Briefje aan Bart Maddens

Kritische Vlaming

Mijnheer de professor,

Gij zijt in Vlaanderen vooral bekend omwille van uw scherpe analyses en beschouwingen bij het politieke gebeuren in het algemeen en de rol die Vlaams-nationalisten – zeg maar de Vlaamse Bewegers – in het bijzonder daarin spelen. Meer dan eens zegt gij uw ongezouten mening die hier en daar wel eens een wenkbrauw doet fronsen, maar vooral tot nadenken stemt. Wat u daarbij siert en wat strijdend Vlaanderen bijzonder apprecieert, is dat gij u niet inhoudt, doch vrank en vrij uw mening zegt. En dat is een goede zaak. Er moet iemand de rol van ‘geweten’ op zich nemen en geregeld een spiegel voor de neuzen van de politici houden, voor het geval ze er uit zichzelf niet meer in durven of willen kijken. En wie kan dat beter dan een geleerde kop die niet aan een partij kan gelinkt worden en bijgevolg zijn handen vrij heeft!

Zo lazen wij vorige week uw snedige analyse over de 11 juli-feestdag, waarin gij vaststelde dat het allemaal een flauw officieel gedoe is geworden waarbij de flaminganten vooral gebruikt worden als figuranten, die dan bovendien zelfs niet meer te horen krijgen waarvoor ze eigenlijk komen, namelijk radicale Vlaamsgezinde taal. Want, zegt gij: “11 juli is het feest van alle Vlamingen en niet enkel van de flaminganten, weet je wel. Alleen komen die ‘andere’ Vlamingen niet opdagen. Terwijl de flaminganten hun strijddag kwijt zijn. Dat is de paradox waarin 11 juli gevangen zit.”

Gij hebt groot gelijk, want op deze manier is de nog altijd niet-officiële 11 juli-feestdag, die gekaapt wordt door de officiëlen, een lege doos zonder voorgaande. Het woord ‘onafhankelijkheid’ wordt gemeden en de klassieke politici blijven België zelfs een meerwaarde vinden… Er zijn zelfs tal van burgemeesters die op de festiviteiten met hun tricolore buiksjerp verschijnen. Uw suggestie ons gewoon niet te veel meer aan te trekken van al dat officiële gedoe rond 11 juli en beter wat meer energie te steken in de organisatie van niet-officiële radicale 11 julivieringen, is dan ook terecht. Inderdaad, wat zijn we met al dat hol gezwets en gewauwel van culturo’s die vies zijn van leeuwenvlaggen en een traditioneel Vlaams volkslied, maar wel uit de gulle hand van onze gemeenschap eten?! De viering van de Gulden Sinjoren op het Conscienceplein, bijvoorbeeld, kan daarbij zeker inspirerend werken. Wat we zelf doen, doen we beter, nietwaar?! Waar hebben we dat nog gehoord?

Of het nu over de transfers gaat, of over de rol en de strategieën van de Vlaams-nationale partijen, over de staatshervorming en de gevolgen ervan, over Belgische recuperatie, over beleidsdaden van politici, over verkiezingen en de gevolgen ervan, over zangfeesten, IJzerbedevaarten of -wakes, over betogingen en acties, blijf de Vlaamse Bewegers maar inspireren of op hun plaats zetten.

Zodoende valt het te hopen dat de Vlaamse strijd blijft wat hij vroeger altijd was en nog zou moeten zijn: een eerlijke en democratische strijd voor een beter Vlaanderen dat geen schrik meer heeft van zijn eigen schaduw, complexloos naar morgen kijkt en bestuurd wordt door een Vlaamse politieke klasse, die naam waardig.

Blijf dus mee waakzaam. Wij van onze kant doen dat ook!

‘t Pallieterke


Tags assigned to this article:
2015-29Briefje

Related Articles

Hebben die Duitse trienen schrik van seks?

De politici en de rechters in Duitsland hebben de handen vol met aanklachten tegen de seksistische daden en woorden van

Buitenlands spervuur

Een zwarte Chamberlain Nu hij niet meer herkozen kan worden, is president Obama geobsedeerd door wat hij zijn “legacy” noemt,

Film

Het filmjaar 2016 Een rampjaar voor de Vlaamse film, dat is zowat de teneur van enkele commentaren die in de