Thé Lau (1952 – 2015)

Na een zeer intense periode van bijna anderhalf jaar overleed vorige week in zijn Amsterdam de Nederlandse zanger/dichter/schrijver Thé Lau, bezieler van de groep The Scene, vader van twee kinderen en echtgenoot van Marijke Klasema.

Thé Lau had begin 2014 de harde diagnose gekregen van een uitgezaaide kanker op de longen en kreeg in eerste instantie nog uiterlijk negen maanden voorgeschoteld. Het zijn er uiteindelijk meer geworden en het waren in ieder geval de meest intense en meest gedeelde maanden van zijn leven en van zijn carrière.

Thé begon zijn muzikale leven in principe echt pas als gitarist van de groep Neerlands Hoop, met de beide hoofdpersonen Bram Vermeulen en Freek de Jonge. Het was zijn kennismaking met het Nederlandstalige lied, een lied dat hem nooit meer los zou laten en een taal die hij op zijn manier muzikaal tot de zijne probeerde te maken.

Na zijn passage in het gezelschap van beide grote artiesten was het tijd voor een eigen groep en begon de moeizame zoektocht naar muzikanten die goed genoeg waren voor hem en die met hem door dezelfde deur konden. Nederland en Vlaanderen waren vervolgens getuige van de geboorte van The Scene, een groep die bijna 25 jaar een barometer zou zijn voor rock in de eigen taal.

Thé Lau maakte meeslepende nummers met ijzersterke teksten, soms hoekig en ongepolijst, soms rechttoe rechtaan. Meestal over zijn grote thema, de liefde, maar telkens vanuit een nieuw perspectief en met een rijkdom aan bewoordingen en beschrijvingen. En op die teksten maakte hij meeslepende arrangementen ontstaan vanuit zijn gitaar. En bovendien had hij die speciale slepende, krakende, schurende soms hese stem, die van hem absoluut geen zanger maakte, maar er was nu éénmaal niemand die beter durfde doen .

The Scene groeide in Vlaanderen uit tot een topgroep. In het kielzog opende de deur voor De Mens, Gorki en Noordkaap. Met ‘evergreens’ als ‘Blauw’, ‘Iedereen is van de wereld’, ‘Rigoureus’ maar ook met pareltjes zoals ‘Open’, ‘Zuster zuster’ en ‘Geloof’. De groep werd bijna 25 jaar een veelgevraagde en graag gehoorde gast op festivals.

En ook als de chemie tussen de groepsleden na alle perikels van een leven in rock-’n-roll met inbegrip van drank, sigaretten en andere rooksels weg was, ging Thé solo verder, met een schitterende plaat ‘God van Nederland’, en met projecten met strijkers, met Portugese fado, met Yasmine, steeds weer met het Nederlands als leidraad.

Langzaam maar zeker verloor de pers belangstelling voor Thé, zelfs nadat in 2009 de groep opnieuw het podium besteeg en recht krabbelde. De pers verloor de honger en ook voor het grote publiek leek het verhaal wat voorbijgestreefd. De grote zalen liepen niet meer vol en op de magie van de groep bleek veel stof te liggen. Er was nog wel zijn Nekka-nacht van 2011, maar de nieuwe cd ging verloren in het aanbod van jongere en nieuwere groepen.

Tot begin 2014 de boodschap kwam van zijn ziekte en plots alle persorganen (eindelijk) interviews vroegen. Dan kwamen er uitverkochte concertzalen voor de afscheidstournee. Meer dan terecht, al blijkt de timing toch wat bizar. Maar plots was er ook die enorme creativiteit en verscheen er een boek, een nieuwe plaat, een lied dat vijfenveertig minuten duurt, Platina Blues getiteld. En lange tijd leek het nog wel goed te gaan, maar langzaam werden de slechte dagen talrijker dan de goede.

Met het overlijden van Thé Lau sterft een man die geleefd heeft, meer dan geleefd heeft voor zijn vak, voor muziek in zijn moedertaal. Hij heeft zich die taal eigen gemaakt en laat een uitzonderlijk repertoire na. Rock in het Nederlands werd door hem opnieuw doornormaal. En dat is op zich een enorme prestatie.

GT