Nog even over de Schreve

In de merkwaardige tentoonstelling ‘Vlaanderen en de zee’ in Cassel, volgens Jozef van Overstraeten één der hoogste punten van het Noorderdepartement, op een scherpe heuvel boven de Vlaamse vlakte, in het Houtland, de oudste stad van Frans-Vlaanderen, zijn schilderijen, etsen en tekeningen te zien van onder meer Hendrick Vroom, Pieter Breugel de Oude, David Teniers de Jonge, Pieter Bout, Hendrik van Balen, Abraham de Verwer en Andries van Eertvelt. Dit museum heet Musée de Flandre en is in de zomertijd even over de Schreve (de staatsgrens) zeker een bezoek waard.

Deze tentoonstelling in een zestal kleine verlichte zalen werd ingedeeld in zeven onderwerpen: Mens en zee in maritiem Vlaanderen van de 12de tot het midden van de 16de eeuw, De zee als bron van inspiratie: van panoramische havengezichten tot marktstalletjes met een overdaad aan vissen, De Zeilschepen van Pieter Breugel de oude. Een minder bekend deel van zijn oeuvre, Zeeslagen op de Noordzee aan het eind van de middeleeuwen en aan het begin van de nieuwe tijd (14de tot 16de eeuw), Afbeeldingen van zeeslagen: een paradox in de Vlaamse schilderkunst van de 17de eeuw, ‘Velerhande droevige Zeerampen’: schipbreuken en zeestormen in de Vlaamse schilderkunst tijdens de Gouden Eeuw, De haven in de 17de-eeuwse Vlaamse schilderkunst: van antiek geïnspireerd tot exotisch dromerig, Van de kust naar de open zee, Hoe de Gouden Eeuw van de Noord-Nederlandse marines gestalte kreeg.

Deze opsomming toont meteen aan dat men niet achteloos is te werk gegaan. De havens van Antwerpen, Amsterdam, Damme (als voorhaven van Brugge), Duinkerke en het Zeeuwse Zierikzee waren toen al belangrijke havens en de zeevisserij – voor de kusten van de Noordzee en voor IJsland (haringvangst) – was een belangrijk onderdeel van de zee-economie van Vlaanderen. En Oostende was tijdens de Tachtigjarige Oorlog een uitvalsbasis voor de Watergeuzen.

Wonderbare visvangsten, kapers en zeerovers

De welvaart van Oostende berustte op de opbrengsten van de haringvangst en de kaapvaart. De wonderbare visvangsten zoals we die kennen uit de lectuur van de Bijbel vonden toen ook nog plaats in de Noordzee die onze Vlaamse kust omspoelde en soms ook bedreigde. Ook het verschil tussen een kaper (zoals de bekende Jan Bart uit Duinkerke) en een zeerover of een piraat moet even duidelijk worden: “Een kaper was een ‘uitvoerend matroos’ van een wettelijke marine, door een ‘kaperbrief’ of ‘oorlogsmachtiging’ gelegitimeerd om ‘op zee los te gaan op de vijanden van de koning’ en zo handelswaren te bemachtigen. Een zeerover pleegde zijn misdrijven zonder enige machtiging. De zeeroverij en de kaapvaart behoorden tot de thematiek van de 17de-eeuwse schilders uit de Republiek. Ook de zeer nauwkeurig afgebeelde kleurrijke scheepsrampen (Straffen van God?) en historische zeeslagen zijn hier alom aanwezig.

De zeeslag bij Lepanto in 1571

Over die beroemde zeeslag meldt de begeleidende catalogus het volgende: “In de eerste helft van de 16de eeuw stond bijna het hele Middellandse Zeegebied onder Ottomaans bewind. Elk jaar voeren Turkse galeien uit om in christelijk gebied piraterij te plegen. In die uiterst gespannen context gingen de Turken in 1570 aan land in Cyprus, dat toen Venetiaans bezit was. Een jaar later, op 7 oktober 1571, bond de machtige Ottomaanse marine in de golf van Patras, niet ver van het Griekse Nafpaktos (toen Lepanto genaamd), de strijd aan tegen de christelijke vloot van de Heilige Liga, waarvoor op initiatief van paus Pius V Venetiaanse en Spaanse eskaders en galeien uit Genua, de Pauselijke Staten, Malta en Savoie waren samengebracht. Voor de Turken werd het een ramp: haast heel hun vlot werd gekelderd en het verlies aan manschappen was enorm.” Ook bij Damme, bij Duinkerke, bij het Goereese Gat, bij Arnemuiden (dus bij Walcheren, dat toen uiteraard nog een echt eiland was) en op 24 juni 1340 bij Sluis, de voorhaven van Brugge vooraan in de later verzande zeearm het Zwin, en op de Zuiderzee die toen nog een echte woelige binnenzee was, hadden grote zeegevechten plaats. De grote houten zeilschepen waren soms echte drijvende kastelen met hoge masten en hoog oprijzende of krakende voor- en achterstevens. Kortom, deze leerzame en mooie tentoonstelling biedt ons een breed zicht en een scherp inzicht op ons rijke maritieme verleden. Want zonder onze havens zouden de Lage Landen onbereikbare arme wingewesten zijn gebleven. Zonder de zee aan onze Noordzeekust en zonder de Schelde waren de Lage Landen een onbelangrijke regio. Ook onze Vlaamse geografen en cartografen Abraham Ortelius en Gerardus Mercator beseften dit, en onze Antwerpse uitgevers specialiseerden zich in het drukken van wereldkaarten met de zeven zeeën.

Tot slot moet ik vermelden dat het permanente bezit van dit museum een bezoek zeker waard is, met o.m. schilderijen van Jan Gossaert, Gerard David, met reliekschrijnen, oud beeldhouwwerk in eikenhout, draagbare reliekaltaren en een burijnets daterend van 1549 van Pieter Breugel de Oude met als titel ‘Tovenares van Malleghem’. En natuurlijk niet te vergeten, een bezoek aan het stadje Kassel op de heilige Kasselberg. Al dan niet met de nodige streekbieren en met een herinnering aan de opstand van Niklaas Zannekin in het achterhoofd.

De Brave Hendrik


De tentoonstelling in het Musée de Flandre, met de steun van de Vlaamse regering en de haven van Antwerpen, loopt t.e.m. 12 juli, maar werd al met minstens één week verlengd. Ticket voor 5 euro. Alle dagen open, behalve op maandag, van 10 tot 18.00 uur op de Grote Markt 26, van Cassel, dat makkelijk bereikbaar is via Ieper en Steenvoorde. Meer info: museedeflandre.lenord.fr.