Tragisch

Amy

Waar ik mij nog altijd aan kan ergeren, is het vergoelijkend toontje dat in het (pop)muziekwereldje wordt aangeslagen als het gaat over “sterren” en “idolen” die ten onder zijn gegaan aan drugs. Van Jim Morrison en Janet Joplin tot Elvis Presley en Michael Jackson. Ik heb het al een aantal keren geschreven, wat overal elders verontwaardiging wekt (in de sport, bijvoorbeeld) en zeker niet als voorbeeld wordt gepresenteerd, krijgt bij verslaggevers van de muziekscène iets van “hey, dit is nu éénmaal rock-’n-roll, sommige van de beste songs zijn geschreven onder invloed” en wie dat “bullshit” vindt is een seut.

Is er beterschap op komst? Enkele maanden geleden kregen we in “Cobain: Montage of Heck” een genuanceerd portret te zien van de drugsverslaafde en overleden frontman van de grungeband “Nirvana”. Met “Amy”, een documentaire over Amy Winehouse, gaat regisseur Asif Kapadia nog een stap verder in het tonen van een aanvankelijk succesvol maar verder allesbehalve glamoureus leven. Wat die twee films duidelijk maken, is dat het niet altijd de sterkste karakters zijn die talent hebben en carrière maken.

Kapadia dook in archieven en homefilmpjes, sprak met familie, vrienden en bandleden, en kwam met een documentaire die er geen doekjes om windt. In “Amy” zien we een jong, vrolijk en talentvol meisje – toegegeven, ook onevenwichtig en depressief – evolueren tot een volleerde songschrijfster en zangeres met een unieke stem, om vervolgens ten prooi te vallen aan de klassieke ingrediënten van het verval: de druk van het succes, de voortdurende aandacht van de sensatiepers, een omgeving die alleen met zichzelf bezig is (tot en met een egoïstische vader die pas op de proppen komt wanneer ze de hitlijsten haalt), een wel erg foute geliefde en ten slotte een steeds erger wordende verslaving. Het beeld van het menselijke wrak dat Winehouse uiteindelijk werd – ze was 27 toen ze stierf – is iets wat je niet licht zal vergeten.

Je wordt stil bij dit intrieste verhaal, het teloorgaan van een veelbelovend jong leven. Kapadia speelt geen moraalridder. Haast iedereen in beeld is een beetje schuldig, inclusief Winehouse zelf, wier destructieve kant niet wordt weggemoffeld. In feite is “Amy”, zo poneert Kapadia, een verhaal van deze tijd, over iemand die succes heeft en plots openbaar bezit wordt, langs alle kanten belaagd, zowel overgeleverd aan ongelimiteerde sensatiezucht als aan de verleidingen van pas verworven rijkdom. Je moet een sterke persoonlijkheid hebben om je daar doorheen te worstelen.

K.T.


Greenaway en Eisenstein

Eisenstein in Guanajuato

De Britse regisseur Peter Greenaway debuteerde in 1982, na een aantal opmerkelijke kortfilms, met “The Draughtsman Contract”. Een fascinerende film – gesitueerd in het Engeland op het einde van de zeventien eeuw – over een talentvol tekenaar die de opdracht krijgt een prachtig landgoed vast te leggen in twaalf tekeningen en zo achter een moorddadig opzet komt.

Die film maakte Greenaway op slag tot de chouchou van het toen nog welig tierende arthouse-circuit. Dat stelde hem in staat om in zijn volgende films een richting in te slaan waarin een intellectuele benadering van zijn (dikwijls historische) onderwerpen, een voorkeur voor barokke enscenering, een fascinatie voor getallen, experimenteren met beelden doorspekt met veel bloot, seks en scabreuze humor, ervoor zorgden dat steeds meer “fans” afhaakten, omdat er op de duur geen touw meer aan vast te knopen was. Het kon Greenaway klaarblijkelijk niet veel schelen. Hij ziet zichzelf als een kunstenaar (en een intellectueel) die zijn eigen weg volgt in een medium dat beheerst wordt door commerciële platitudes. Waarvoor bewondering, maar als je als toeschouwer niet meer kan volgen, is het afgelopen.

In “Eisenstein in Guanajuato” (andere titel: “Que Viva Eisenstein!”) is al het bovenstaande terug te vinden, zij het in een begrijpelijker verhaal en aanpak, wat waarschijnlijk de reden is dat Greenaway na vele jaren nog eens de bioscoop haalt. Al moet je niet denken dat hij de gemakkelijke toer op gaat. Alleen al het onderwerp zal de cinefielen meer bevallen dan de gewone bioscoopbezoeker.

De film gaat namelijk over een episode in het leven van de beroemde Russische regisseur Sergei Eisenstein. Na “Pantserkruiser Potemkin” (nog altijd beschouwd als één van de invloedrijkste films uit de geschiedenis) maakte die een reis naar het Westen – waar hij overal met het nodige respect werd ontvangen – met als einddoel het door hem bewonderde Hollywood, waar de mogelijkheid om er een film te maken reëel was. Toch draaide dat op niets uit. Met de hulp van enkele communistische vrienden kon hij aan de slag in Mexico. Helaas werd ook “Que Viva Mexico!” (de voorlopige titel) door omstandigheden een fiasco en eindigde in een niet-afgewerkte film.

Van dat laatste merk je niet zoveel in “Eisenstein in Guanajuato”, omdat Greenaway dat alleen maar gebruikt als een kader voor de relatie tussen de gefrustreerde homoseksueel die Eisenstein was en diens Mexicaanse gids Palomino, die de 33-jarige Rus ontmaagde. Dat Eisensteins leven en werk er door veranderd werd, wil ik best geloven, maar door de eigenzinnige verbeelding van Greenaway is het allemaal niet zo boeiend. Bovendien denkt hij op zijn 73ste nog altijd dat hij het publiek zo nodig moet choqueren, wat uiteindelijk alleen maar kinderachtig overkomt.

Gelukkig zijn er de indrukwekkende locaties en Greenaway’s oog voor flamboyante beelden om de aandacht gaande te houden

K.T.