Domme saneringen onder Di Rupo, slimme onder Charles Michel

De regering-Michel saneert de overheidsfinanciën niet meer dan de regering-Di Rupo deed, zo leert een studie van de Nationale Bank. Voor de socialisten het bewijs dat de Zweedse coalitie slecht bezig is. Maar Di Rupo saneerde vooral via extra belastingen, en die worden in belangrijke mate door de Vlamingen betaald. Nu kiest de regering voor een sanering via de uitgaven. Dat is vooral voor de Walen nadelig.

3,6 miljard euro of 0,9 procent van het bbp, dat is de saneringsronde die de regering-Di Rupo tussen 2011 en 2014 doorvoerde om de overheidsfinanciën opnieuw gezond te maken en het begrotingstekort onder de 3 procent te krijgen, zoals de Europese Commissie vraagt. De regering-Michel zal tussen 2014 en 2017 een gelijkaardige inspanning doen, bevestigt een analyse van de Nationale Bank. Blijdschap en vreugde ter linkerzijde: waar is de kracht van de verandering naartoe?

Welnu, er is wel een fundamenteel verschil in de saneringsoperatie van de PS-premier en die van de huidige N-VA/MR/CD&V/Open Vld-coalitie. Di Rupo koos voluit voor belastingverhogingen om de overheidsfinanciën weer op koers te krijgen. Net zoals Jean-Luc Dehaene dat in de jaren negentig heeft gedaan. De regering-Michel kijkt voor de sanering vooral naar de uitgavenkant, een aanpak waar de regeringen-Martens in de jaren tachtig voor kozen.

Di Rupo koos duidelijk voor gemakkelijke maar ook domme saneringen. Hogere belastingen, in een land met een zware belastingdruk, fnuiken de economische groei. En het is communautair gedetermineerd. De 58 procent Vlamingen betalen meer dan 65 procent van de belastingen in dit land.  Elke belastingverhoging raakt hen harder dan de Walen. Bij een sanering aan de uitgavenkant zijn het vooral de Walen die dat in hun portemonnee voelen. Vandaar dat de Walen volgens een recent onderzoek niet gewonnen zijn voor verdere besparingen in de sociale zekerheid.

Wat in deze discussie vaak vergeten wordt, is dat het gezond maken van de overheidsfinanciën onder Di Rupo niet alleen via de gemakkelijke weg van extra taksen (hogere roerende voorheffing, fairnesstaks,…) gebeurd is. Tevens, de inspanning was in vergelijking met de buurlanden en de rest van Europa zeer bescheiden. Om dat goed te begrijpen, moeten we een blik werpen op de evolutie van het structureel primair saldo, dat zijn de ontvangsten min de uitgaven van de overheid zonder de rentelasten en conjunctuureffecten. Daaruit blijkt dat de Belgische begrotingssanering slechts 0,6 procent van het bbp bedroeg tussen 2010 en 2014. In onze buurlanden was dat gemiddeld 2,6 procent. Terwijl de begrotingstekorten van Frankrijk, Nederland en in mindere mate Duitsland, en het tekort van de eurozone als geheel, in 2010 groter waren dan het begrotingstekort van België, zijn ze in die landen aanzienlijk kleiner geworden, met uitzondering van Frankrijk. Duitsland heeft sinds 2012 opnieuw een begroting in evenwicht.

Er zijn ook verschillen in de aanpak van de sanering. In de meeste eurolanden werd tegelijkertijd gekozen voor het verhogen van de inkomsten en het beperken van de uitgaven. In België namen de uitgaven ten opzichte van het bbp toe, of anders gezegd: de uitgaven namen sneller toe dan de economische groei. Wat een negatieve bijdragen leverde tot de gezondmaking van de overheidsfinanciën. Die moesten dan gecompenseerd worden door extra inkomsten. Bondig gezegd: onder Di Rupo had de regering een gat in haar hand, en de put die gemaakt werd moest gevuld worden met extra belastingen.

Ondertussen heeft de regering het geweer van schouder veranderd. Dat blijkt ook uit de voorjaarsprognoses van de Nationale Bank. Voor het eerst sinds de crisis zal de economie dit jaar sneller groeien dan de overheidsuitgaven. De regering-Michel kiest voor de broodnodige besparingen. Al is er volgens de Nationale Bank de komende jaren nog een duchtige inspanning te doen. Volgens gouverneur Jan Smets zal in 2017 het begrotingstekort 2 procent van het bbp of 8 miljard euro bedragen, terwijl de Europese doelstelling is 1 procent tekort of 4 miljard euro. Er moet dus nog veel bespaard worden.

Angélique Vanderstraeten