Publicitair prioritair

Het ziet ernaar uit dat “wielerland” België elk jaar wat nadrukkelijker moet leren leven met het statuut “ex-wielerland”. In de schaduw van de grote voorjaarsklassiekers won Jelle Wallays (25) wel Dwars door Vlaanderen, maar daar bleef het bij. Het gebrek aan echt grote resultaten wordt steeds schrijnender. De voorbije Giro leverde het zoveelste bewijs. Dat zal straks in de Tour niet anders zijn. In het grote rondewerk leidt een rit winnen, zelfs een ereplaats van een Belg in een etappe, vandaag tot euforische toestanden in de media. Op televisie en in kranten bijrollen van landgenoten maximaal uitvergroten, is uitgegroeid tot kerntaak van de huidige generatie wielerjournalisten. Hoe groter de armoede, hoe meer zendtijd en bladvulsel; het is de paradox in dat verhaal.

Johan de Muynck werd eind mei 67 jaar jong. In 1978, zevenendertig jaar geleden, won hij de Giro. Hij is nog altijd de “jongste” Belgische winnaar van één van de drie grootste rittenkoersen – de Giro, de Tour en de Vuelta. Freddy Maertens (63) is vier jaar jonger dan De Muynck. In 1977, al achtendertig jaar geleden, won Maertens als voorlopig laatste landgenoot de Vuelta. Freddy won de proloog en twaalf (!) van de negentien ritten. De leiderstrui droeg hij van begin tot einde. Lucien van Impe (69) is de ouderdomsdeken van het trio “jongste” Belgische rondewinnaars. Wanneer in juli de Tour de France begint, is het 39 jaar geleden dat hij in de gele trui in Parijs op het hoogste podiumtrapje stond. In 1969 dichtte Eddy Merckx, met zijn eerste van vijf eindzeges, een kloof van dertig jaar met de Tourwinst van Sylveer Maes anno 1939. Vandaag is de kloof met Van Impe al negen jaar langer. Laat ons realistisch blijven en toegeven dat in de mondiaal uitgegroeide wielersport een min of meer duidelijk spoor om die kloof te dichten amper merkbaar is. Licht(je) in de duisternis belichaamt Tim Wellens (24). De jongeman uit Sint-Truiden debuteert straks in de Tour. De ploegleiding van Lotto zei het niet met zoveel woorden, maar als die besliste om Jurgen van den Broeck uit de Tourselectie te houden en naar de Giro te sturen, was dat om Wellens als enige kopman uit te spelen in de Tour. Eindwinst in de Enecotour vorig jaar bewees dat hij uit het goede rondehout gesneden is. Zijn “Tourexamen” zal met argusogen gevolgd worden. Hopelijk haalt Wellens Parijs op een plaats die de quotering “hoopgevend” verdient. Na decennialang wachten op aflossing van de wacht van weleer voor het betere rondewerk, zou dat wel mogen.

Over aflossing van de wacht gesproken, tijdens de Giro bleek dat journalisten beter ophouden om toppers die over hun hoogtepunt zijn prestaties toe te dichten die ze niet meer kunnen waarmaken. Door dat tegen beter weten in te blijven doen, bewijzen ze kampioenen op de terugweg geen dienst. Die lopen gevaar in het karikaturale te belanden. Het minste dat men kan zeggen, is dat Gilbert met zijn ritzeges heel even wel, maar Tom Boonen in de Giro geen hoge ogen gooide. Als een commentator dan over de littekens van Boonen begint te drammen om zijn naam even te kunnen laten vallen, kan hij dat beter laten. Zeggen dat hij ruim vijftig aan valpartijen overgehouden littekens heeft, is praat voor de vaak. Wie dat alvast doorheeft, is VRT-cocommentator José de Cauwer. Hij is niet voor niks ex-renner. Op de lullige vraag “of Tom Boonen in sprintduels weer de oude is”, antwoordde hij droog en gevat: “De oude wel, maar nog goed genoeg is wat anders!” Hij voegde er wel terecht aan toe dat kampioenen op de terugweg, zoals Gilbert en Boonen, in hun ploeg nog altijd “publicitair prioritair” zijn. Een juiste analyse. Dat bewezen, onder meer, de volumineuze commentaren over een tijdens de Giro door Boonen op “de sociale media” gepost fotootje van zijn tweeling. “Publicitair prioritair” is dat soort nieuwsgaring zeker, maar als alternatief voor gebrek aan sportief succes irrelevant.