Systeemfalen van de euro

Alle politieke prietpraat ten spijt, wint bij steeds meer economen de overtuiging veld dat er in wezen géén oplossing is voor Griekenland. Wie door de politique politicienne heen prikt, botst er immers op een diepgewortelde cultuur van publiek wanbeheer in al zijn varianten. Dat door de Griekse mislukking in de euroclub ook het systeemfalen van de gemeenschappelijke munt erkend moet worden, maakt het voor sommigen extra pijnlijk. 

Sommige zaken zijn haast tijdloos. Neem nu “La Grèce Contemporaine”, een boek van de Franse auteur Edmond About, geschreven in 1854. In zijn tijd was About niet de eerste de beste. Als bekroning voor zijn oeuvre werd hij in de prestigieuze Académie française opgenomen, ook al overleed hij onfortuinlijk vlak voor de plechtigheid. Edmond About was een reiziger die zijn bevindingen maar wat graag in boekvorm goot, ook nadat hij door Griekenland was getrokken. Erg actueel – en we danken de lezer die er ons attent op maakte – is het zevende hoofdstuk zijn relaas. Onderwerp: “Les Finances”. In essentie komt het erop neer dat hij van de ene verbijstering in de andere valt. Griekenland leeft sinds zijn oprichting in een permanente staat van bankroet, stelt hij vast. Belastingen, voor zover al geïnd, worden in natura betaald. Een gigantische kloof gaapt tussen wat de inkomsten van de staat zouden moeten zijn en hoeveel stuivers daadwerkelijk hun weg naar de schatkist vinden. De werkingsmiddelen van diezelfde staat, zo gaat hij door, zijn de voorbije twintig jaar niet toegenomen.

Ontwaarde u ook enkele parallellen met het hedendaagse Griekenland? Heel wat van de huidige mistoestanden slepen een lange geschiedenis met zich mee, en sommige gingen haast tot het cultureel erfgoed behoren. En dit is onmiddellijk voor vele experts een belangrijk argument om het onvermijdelijke van de Grexit te voorspellen. Noodplannen kunnen worden uitgetekend, hulp in alle mogelijke vormen kan worden toegestopt, maar als die cultuur en mentaliteit niet bijgestuurd kan worden, is elke duurzame oplossing gedoemd om te mislukken. Een correspondent van Die Welt heeft het in een reportage over een jonge elite die dit probleem loepzuiver inziet. We willen hem best geloven. Alleen is de vraag of die lucide jongeren ooit de politieke teugels in handen zullen krijgen, of… zullen emigreren? Wat wel vast staat, is dat als dit moment er komt, het in een land zal gebeuren dat niet langer deel uitmaakt van de euroclub.

Revolutie

Enerzijds zie je wat zich op het politieke toneel afspeelt, en er zijn de feiten. Steeds meer deskundigen zien het vertrek van Griekenland uit de eurozone als onvermijdelijk. Wolfgang Münchau, columnist bij de Financial Times, bijvoorbeeld. Tsipras had Varoufakis niet in zijn regering mogen opnemen, stelt hij. Of hij had er naar moeten luisteren toen dit gebeurde. De ex-minister had namelijk een plan B: parallel met de euro (terug) een eigen drachme. Daarmee hadden de Grieken kunnen betalen voor hun dagelijkse behoeften, waardoor een totale implosie van de economie vermeden had kunnen worden. In maart had dit plan nog een slaagkans, aldus Münchau. Niet meer in juli. Griekenland heeft geen buitenlandse deviezen in voorraad. Wat betekent, simpel gesteld, dat bij de invoering van de drachme import zou moeten gefinancierd worden met wat ze voor hun export betaald werden. Om te kunnen werken, zou er een zogenaamd positief surplus nodig zijn, t.t.z. meer export dan invoer, wat thans niet meer het geval is. Afgevoerd plan B. Hij ziet verschillende mogelijkheden waarop de onafwendbare Grexit zich kan voltrekken. Het bereikte akkoord kan mislukken, de gehoopte resultaten blijven uit, maar op een zeker moment kan het Griekse ras-le-bol een ultiem kookpunt bereiken. In een recent interview verwees de Europese president (sic) Donald Tusk naar het “revolutionaire” dat hij in de Griekse lucht opsnoof. Hoe broeierig heet die lucht nog gaat worden, kan niemand voorspellen, maar uitsluiten dat het de Grieken zelf zullen zijn die ooit de stekker uittrekken evenmin.

Geld als spelverdeler

Tussen gelijk hebben en gelijk krijgen, gaapt vaak een kloof van jaren. Wie herinnert zich nog “De Europese Leugen” van Peter Vanderbruggen, bijna twee decennia geleden verschenen. De man was toen correspondent voor De Tijd in New York. Collega Angélique maakte er twee weken geleden melding van. Recenter is “Laat de leeuw niet in zijn hempie staan” van de Nederlander Bruno de Haas. Het hoge voetbalgehalte van de titel is misleidend, want in werkelijkheid legt deze voormalige medewerker van het ministerie van Financiën onderbouwd uit waarom de euro economisch gesproken een slecht project is, gedoemd om te falen. Kenmerkend is dat hij boven de Moerdijk lange tijd doodgezwegen werd, tot er twee weken geleden in Trouw een opiniestuk van hem verscheen. We citeren: “Anders dan veel mensen denken is geld niet alleen uitgevonden om gemakkelijker goederen te ruilen. Geld is ook ontstaan toen onze voorouders een centraal gezag erkenden (…) acceptatie van geld betekent dat de leden van een gemeenschap instemmen met een autoriteit die burgers bestuurt.” En: “Schäuble doorgrondt dat geld de plek is waar soevereiniteit en macht zetelen. En misschien snapt hij ook dat geld de spelverdeler is in een markteconomie. Als rente en wisselkoers niet passen bij de prestaties van een economie, ontstaat chaos. Vandaar dat één gezamenlijke munt voor landen die sterk verschillen rampspoed brengt.” Zet tegenover dergelijke nuchterheid eens het geraas van Verhofstadt en co.

m.