Oost en West laten Verhofstadt vallen

Guy Verhofstadt en Mark Demesmaeker (N-VA) mogen Rusland niet meer binnen. Zij staan op een lijst van 89 namen van Europese politici en opiniemakers, die door de maatregel werden getroffen. De berichtgeving daarover laat veel te wensen over. In de media wordt veelal voorbijgegaan aan het feit dat deze maatregel alleen maar het Russische antwoord is op een Europees besluit om aan 150 Russen de toegang tot het Westen te ontzeggen.

Volkomen terecht maakt Koen Meulenaere (in De Tijd, 4 juni) zich daar vrolijk over. “Als de Europese Unie en de Verenigde Staten een zwarte lijst opmaken van hooggeplaatste Russen die hun contreien niet meer in mogen, is dat een gerechtvaardigde maatregel” zo schrijft hij, maar “wanneer de Russen (in antwoord daarop) hetzelfde doen met een paar buitenlandse agitatoren als Demesmaeker en Verhofstadt, schijnen ze dat hier onaanvaardbaar en potsierlijk te vinden”.

De hetze rond dit incident is nu weeral voorbij (wie zou het opnemen voor Verhofstadt? en van Demesmaeker is bekend dat hij de liefde is gevolgd naar Oekraïne), maar het biedt wel een aanschouwelijke les voor wie iets wil leren over de kloof in de berichtgeving tussen de echte informatie (de Russische maatregel is alleen maar een antwoord op een kleuterspelletje waar “wij” mee begonnen zijn, en verdient dus verder geen aandacht), en het laatste nieuws voor het volk, dat  straffeloos mag opgejut worden tegen die verschrikkelijke Russen, die zich alles menen te kunnen permitteren.

Vooraanstaande politici spelen dit spel naar hartelust mee. Zo beweerden lieden die in de uitoefening van hun ambt enig sérieux dienen te bewaren, zoals de Nederlandse premier Rutten (volgens Le Monde, 2 juni) en de Duitse voorzitter van het Europees parlement dat de Russen in deze zaak “tegen het volkenrecht” zouden hebben gehandeld. Nog afgezien van de vraag of de Europese Unie, die met dat kleuterspel begonnen is, dan ook het volkenrecht aan haar laars heeft gelapt, is er de vaststelling dat het internationaal recht hierover niets zegt. Staten laten buitenlandse “agitatoren”, zoals Meulenaere ze omschrijft, op hun grondgebied toe of niet, daar zijn ze volkomen vrij is. De marxistische ideoloog Ernest Mandel mocht destijds, toen hij overal de trotskistische gedachte ging verspreiden, in méér landen niet dan wel binnen. Mandel bezat de Belgische nationaliteit, hij was afkomstig uit een Antwerpse joodse familie, overigens flamingant. Dat laatste signaleer ik maar terloops, als contrast met de houding van de N-VA’er Demesmaeker, waarvan Koen Meulenaere (De Tijd, 4 juni) beweert dat hij in zijn toespraak in het Oekraïense Kiev zijn gehoor waarschuwde voor “het spook van het nationalisme”. Met deze veroordeling van het nationalisme staat de man nog een carrière te wachten in de N-VA.

Volkenrecht tegen sancties

Als het volkenrecht niets zegt (voor zover ik mij herinner) over het recht van staten om al dan niet buitenlandse “agitatoren” tot hun grondgebied toe te laten, dan heeft daarentegen datzelfde volkenrecht wel heel wat te zeggen over het uitvaardigen van sancties tegen andere mogendheden, en het was in dat kader dat de Europese Unie en de Verenigde Staten een lijst hadden opgesteld met namen van invloedrijke Russen die niet meer welkom waren in  het Westen. In datzelfde verband dienden ondermeer de Haspengouwse fruitboeren hun lucratieve export naar Rusland te staken, hoewel ze daar (Belgen zijnde) al gauw een draai wisten aan te geven door hun producten uit te voeren naar Kazachstan, vanwaar ze probleemloos hun bestemming bereikten.

Van sancties weet men dat ze meestal weinig zin hebben, maar dat ze, als ze toevallig wel eens effect sorteren, gemakkelijk tot oorlog leiden. In het volkenrecht wordt derhalve niet aanbevolen om er gebruik van de maken. Destijds leerde men ons dat sancties slechts mogen getroffen worden in uiterste nood, liefst door en onder toezicht van de Verenigde Naties. Men leerde ons dat sancties niet werken om mensen tot andere gedachten te brengen, en dat er geen voorbeeld bekend is van sancties die een positief resultaat afleverden. Steeds werd in de cursus Volkenrecht verwezen naar het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Azië als gevolg van door de Amerikanen tegen Japan uitgevaardigde sancties in 1940-41. Japan beschouwde de sancties, die het van zijn levensbelangrijke invoer van grondstoffen beroofde, als een oorlogsdaad van Amerika, die het op 7 december 1941 beantwoordde met de luchtaanval op Pearl Harbour, waardoor de Tweede Wereldoorlog zich tot Azië uitbreidde. De Amerikaanse president Roosevelt had de sancties tegen Japan omschreven als een middel om de oorlog te vermijden, maar het resultaat ervan was precies het tegenovergestelde: Japan stelde dat als het essentiële grondstoffen niet meer mocht invoeren, het wel verplicht was die grondstoffen door oorlog te gaan halen waar ze zich bevonden. Na Pearl Harbour verzekerde Japan de wereld dat het nog steeds bereid was tot vredesonderhandelingen, maar dan wel op basis van de toestand die bestond voordat de Amerikanen sancties hadden getroffen tegen Japan. Sancties werden dus als een essentieel onderdeel van de oorlog beschouwd. Dat mag men niet vergeten.

Nu is er al sprake van een boycot van het wereldkampioenschap voetbal dat in 2018 in Rusland moet plaatsvinden, maar wie “straft” men daar eigenlijk mee? Dan mist ook bij ons een hele generatie sportlieden de kans om een wereldtitel te behalen. Zo ook met economische sancties. Destijds dwongen ze Japan om de oorlog te beginnen. Zou iemand de bedoeling kunnen hebben Rusland zodanig te tergen dat het geen andere uitkomst meer ziet dan de aanval te openen? Een aanval die, naar het voorbeeld van Japan in 1941, zou kunnen bestaan uit het afvuren van een atoombom op de voor de NATO belangrijke haven van Antwerpen? Het kleine Cuba heeft jarenlang de economische boycot van de Verenigde Staten moeten ondergaan, en het bestaat nog: alleen de Cubanen hebben door de boycot aan welvaart ingeboet. In het verleden zijn er nog boycotacties geweest tegen de toenmalige Sovjet-unie, tegen China en Noord-Korea, maar die gaven geen krimp als antwoord op de sancties.

“Gendarmisme”

De kans dat Rusland zijn beleid zou wijzigen als gevolg van de sancties is gering, maar de kans is wel groot dat er een langdurige koude economische oorlog zal ontstaan tussen Rusland en het Westen. Daarvoor heeft Willy Claes al gewaarschuwd (in Knack, 6 augustus 2014). Ook de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, de socialist Frank-Walter Steinmeier, heeft zich in die zin uitgesproken (Le Monde, 30 januari). Zelfs Herman van Rompuy gaf kritiek op de Amerikaanse onverschilligheid voor de voorzichtige Europese aanpak van de relaties met Rusland, die – getuige de handelwijze van Angela Merkel en François Hollande – van Europa een fijngevoelig aftasten van mogelijkheden vergt, waar de Amerikanen niet altijd begrip voor hebben. Le Monde (24 augustus 2014) waarschuwde al voor een dwaas Europees navolgen van wat het blad noemde een Amerikaans “gendarmisme”.

MARK GRAMMENS