneer,

Gij hebt vijf zware jaren achter de rug. Als aartsbisschop in ons land aangesteld in 2010, net voor uw zeventigste verjaardag, stond het in de sterren geschreven dat gij een overgangsfiguur zoudt worden. Met de letterlijke en figuurlijke zegen van uw vriend paus Benedictus – Joseph Ratzinger – werdt gij in de zuidelijke Nederlanden aan het hoofd gesteld van een kerk die het moeilijk had en wat rechtlijnigheid kon gebruiken. De al te zachte hand van Godfried Danneels die helemaal geen manager was geweest en problemen liever met de mantel der liefde bedekte in plaats van ze op te lossen, had voor een malaise en een stilstand gezorgd. Tijdens zijn ‘bewind’ was de rek eruit geraakt en was alle dynamiek tot stilstand gekomen. De theoreticus en haast fluisterende kardinaal hoopte op een impuls van de Heilige Geest, maar vergat dat het geloof zonder de werken dood is. Dus vergrijsde zijn kerk en wat overbleef was een restkerk van oude getrouwen die elke band met de nieuwe generaties had gelost. De vernieuwingen, moderne beschouwingen, liturgische experimenten en progressieve interpretaties van de geloofsleer hadden geen zoden aan de dijk gebracht. Danneels werd dan ook op handen gedragen door kerkverlaters, kerkcritici, antikerkelijken, progressieve christenen en natuurlijk de onvolprezen staatszender. Gijzelf waart na hem alleen goed voor kritiek. Elk woord dat gij zegde, werd tegen het licht gehouden.

Natuurlijk werd uw start verbrod door het uitbreken van het schandaal van het seksueel misbruik in de kerk. Niettemin hebt gij het hoofd hoog gehouden en met al uw bisschoppen zeer deemoedig deze onverkwikkelijke zaak aangepakt.

Hoewel gij het etiket ‘conservatief’ om de haverklap rond de oren kreegt geslingerd, hebt gij meer dan eens aangetoond dat gij wel degelijk in het midden van de kerk staat. Gij hebt ruimte gegeven aan de verworvenheden van de vernieuwing in uw kerk, maar ook aan het behoud van de tradities. Gij hebt vastgehouden aan de aloude geloofsinzichten, maar ze zeer secuur vertaald en geactualiseerd op basis van de principes van het Tweede Vaticaans Concilie. Gij hebt hulpbisschoppen benoemd die zich naar uw eigen zeggen ‘in het midden van het kerkspectrum’ bevinden. En terwijl Danneels mensenschuw en onzeker was bij het voetvolk, hebt gij het land doorkruist en hebt gij als een herder parochies, kloosters, bejaardentehuizen en ziekenhuizen bezocht. Gij keuvelde met de mensen, maakte grapjes en durfde wel eens een vrolijk lied met hen zingen. Gij bleeft overnachten in pastorijen en kloosters en gij waart tevreden met een eenvoudige maaltijd en elementair comfort. In die zin waart en zijt gij iemand die perfect op de golflengte van paus Franciscus zit. Wie zei daar dat jullie mijlenver van elkaar staan?! In organisatorische aanpak en theologische duiding duidelijk verschillend, maar op het pastorale vlak elkaars gelijken! Niemand vergeet uw grote luisterbereidheid, ook ten aanzien van fundamentele niet-katholieken. Het vrij recente ‘tafelgesprek’ op de vrt met de ex-katholiek en moraalfilosoof Etienne Vermeersch was daarvan een subliem staaltje, in beide richtingen. Vlaanderen heeft daarvan genoten en u door een andere bril gezien.

Wie uw opvolger wordt, zullen we binnenkort weten. Het feit dat Godfried Danneels – die volgens geruchten u nooit als tweede kardinaal naast zich zou geduld hebben – nogal fors partij trekt voor de zachte en eerder progressieve Antwerpse bisschop Bonny, is geen goede zaak. Hij zou beter niets meer zeggen en bidden voor zijn kerk. Als we echt een synthesefiguur willen, dan steekt Mgr. Jean-Pierre Delville uit Luik er met kop en nek bovenuit: professor en volksmens, vernieuwend en met zin voor traditie, priester voor de armen, verzoener, actief op de bres en ‘slechts’ vooraan in de vijftig, een man van Benedictus én Franciscus. En net als gij geen Vlamingenhater.

En gij, gij zult herinnerd worden als een bijzonder man, met een bijzondere opdracht in bijzondere tijden en in bijzondere omstandigheden. Het ga u goed.

‘t Pallieterke