De imperialistische honger van onze Franstalige landgenoten laat zich op veel plaatsen voelen, maar toch vooral in Vlaams-Brabant. In ‘t Pallieterke van 27 mei was er aandacht voor drie actuele dossiers in de rand rond Brussel: Uplace, de zogenaamde Brussels Metropolitan Region en het nieuw te bouwen nationaal stadion. Lees even met ons mee.


2015-22_05_Uplace. Kiezen voor de korte pijn (Medium)Uplace: kiezen voor de korte pijn

Op 25 februari schreven we hier al hoe ook verdienstelijke politici als Matthias Diependaele en Ben Weyts zich uitsloofden om het megacomplex Uplace te verdedigen. We noemden dat riskant, want Vlaams-Brabant zit niet meteen te wachten op nog maar eens een megawinkelcomplex. Verstedelijking, internationalisering en ontnederlandsing loeren om de hoek. Nu lijkt ook de N-VA wat afstand te nemen van het project. Of niet?

Uplace werd in 2009 goedgekeurd door de regering-Peeters, maar al gauw kwam uit vele hoeken protest aanwaaien tegen de milieu- en bouwvergunningen: vanuit het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen, vanuit Unizo, Touring, de milieubeweging, de stadsbesturen van Vilvoorde en Mechelen, de provincie Vlaams-Brabant, wetenschappers en mobiliteitsexperten en van Vlaamsgezinde organisaties.

We besparen de lezer de details, maar alle juridische molentjes – tot het Hof van Cassatie toe – gingen aan het draaien. Uplace en de Vlaamse regering vingen bot. De Vlaamse regering stelde op 13 februari een nieuw gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (Grup) vast, waarover na de zomer (na zes maanden openbaar onderzoek) moet worden beslist. Een heikel herexamen voor bevoegd minister Joke Schauvliege (CD&V).

Ook de milieuvergunning werd geschorst door de Raad van State. Sommige gegevens uit het dossier blijken bijna vijf of zes jaar oud te zijn. Een ruimtelijk plan op basis van een verouderde milieueffectenrapportage kan een reden zijn voor vernietiging. Tegen de bouwvergunning loopt ook nog een beroepsprocedure. Ook die werd aangevochten en ligt nog steeds op behandeling te wachten bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Of de vergunning nog geldig is, nu het Grup is aangepast, daarover zijn de juristen het niet eens.

Afstand

Open Vld en CD&V hebben ondertussen afstand genomen van het project. Vorige week vrijdag vernamen we hoe ook bij de N-VA de twijfel toeslaat. De Wever zei dat hij “verbaasd zou zijn als het er komt”. Hij zou er zijn hand niet voor in het vuur steken. Is het project waar De Wever altijd al een koele minnaar van was hiermee ten dode opgeschreven?

In De Zondag zette Matthias Diependaele, N-VA-fractieleider in het Vlaams Parlement, weer een stap terug. “Het enige wat wij gezegd hebben, is dat we merken dat het politieke draagvlak verdwenen is”, zegt Diependaele… “Wij zullen ons aan het engagement houden dat we zijn aangegaan.”

Ook minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA), die ooit zei dat men Uplace aan de muur wil hangen zoals een gewei, krabbelt wat terug. “Ik heb gewoon de verdediging van de beslissing van de Vlaamse regering op mij genomen omdat niemand anders dat deed.”

Erg duidelijk is dat toch allemaal niet. Volgens De Zondag is een aantal “niet ­onbelangrijke parlementsleden binnen de partij” rabiaat tegen. Hoe dan ook, de N-VA moet afstand nemen van verwarrende kromtaal en een keuze maken.

Blijven kiezen voor de belangen van de Grote Jongens, in dit geval voor een “Benidorm-aan-het-zeekanaal” (Paul Goossens) of voor “een stortplaats voor vastgoedbaronnen, betonboeren en prulketens” (Jonathan Holslag) is niet zonder risico.

Anja Pieters


Tot zover Grand-Brabant

Een assertief Vlaanderen hoeft niet in alles de lijn van het grootkapitaal te volgen. De aandachtige waarnemer kon al jaren geleden onraad ruiken, toen onder de vleugels van de Voka-“bazen” ook een lelijk Brusselse ei bleek te zitten. Het werd tijdens de lange regeringscrisis van 2007-2008 als werkgeversinitiatief geboren en “Brussels Metropolitan Region” (BMR) gedoopt en braafjes omschreven als een “samenwerkingsverband” tussen de hoofdstad en haar ommeland. Je moest zowat blind zijn om niet te zien dat het vooral om Brusselse belangen ging.

In 2012 sloop de BMR binnen in de regeringsverklaring van Di Rupo. “Verschillende Franstalige partijen geven aan dat het doel is Brussel uit te breiden”, schreef de N-VA toen, verwijzend naar de website van de MR die meer dan duidelijk was over de Brusselse intenties: “L’accord consacre, par une loi spéciale, l’existence d’une communauté métropolitaine qui permet d’élargir Bruxelles sur base du Grand Brabant.” Vrij vertaald: de hoofdstad – pardon, die Hoofdstedelijke Gemeenschap van Brussel – moet maar eens alle kansen voor expansie krijgen.

Bart Laeremans (ex-VB’er) heeft, naast anderen, er altijd voor gewaarschuwd dat dit concept, dat werd verankerd in de grondwet, één van de compensaties was voor de halfslachtige splitsing van BHV. “Brussel zet hiermee een grijptang op heel westelijk Vlaams-Brabant.”

Wie kan nu tegen “samenwerking” zijn, klinkt het her en der pathetisch. Niemand, of toch? Tenzij…

Tenzij Brussels Metropolitan zich op de eigen website nadrukkelijk profileert als voorstander van een Nationaal Stadion, dan misschien wel?

Tenzij BM pleit voor samenwerking tussen universiteiten uit de “BM-zone” en daar blijkbaar ook KU Leuven mee bedoelt?

Tenzij men bij BM zelf tegelijk opschept over “de troeven van Brussel ten voordele van gans het land en van de Rand in het bijzonder”, om meteen zichzelf tegen te spreken met een toevoeging over “de ambitie om de werkloosheid in de metropool sterk terug te dringen”. BM noemt de metropool protserig “de economische motor” voor heel het land, met “Brussel als sterk merk”. De motor? Dat is Brussel niet. Dat is Vlaanderen…

Natuurlijk stoppen economische activiteiten niet aan de grenzen van gewesten, maar de Brusselse weldoeners trekken die grenzen zelf, maar dan wel rond het Brusselse “hinterland, waartoe ook grote delen van het arrondissement Halle-Vilvoorde en de provincie Waals-Brabant (arrondissement Nijvel) horen”. “Samen denken, durven en doen”, predikt BM. Klinkt misschien leuk, maar Vlaamse boer, let op je ganzen.

A.P.


Nieuw nationaal stadion te duur

Hebben we een nieuw “nationaal” voetbalstadion van 300 miljoen euro nodig, om hier één keertje een paar EK-wedstrijden te kunnen laten plaatsvinden? Of gaan we het bestaande Koning Boudewijnstadion renoveren voor 110 miljoen euro en kunnen we zo evengoed het EK-voetbal huisvesten?

De cijfers komen van Goedefroo&Goedefroo, een architectenbureau uit Wielsbeke dat ook het stadion van Zulte-Waregem bouwde. Ze stonden vorige week in Het Nieuwsblad. Enkele dagen eerder had Brussel met veel assertiviteit aangekondigd dat de onderhandelingen met het consortium BAM-Ghelamco zo goed als afgerond waren. Het nieuwe stadion zou tegen 1 juni 2019 klaar zijn. Zeker weten? De papieren moeten nog even langs het vergunningencircus passeren. En dan weten we in dit land hoe laat het (nog niet) is.

In het Brussels Hoofdstedelijk Parlement diende Johan van den Driessche, fractievoorzitter van de N-VA, een motie in met de vraag dat het Koning Boudewijnstadion niet zou worden afgebroken voor er een ander geschikt stadion wordt gevonden voor het atletiekevenement Memorial Van Damme.

Het financiële plaatje van dat nieuw nationaal stadion vond hij “niet transparant” en daarom vroeg hij verder onderzoek via een onafhankelijke vergelijkende studie, die kosten van renovatie vergelijkt met die van nieuwbouw.

“De beslissing is genomen. Het huidige stadion wordt afgebroken in 2020. We komen daar niet meer op terug”, zei Brussels schepen van Sport Alain Courtois (MR). Hij noemde de nieuwe studie “niet neutraal” en stipte aan dat geen enkele onderneming die renovatie wou nemen.

Van den Driessche ging door met het argument dat het stadion wel privé betaald wordt, maar dat de overheden bij dergelijke projecten instaan voor de bereikbaarheid, de veiligheid, et cetera. “Die kosten zijn een veelvoud van de renovatiekosten”, aldus Van den Driessche.

Vlaams protest

De jongste weken voerde TAK op meerdere plaatsen actie omdat het stadion, naast Uplace en andere megaprojecten, mee zorgt voor de verdere verstedelijking en de verfransing van een deel van Vlaams-Brabant.

Dan zwijgen we nog over het voordeel voor RSC Anderlecht, dat er onderdak krijgt, en het nadeel voor andere clubs. Of over de gevolgen voor de Memorial Van Damme, nu er in het nieuwe stadion geen atletiekpiste is voorzien.

Grootheidswaanzin

Dan zwijgen we nog over de fundamentele vraag of België wel zo’n nationaal stadion nodig heeft. Nederland en Duitsland hebben er geen. Het “Stade de France”, symbool van de grootheidswaanzin van Mitterrand, staat leeg en is zwaar verlieslatend. Engeland heeft Wembley, dat grotendeels draait op hondenshows en jumpings…

“Moeten we ons daaraan spiegelen?”, vroeg Clubvoorzitter Bart Verhaeghe in Humo (28 april). “De stad Brussel heeft de Rode Duivels en het nationaal gevoel gebruikt om zijn stadionproject erdoor te krijgen. En de voetbalbond heeft zich laten gebruiken.” Het dossier is nooit op het Uitvoerend Comité van de voetbalbond ter goedkeuring voorgelegd.

Dan zwijgen we nog over de facturen voor de ondergrondse parking, voor de sportcampus, de groenaanleg, de mobiliteitsingrepen zoals de verlenging van de metro en de ordehandhaving, die naar de burger zullen worden doorgeschoven; niet het minst naar de Vlaamse burger.

De Vlaamse partijen hebben de plicht ervoor te zorgen dat dit dossier transparant wordt aangepakt. Het lied van de Rode Duivels kan binnenkort heel wat bescheidener klinken. Het nieuwe stadion heeft wellicht minder met sport en meer met Brusselse profileringsdrang te maken dan wel eens kan worden vermoed. Of is het “zomaar” een pagina in de agenda van de voorstanders van Groot-Brussel of Groot-België?

 

1 REACTIE

Comments are closed.