De Griekse economie bestaat niet meer

Hoe de Griekse eurocrisis de komende tijd ook evolueert, Hellas raakt enkel uit de miserie als het opnieuw een gezonde economie naar westerse normen wordt. Dat betekent: gezonde en concurrentiële bedrijven, voldoende financiering via banken, rechtszekerheid en een einde aan de vriendjespolitiek. Dat is nu allemaal afwezig.

Eigenlijk bestaat de Griekse economie vandaag niet meer. Dat is een gevolg van de aanslepende eurocrisis die de Griekse groei opnieuw de dieperik in duwt. Door een beleid van ontspoorde overheidsuitgaven zijn de Griekse overheden er zelf schuld aan. Het wegdeemsteren van de Griekse economie is om te beginnen een gevolg van de massale kapitaalvlucht uit Athene. De deposito’s in de Griekse banken bedroegen in september vorig jaar nog 164,7 miljard euro. Dat was vorige maand gedaald tot 113,7 miljard euro. De Griekse economie is verstikt door een gebrek aan liquiditeiten.

Om op een normale manier goederen en diensten te verhandelen, moet een economie voldoende geld hebben, geld dat via spaartegoeden en leningen als smeermiddel dient. Dat is er niet meer. Wie wil ondernemen, kan niet meer bij de banken lenen. De banken eisen trouwens het geld van leningen niet meer op. Bedrijven kunnen vaak hun leveranciers niet meer betalen omdat ze geen beroep meer kunnen doen op kredietlijnen. De overheid zelf betaalt haar leveranciers niet meer. De financiële machine is stilgevallen.

Daarnaast kampte de Griekse economie al voor de verschillende eurocrisissen met structurele problemen. De Griekse bedrijven zijn niet langer competitief. Zelfs een verlaging van de loonkosten – de lonen zijn met meer dan 30 procent gedaald – heeft daar geen verandering in gebracht. Griekenland is te sterk afhankelijk van het toerisme (13,5 miljard euro inkomsten per jaar) en heeft geen noemenswaardige industrie. Maar het grote probleem is dat de productmarkten te streng gereguleerd zijn, waardoor de Griekse bedrijven niet kunnen concurreren. De Gentse econoom Gert Peersman stipte het vorige week nog aan in een column in De Standaard: de productmarkten moeten flexibeler en liberaler. Tussen haakjes: Peersman is geen nieuwe Thatcher of Reagan-adept. Hij doctoreerde bij de Gentse bankeconoom Rudi van der Vennet, die dicht bij Johan vande Lanotte staat. Peersman bedoelt met de flexibilisering van de productmarkten dat er minder regels moeten komen voor wie een bedrijf wil starten, dat de bureaucratie moet verminderen en dat “monopolies, handels- en toetredingsbarrières moeten worden weggewerkt”. Daarnaast moet er ook meer rechtszekerheid komen.

Rechtszekerheid is eveneens een heikel punt in Griekenland. Er bestaat niet eens een kadaster. Dat wil zeggen dat je in Griekenland nooit zeker bent dat je je eigendom kan behouden. De afwezigheid van een kadaster betekent eveneens dat er geen belasting op vastgoed kan worden geïnd. Ook daar moet iets aan veranderen. Griekenland heeft een middeleeuws belastingstelsel, zei minister van Financiën Johan van Overtveldt (N-VA) vorige week. Schulden kunnen enkel worden terugbetaald als er voldoende belastinginkomsten binnenkomen. Sinds Syriza aan de macht kwam, worden er nog amper belastingen geïnd.

Dat de Griekse economie zo goed als dood is, is mee het gevolg van een jarenlang beslag dat de overheid op die economie heeft gelegd, waarbij bepaalde belangengroepen (vakbonden, politici, ambtenaren) het geld in hun richting hebben doorgesluisd. Tussen 2000 en 2008 stegen de Griekse ambtenarenpensioenen met meer dan 120 procent. Zo’n 8 procent van de Grieken krijgt de helft van de pensioenuitgaven; een gevolg van jaren vriendjespolitiek onder de machthebbers. Dit zijn cijfers die eerder doen denken aan een Latijns-Amerikaanse bananenrepubliek dan aan een euroland.

Eigenlijk heeft Griekenland een groot Marshallplan nodig en moet dat land – straks nog tot de eurozone  behorend of niet – onder curatele worden geplaatst. Een beetje zoals een ontwikkelingsland dat begeleid wordt op weg naar een normale en gezonde economie, dat dan normaal kan lenen op de internationale markten. Een opdracht die wellicht jaren in beslag zal nemen.

Angélique Vanderstraeten