Het kon moeilijk anders of er moest een tweede editie komen van “wat als de stenen spreken?”. Vorig jaar lokte het kasteelspektakel bijna 35.000 bezoekers naar Gaasbeek. De creatieve aanpak van de vele ruimtes met sprekende theatrale installaties was het werk van Wildworks, een Britse theatergroep en kunstenaarscollectief. Op basis van archiefonderzoek en nieuwe impressies mocht de groep nog eens aan de slag in “Twice upon a castle”. In de werkwijze is er weinig veranderd. De bezoekers worden ondergedompeld in een wereld vol geschiedenis en fantasie. Het geheel is opgebouwd rond vier thema’s of personages; vooreerst het kasteel in al zijn pracht, aangevuld met in historisch perspectief drie belangrijke bewoners. Het kasteel herinnert zich de belangrijkste gebeurtenissen uit haar turbulente verleden en er volgt een kennismaking met de suites en vele kamers van enkele topfiguren. Het zijn Lamoraal, graaf van Egmond, en twee excentrieke leden van de familie Arconati Visconti. Het eerste kasteel werd gebouwd rond 1240 en was de inzet van enkele feodale conflicten. Als wraak voor de moord op schepen Everaard t’ Serclaes in 1388 werd het kasteel door de Brusselaars verwoest. De wederopbouw duurde tot in de 16de eeuw. In 1565 kocht Lamoraal, graaf van Egmond, van de familie van Horne het Land van Gaasbeek, behelzend veertien dorpen en het kasteel. Zijn medewerking aan het Eedverbond der Edelen kostte hem drie jaar later het hoofd. Zijn tragische einde wordt herdacht in enkele ruimtes, zoals de kapel van het noodlot en de rouwkapel. Er is zelfs een ruimte voorzien met loze spijtbetuigingen over zijn onthoofding. De kasteelgeschiedenis, met verwoestingen en wederopbouw, wordt doorgetrokken tot de laatste eigenaars, de familie Arconati Visconti. Paul Arconati (1754-1821) was een flamboyante kasteelheer en een fervente bewonderaar van Napoléon Bonaparte, die hem een gouden snuifdoos schonk. In het park liet hij een triomfboog bouwen als startpunt voor een wegverbinding met Parijs. De winter bracht hij door in Hotel Arconati, het huidige Rekenhof, maar vaak ondernam hij reizen, van de Noordkaap tot Turkije. Paul liep graag rond als Osmaanse edelman, met tulband. In het parcours krijgt hij de ruimte met de geboorte van het licht, de ruimte van de utopische dromen, de kamer van engelen en demonen, ook zijn eigen denkkamer. Na de zaal van spel en oorlog en andere kleurrijke ruimtes belanden we bij de laatste markiezin, Marie Aconati Visconti, geboren Marie Peyrat (1840-1923). Zij zorgde voor de renovatie in neorenaissancestijl en voor de prachtige interieurs in haar privésuite. Ze was kind aan huis in de Parijse salons, maar ze vertoefde ook graag in haar romantische wereld te Gaasbeek. Ze schonk het kasteel aan de Belgische staat.

Het parcours is soms wat rommelig opgebouwd. Pluspunten zijn de theaterkostuums van Tim van Steenbergen, de sfeervolle muziek van Jeroen D’hoe en de poëtische teksten van Ivo van Strijtem. Te bekijken tot zondag 8 november, alle dagen behalve op maandag, van 10 tot 18 uur.

FDC