Af en toe publiceren ze in De Standaard ook wel eens zinnige teksten. Zo was er afgelopen zaterdag een uitgebreide tribune te lezen van de Nederlandse filosoof Ad Verbrugge (48 haar, Terneuzen) tegen de snel oprukkende verengelsing van de Nederlandse universiteiten. Onder de veelzeggende titel “Make you no worries, we speak well Englisch” hekelde hij in een vlijmscherp betoog het armzalige ‘‘Nederengels’’ dat overal gesproken wordt.

De verengelsing grijpt snel om zich heen, zonder dat er enig debat over gevoerd wordt. Hij keert zich tegen “de ondoordachte en soms zelfs totalitaire manier waarop het Engels wordt doorgevoerd in ons hoger onderwijs, ten koste van algemene en persoonlijke vorming.” Resultaat is dat vele Nederlanders een soort uitgekleed Engels hanteren dat bestaat uit zo’n vijftienhonderd woorden met een simpele grammatica.

Verbrugge pleit dan ook in de eerste plaats voor een goede kennis en beheersing van het Nederlands: “Universitaire bestuurders lijken te vergeten dat in het openbaar bestuur, de rechtspraak, de medische wereld of de media een goede beheersing van het Nederlands van cruciaal belang is. Met het oog op dergelijke beroepspraktijken dient men binnen de academische opleiding juist aandacht te geven aan een goede vorming én de bijbehorende denk- en taalvaardigheid in het Nederlands.”

En hij voegt eraan toe: “Wie de eigen taal niet beheerst, krijgt een vreemde taal helemaal niet onder de knie. Die mist simpelweg taalgevoel en taalvaardigheid. Het laat zich dan ook raden, wat de verengelsing van het hoger onderwijs in de meeste gevallen betekent voor de uitdrukkingsvaardigheid en het begrip van studenten. Ze bedienen zich van een beperkt woordarsenaal met veel vage en abstracte termen, stopwoorden en vaste uitdrukkingen. Kortom, taalverschraling.”

Ook in Vlaanderen

Verbrugge kijkt niet enkel naar Rijks-Nederland:“Dat met name in Vlaanderen, waar minder dan honderd jaar geleden een gevecht werd gevoerd om universitair onderwijs in het Nederlands mogelijk te maken, men bereid is om die taal weer overboord te kieperen, daar staat toch je verstand bij stil.”

Verbrugge besluit met een kernachtige rol van de universiteit vandaag: die moet een plaats zijn waarin de ‘vertaling’ van kennis plaatsvindt, waarin internationale wetenschap en lokale praktijken bij elkaar worden gebracht.

Hij verwijst ook naar de integratie van allochtonen en buitenlandse wetenschappers. In het integratiedebat wordt zo gehamerd op de kennis van het Nederlands, terwijl die kennis voor hoger opgeleiden plots irrelevant blijkt te zijn. “Ik ken net iets te veel wetenschappers die al jaren in Nederland wonen, maar die geen idee hebben wat er om hen heen gebeurt. Ze voelen ook niet de noodzaak om Nederlands te leren, want de universiteit zelf acht Engels wel voldoende.” Het klinkt allemaal heel bekend en vertrouwd in onze oren.

We zijn heel blij dat dit debat nu ook door Nederlanders wordt aangewakkerd, want het is, zeker in Nederland, de hoogste tijd. Hopelijk vindt zijn standpunt ook weerklank boven de Moerdijk en zal deze dappere Zeeuw zich de mond niet laten snoeren.

KvC