Einde mei hebben het Europees Parlement en de Europese Raad een akkoord bereikt over het plan om vanuit een Europees Investeringsfonds 315 miljard euro te verwerven voor “strategische investeringen” in de slabakkende economie. Overheidsgaranties moeten daarbij het nodige private kapitaal lospeuteren. In de Vlaamse pers was er maar weinig aandacht voor dit alweer communautair geladen dossier.

Het zijn de lidstaten die concrete projecten indienen. Hoe die fondsen zullen worden verdeeld over de lidstaten en wat België erbij te winnen heeft, is nog niet duidelijk. Het zijn technische experts die de plannen zullen beoordelen.

Nog veel minder duidelijk is hoe die budgetten voor projecten in België zullen worden verdeeld tussen federale en regionale projecten en tussen de regio’s onderling.

Premier Michel, die weet dat hij in die materie “snel” moet zijn, wil onder meer inzetten op investeringen op vlak van energie en telecom. Wat is de strategie van Vlaanderen daarin?

In De Morgen kwam het thema zijdelings ter sprake in een interview met Julie Bynens, als hoofd van de permanente vertegenwoordiging van de Vlaamse regering bij de Europese Unie zo’n beetje de Vlaamse ambassadeur bij de EU. Voor Bynens is deelname aan de worstelpartij over de miljardeninvesteringen de hoofdbezigheid.

Als diplomate is ze voorzichtig, maar ze wil wel kwijt dat het Fonds “niet de zoveelste nieuwe structuur mag worden die zichzelf vervolgens in leven houdt”.

Vlaanderen heeft alvast zes “werven” aangeduid, prioritaire projecten – van Oosterweel over het kanaal Gent-Terneuzen tot scholenbouw – waarvan men wil onderzoeken of ze een kans maken om in aanmerking genomen te worden voor steun vanuit het fonds.

“Voor zo’n projectfinanciering zou Europa soepeler mogen optreden dan voor schuld die gemaakt wordt om vaste uitgaven te financieren, zoals lonen van ambtenaren of onderwijzers”, aldus Bynens.

Bijkomend probleem: tot nader order moet België met één stem spreken in Europa en dus intern eerst tot een consensus komen. “Lijkt me knap lastig, want België ís natuurlijk een soort permanente diplomatieke conferentie”, daar moet je niet flauw over doen, aldus nog Bynens.

AP