2015-26_01_Hoofdartikel (Medium)Op het ogenblik dat we dit schrijven, staan we – alweer – aan de vooravond van een cruciale dag voor de eurozone. Maandag komen de regeringsleiders van de eurolanden bijeen voor een vergadering «van de laatste kans». Tegen de tijd dat u dit krantje in handen hebt, kent u al het resultaat van die vergadering. Zullen de Grieken nog maar eens afkomen met enkele vage en loze beloften? Zullen de overige regeringsleiders uit vrees voor de reacties van hun achterban die beloften opnieuw afwimpelen als onvoldoende? Of vindt men ook deze keer een excuus om alles toch maar weer op de lange baan te kunnen schuiven?

Paniek

De voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, drukte verleden week zijn frustratie over de Griekse regering uit, door de regering-Tsipras ervan te beschuldigen de bevolking verkeerd in te lichten. Uit de mond van een christendemocraat in een Europese topfunctie klinkt zo’n verwijt bijzonder geloofwaardig. Voeg daaraan toe dat uitgerekend Juncker zijn loopbaan als voorzitter van de Europese Commissie mocht starten met enkele bekentenissen over Luxemburgse belastingdeals die het daglicht niet konden verdragen.

Als Juncker dan zijn beklag doet over mogelijke leugens van de Griekse regering, dan zegt dat hoegenaamd niets over wie wanneer welke bevolking heeft staan voorliegen. Het zegt wel alles over de paniek die op dit ogenblik door de gangen van de EU-gebouwen giert.

L-EU-gens

Spoelen we een tiental jaren terug, toen Griekenland in de eurozone terechtkwam. Iedereen wist dat Griekenland niet aan de voorwaarden voldeed. Iedereen wist dat de Griekse statistieken één grote oefening in leugens en bedrog waren. Toch werd Griekenland op 1 januari 2002 lid van de eurozone. Jean-Claude Juncker was toen premier van Luxemburg, en we vermoeden dat hij als voormalig minister van Financiën wel zal geweten hebben hoe de vork aan de steel zat. We hebben hem toen niet horen klagen over politici die hun bevolking voorlogen.

De leugen zit echter veel dieper ingebakken in de euro dan de Griekse statistieken alleen. Alle ervaring leert immers dat een monetaire unie niet werkt zonder een politieke unie. Maar toen de euro op de tekentafels lag, was er geen draagvlak om meteen een politieke unie door te voeren. Geen probleem, zeiden de architecten: die politieke unie rammen we wel door de strot van de Europese burgers bij de eerste de beste monetaire eurocrisis. Hallo, Juncker?

Probleem is dat de financiële crisis van 2008, die meteen uitmondde in een monetaire crisis, te vroeg kwam om die politieke unie er toen al door te duwen. Er zat niets anders op dan de Europese belastingbetaler op te lichten, en enorme hoeveelheden geld in de Griekse bodemloze put te storten. Vandaag plukken we daar de zure vruchten van. Als Griekenland deze week failliet gaat, zijn het niet de aandeelhouders van privébanken die daaronder zullen lijden, wel de Europese belastingbetalers. Dat is het echte verschil tussen 2010 en 2015. Waar is Jean-Claude Juncker om zijn bevolking daarover correct in te lichten?

«There is no alternative»

Bovendien zou een Grexit finaal een einde maken aan het plan om de politieke unie er stoemelings, dankzij een monetaire crisis, door te duwen. Een Griekse exit zal een precedent scheppen. Tot nu toe gold immers dat er geen alternatief was. De invoering van de euro was onomkeerbaar, en een diepere Europese integratie was de enige mogelijke oplossing voor welk probleem ook op Europese bodem.

Vandaag weigert een aanzienlijk deel van de Griekse bevolking te begrijpen dat Noord-Europa niet langer bereid is aan de lopende band blanco cheques uit te schrijven. De Griekse minister van Financiën Yanis Varoufakis gaf onlangs toe dat het al te gek is dat de Slovaakse bevolking, met een lager gemiddeld inkomen, de Griekse pensioenen en uitkeringen mee moet helpen spijzen, terwijl de Grieken hun eigen belastingen nog niet willen betalen. Maar zouden wij de enigen geweest zijn die in zijn stem enige nostalgie konden horen, naar de tijd toen dat wel nog kon? Per slot van rekening stemmen de Slovaken niet mee bij de Griekse verkiezingen, en veel verder reikt het socialisme van Varoufakis dan ook niet.

Samenvallende verkiezingen

En daarmee zijn we aanbeland bij dat andere probleem van de Europese Unie: haar moeilijke verhouding tot verkiezingen. Laat er geen twijfel over bestaan: in principe hebben de Europese regeringsleiders er geen probleem mee voor Athene nog maar eens een paar blanco cheques uit te schrijven. Alleen zitten de regeringsleiders verveeld met de Spaanse verkiezingen voor later op dit jaar. Als Griekenland blanco cheques mag ontvangen, waarom zou Spanje zijn bezuinigingsbeleid dan wel moeten voortzetten? Ziedaar het verkiezingsprogramma van Podemos, de Spaanse tegenhanger van Syriza. En geef Podemos maar eens ongelijk.

Het is eigenlijk verwonderlijk dat nog niemand op Europees niveau gepleit heeft voor minder van die vervelende verkiezingen, en liefst van al samenvallende verkiezingen in alle EU-landen. Dat was toch hét wondermiddel in mini-Europa, ook wel België geheten, om eindelijk tot een communautaire pacificatie te komen? Dankzij samenvallende en zeldzamere verkiezingen zouden Vlaamse politici eindelijk wat Belgisch staatsmanschap aan de dag kunnen leggen. Welaan dan, zou het geen oplossing voor de Griekse crisis kunnen zijn om de Spaanse verkiezingen af te schaffen, zodat de Spaanse politici wat Europees staatsmanschap aan de dag zouden kunnen leggen?

Steeds hechtere unie

Zullen we in één moeite ook referenda maar afschaffen? Want zelfs als de eurozone en de Europese Unie de komende weken de Griekse crisis overleven, is er nog steeds het Britse referendum over de Brexit. In het bijzonder wil David Cameron de passage «steeds nauwere unie» uit het Grondvest van de Europese Unie verwijderd zien.

Zoiets is natuurlijk vloeken in de Europese kerk, en stuit op veel weerstand. Zelfs onze vrienden-nationalisten van de SNP, waarvan we toch beter hadden verwacht, zijn bereid om het spel vuil te spelen, en eisen dat een Britse exit alleen maar door kan gaan als alle onderdelen van het Verenigd Koninkrijk voor een uittreding stemmen. Alsof UKIP dat argument niet net zo goed zou kunnen omdraaien, om te eisen dat het Verenigd Koninkrijk alleen maar in de Europese Unie kan blijven als alle onderdelen voor een verder EU-lidmaatschap stemmen.

De Griekse crisis en het Britse referendum hebben meer met elkaar gemeen dan men op het eerste zicht zou denken. Beiden gaan over de fundamentele ideologie die achter EU-Brussel schuilgaat: de Europese integratie moet en zal onomkeerbaar zijn, en mag alleen maar verder en dieper gaan. Geen duizendjarig rijk, maar een eeuwigdurende unie dus. Het is best mogelijk dat nog voor het einde van deze week het tegendeel al bewezen zal zijn.

‘t Pallieterke