2015-31_12_Europese Spoken in Mu.ZEE (Medium)Een tentoonstelling over de westerse beeldvorming van kunst uit Afrika grijpt terug naar de titel van de studie “L’Afrique fantômes” (1934) van de Franse etnograaf Michel Leiris. Hij beïnvloedde schrijvers en kunstenaars als Picasso in hun zoektocht naar de betekenis van etnische kunst, primitieve kunst en ‘art nègre’.

Vele documenten en geschriften over exotische en koloniale denkbeelden vormen het vertrekpunt van de zoektocht. Op basis van de eerste foto’s en reproducties met beschrijving van objecten en maskers uit Afrika wordt een selectie getoond van een 45-tal kunstwerken. Ze behoren tot de collectie van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika van Tervuren, wegens grondige renovatie tot midden 2017 gesloten. Het museum beschikt over vele duizenden etnografische objecten, muziekinstrumenten, zoölogische specimen, foto’s, films en ook het Stanley Archief. Er werd een tijdsband opgezet van de ontdekkingstijd van Stanley, in vaste dienst van Leopold II. Het prekoloniale, koloniale en postkoloniale verleden van Congo wordt geschetst in dertien chronologische afbakeningen, van 1860 tot vandaag, met verwijzingen naar de Afrikaanse cultuur in ruime context.

Einde 19de eeuw werden op tentoonstellingen artefacten te kijk gesteld naast de gevonden grondstoffen. Op de wereldtentoonstelling van 1897 te Brussel stonden twee negerdorpen, te vergelijken voor en na de missionering. De oude kijkkasten met objecten zijn hier nu te bewonderen. Ook de verschillende tentoonstellingsmodellen om de Afrikaanse kunst te bekijken, worden bestudeerd. Kunstenaars en intellectuelen kijken met verwondering naar de Afrikaanse artefacten en trachten de oorsprong te begrijpen. De Belgische staat had al in 1900 de bouw van het etnografisch museum overgenomen en in 1908 was er de overname van Congo-Vrijstaat door de Belgische staat. In teksten en pamfletten wordt de hetze tegen Leopold II en zijn “Red Rubber”-bewind tegenover de etnografische missies belicht, in de foto’s van Vladimir Markov.

In het interbellum kenden tentoonstellingen rond de ‘art nègre’ een groot succes. In de periode tot 1950 nam de interesse voor uitheemse kunst duidelijk af en groeide vooral in artistieke en literaire kringen de reactie tegen het koloniale systeem. In de tentoonstelling wordt zowat de balans opgemaakt van de dekolonisatie. De terugkeer van Mobutu naar de roots wordt hier als een belangrijk fenomeen voorgesteld. De uitwisseling tussen Afrikaanse en westerse kunstenaars ging natuurlijk voort en de sporen van de koloniale antropologie en etnografie lopen tot vandaag door.

“Europese Spoken” is een boeiende tentoonstelling die wel wat tijd en kritisch inzicht vraagt van de bezoeker. De tentoonstelling blijft in Mu.ZEE in de Romestraat te Oostende tot begin 2016. Er zou zelfs gedacht worden aan een vervolg.

FDC