Arme Joke

Arme Joke Schauvliege heeft het dezer dagen hard te verduren. Jelle Engelbosch (N-VA) en Mercedes van Volcem (Open Vld) kwamen helpen met het afschieten van het fameuze “M-attest”, tot grote vreugde van de oppositie die het mes nog wat dieper in de wonde dreef.  Later werd het grote geschut ingezet door Ingrid Lieten (sp.a) die Schauvliege om de oren sloeg met “de oproep van 43 professoren” voor grotere natuur- en milieu-investeringen (wie zei destijds ook weer: “43 Professoren, Vaterland du bist verloren”?). Lieten raasde door over de desinvesteringen in het milieu, die door Schauvliege stellig werden ontkend. Voor het grote orgelpunt moesten we wachten op, hoe kan het anders, de laaiende gek Hermes Sanctorum (Groen) die zich richtte tot de minister-president zelve, met niet meer of minder dan het verzoek stoute Joke in de hoek te zetten – wat niet gebeurde.

BMG est arrivé

Na een gedachtewisseling met Brussels minister Gatz over de toekomstplannen die het Hoofdstedelijk Gewest ontvouwt, was het tijd voor een heikelere kwestie. Stefaan Sintobin (VB) en Karl Vanlouwe (N-VA) hadden vragen over de dikke adders onder het gras van de zogenaamde “Brusselse metropolitane gemeenschap” (BMG). Zoals met de ellebogen kon worden aangevoeld toen men dat onzalige ding bedacht, willen de Franstaligen daar wat al te graag een nieuw uitbreidingsvehikel van maken. Brussels minister-president Rudi Vervoort liet optekenen voor die BMG een politieke instelling te willen scheppen, zelfs iets met een soort eigen “regering” en “parlement”. (We beginnen te begrijpen waarom onze collega’s van Ubu/Pan het steeds over “ridicule” Vervoort hebben.) Sintobin wilde graag opheldering. Vanlouwe had zich zelfs in zijn koffie verslikt toen hij al die onzin in Le Soir las. Geert Bourgeois was hoe dan ook glashelder: BMG kan alleen gaan over gewestmateries en er kan alleen “gewoon” overleg met Brussel zijn en er is zeker geen sprake van een nieuw overlegorgaan. Bij de komende besprekingen met Vervoort zou Bourgeois even duidelijk zijn.

Duidelijk is nu wel waarop onze Franstalige vrienden zitten te broeden.

Van Spanje tot Vladivostok

Bij de bespreking van de Europese associatieovereenkomsten met Georgië, Moldavië en Oekraïne gaf Karim van Overmeire (N-VA) zowaar een klein college geschiedenis en geopolitiek ten beste. Het optimisme van de jaren 1990 is niet meer. Rusland heeft niet voor een Europese oriëntatie gekozen. Door de Oost-Europese landen, alle met hun eigen geschiedenis en gevoeligheden, loopt een breuklijn tussen Europese of Russische gerichtheid. Trouwens, het is daar ook niet overal rozengeur en maneschijn. We kunnen jammer genoeg niet met z’n allen vriendjes zijn “van Spanje tot Vladivostok” en “West-Europa kan niet krampachtig proberen te doen alsof er geen geostrategische conflicten meer bestaan”. Van Overmeire verwees zelfs naar het Molotov-Ribbentroppact en de Conferentie van Jalta om duidelijk te maken dat de EU aan de Oost-Europese partnerlanden het ondubbelzinnige signaal moet geven dat ze steun zullen krijgen, ook als het “echt spannend” wordt.

Het niveau moet niet altijd onder nul liggen.

Geit en kool

Het kon niet uitblijven dat het Vlaams Parlement zich ging bemoeien met de erkenning van de Palestijnse staat. Eigenlijk is dat federale materie, maar dat mocht de pret niet drukken. Men moet tenslotte niet kijken op een resolutie meer of minder.

Wereldproblemen oplossen is leuk, maar het moet niet te gek worden. Uiteindelijk dienen geit en kool te worden gespaard. De meerderheidspartijen hadden erop gevonden dat de Palestijnse staat zal worden erkend “op het geschikte ogenblik”, dat wil zeggen: wanneer het vredesproces de goede kant uit gaat en wanneer de Palestijnse autoriteiten hun zaakjes wat op orde hebben. Waarschijnlijk is dat niet voor morgen. Groen en rood hadden het moeilijk met die voorwaardelijkheid en daar is wel iets voor te zeggen; je kan moeilijk iets maar half erkennen. Voor het overige was het algemene gezeur weer niet te harden. Hoewel hij er iets anders mee bedoelde, kwam Wouter Vanbesien (Groen) tot de juiste conclusie: “Het komt erop neer dat wat we hier doen als Vlaams Parlement sowieso geen effect heeft.”