Grandioos

Inside Out

We worden tegenwoordig om de oren geslagen met computergestuurde animatiefilms, maar als het eropaan komt echt vernieuwend uit de hoek te komen, dan is het nog altijd Pixar – de door Steve Jobs uit de grond gestampte pionier van de langdurende computeranimatiefilm – dat bakens verzet.

Even leek het erop dat de creativiteit wat zoek was, toen Disney en Pixar samensmolten, maar met “Inside Out” loopt dat weer gesmeerd en zijn de makers van “Ratatouille” en “Wall-E” terug in volle glorie. Bovendien met een onderwerp dat je niet meteen verwacht van Hollywood. Geef toe, een film over wat er allemaal in de hersenkoker van een elfjarig meisje gebeurt wanneer zij van haar geliefde platteland naar een grote stad als San Francisco verhuist, dat is totaal iets anders dan speelgoed tot leven wekken zoals in “Toy Story”, of oude auto’s laten racen zoals in “Cars”. Ik kan mij indenken dat de bedenkers en regisseurs Pete Docter en Ronaldo del Carmen (ere wie ere toekomt) heel wat overredingskracht nodig hadden om de vele miljoenen voor hun project los te krijgen.

Hoofdpersonage is Riley, maar eigenlijk ook weer niet, want binnen de kortste keren zitten we in het brein van Riley, waar de vijf emoties die haar begeleiden in haar nieuwe habitat – plezier, angst, woede, droefheid en afkeer – een onderkomen hebben, proberen om alles in goede banen te leiden en daardoor de hoofdrollen opeisen. Aanvankelijk was ik niet zo enthousiast over het design van die personages, maar naarmate de gebeurtenissen zich ontwikkelen, groeien ze naar perfectie, zowel in de wijze waarop ze gevoelens gestalte geven als in de efficiëntie waarmee ze de emoties van de toeschouwer aanspreken.

In essentie gaat het in Hollywoodfilms om verhaaltjes vertellen met herkenbare personages, met spitse dialogen en liefst wat humor. En als het effe kan, een onderliggende thematiek over mens en samenleving.

Wat dat betreft, is “Inside Out” Hollywood op zijn best. Een in wezen waanzinnig en toch eenvoudig gegeven dat in zijn uitwerking boeit van het begin tot het einde, waarin personages met karakter getekend (letterlijk) worden, de overgangen tussen realiteit, gevoelens en verbeelding perfect op elkaar aansluiten, en dat alles samenvloeit tot een vaak ontroerend portret van een meisje, een kind nog, dat het even niet ziet zitten en kampt met problemen die compleet herkenbaar zijn omdat wij er allemaal ooit op één of andere manier mee te maken hebben gehad. Dat de makers erin slagen er ook nog de nodige humor in te steken, is mooi meegenomen.

Dit is grandioze, inventieve cinema. Ik zou zeggen, als je slechts één keer per jaar naar de bioscoop trekt, ga dan “Inside Out” zien. Al zijn er natuurlijk nog films die ik je wil aanraden.

K.T.


Schoenaerts als tuinarchitect

A Little Chaos

Met “A Little Chaos” zitten we in het Frankrijk van de zeventiende eeuw en aan het hof van koning Louis XIV. Een historische film en dus een kostuumfilm, wat je de Britten niet moet leren, want ze zijn meesters in het tot leven brengen van het al of niet geciviliseerde verleden met al zijn pracht en praal. Regisseur Alan Rickman (bekender als acteur en die in zijn film ook even de rol van de Zonnekoning op zich neemt) heeft er dan ook geen moeite mee dat verleden in beeld te brengen. Het ziet allemaal prima uit.

Hoofdpersonages zijn André le Nôtre (Matthias Schoenaerts) en Sabine de Barra (Kate Winslet). Hij krijgt van de koning de opdracht om, aansluitend bij het kasteel in Versailles, een tuin te ontwerpen die iedereen met verstomming moet slaan. Omdat het vlug moet gaan, zoekt hij hulp en tot ieders verbazing engageert hij Sabine om hem te helpen. Le Nôtre staat namelijk bekend om de klassieke strakke rechtlijnigheid van zijn tuinen, terwijl zij een reputatie heeft om de natuur toch wat haar gang te laten gaan.

Ja, “A Little Chaos” is geen popcornfilm. Dit is een mooie historische reconstructie waarin “gefilosofeerd” wordt over schoonheid, uitdagingen en creativiteit. Dat daar doorheen een romance smeult, is voorspelbaar, maar krijgt toch een aparte invulling door de intriges van de mondaine echtgenote van Le Nôtre die zich zomaar niet laat opzijzetten. Die passen dan weer perfect in het “spel” dat dagelijks gespeeld wordt aan het koninklijk hof, om in de gunst te komen van Louis XIV. Koning zijn in die tijden moet ook niet altijd een pretje geweest zijn.

Waar de film een beetje mank loopt, is in de introductie van wat “modernisme”. Rickman legt flink wat nadruk op de rol van sterke vrouwen en dat feministische trekje botst dan weer met de traditionele historische film die “A Little Chaos” uiteindelijk toch is. Eerlijk gezegd, André en Sabine mochten wel wat levendiger zijn dan de wat introverte personages die we te zien krijgen. Dat heeft naar mijn gevoel niets te maken met Schoenaerts (die weer goed bezig is) of Winslet, maar alles met Rickman. Wie films met hem heeft gezien, weet dat hij vertolkingen graag ingehouden houdt. Dat past perfect in een mooie scène tussen hem en Winslet, tussen de koning en zijn onderdaan, maar niet altijd in de rest van “A Little Chaos”.

K.T.