Het kan niet op voor Raf Rumes. Eind vorig jaar op de beroemde Praatstoel van dit veel gelezen weekblad voor mensen met een goed hart en nu door het Sint-Niklase Davidsfonds op de koop toe vereerd met de begerenswaardige Leeuwepenning voor Vlaamse verdiensten! De salons aan de Stationsstraat waren vorige donderdag ei zo na te klein om alle vrienden van de immer bezige secretaris van het Vlaamse Sint-Nikolaasgenootschap te kunnen slikken. Het was een plechtigheid de laureaat waardig, met hoogstaande harpmuziek die uitblonk door verscheidenheid, meesterlijk vertolkt door de vaak gelauwerde Annelies Boodts, en lofredes door burgemeester Lieven Dehandschutter en Geert Vandenhende, voorzitter van het Sint-Nikolaasgenootschap, coördinator van de stad van de Sint én goede vriend van het “feestvarken”. Lieven Dehandschutter (N-VA), die als stuwende kracht achter de Wase Jonge Leeuwen (waar is de tijd?…) aan de wieg heeft gestaan van de Leeuwepenning, ging er in zijn rede prat op dat hij in 1987 de eerste penning had mogen uitreiken aan Leo de Meulenaer, die donderdag lijfelijk aanwezig was, net als een rist andere laureaten van vroegere jaren. Trots noemde hij zich ook omdat hij, naar eigen zeggen, veel gemeen heeft met Raf Rumes, tot familiebanden toe. Voor Raf is de inzet voor Vlaanderen vanzelfsprekend, loofde hij. Gezelles “Wees Vlaming die God Vlaming schiep”, is hem op het lijf geschreven, maar bij alles wat hij onderneemt, houdt hij altijd de praktische aanpak voor ogen en hij levert nooit half werk. Slot van de lofrede: dat het Davidsfonds zijn Leeuwepenning heeft toegekend aan Raf Rumes, is volkomen terecht en “meer, meer dan verdiend!” Na een uitmuntende harpvertolking van Smetana’s Moldau, slaagde een goed geïnspireerde Geert Vandenhende erin een retorische sprong te maken van de Griekse oudheid over de Nederlandse letterkunde tot aan de stichtingsvergadering (10 mei 1989) van het Sint-Nikolaasgenootschap waar een licht grijzende Raf Rumes, die toen wellicht reeds vermoedde dat hij negen jaar later het secretariaat van de vereniging op zijn schouders zou krijgen, strategisch was gaan zitten “aan de linkerzijde van de goedheiligman”. Hij loofde Raf als één van de geestelijke vaders van het Huis van de Sint, dat vandaag mag roemen op meer dan 275.000 bezoekers uit binnen- én buitenland.

Met zijn bijwijlen geestig dankwoord bewees de bekroonde dat hij die Leeuwepenning wel degelijk verdiend heeft, al noemde hij zich niet zo opgezet met “al die wierook van daarnet”. “Bij alle verenigingen waarvoor ik mij heb ingezet”, vervolgde hij, “stond het woord Vlaams vooraan, behalve bij de Bond van het Heilig Hart en de Wase Missievrienden.” De eerste zaadjes van zijn Vlaamse overtuiging raapte Raf op in de wereldwijd bekende Broedersschool van Sint-Niklaas, waar broeder Vincent zaliger ieder trimester een zangnamiddag aanrichtte onder leiding van troubadour Willem de Meyer, met zowel stapliederen, Maria- en kampvuurliederen als “de strijdliederen die wij nog altijd kennen” en jaarlijks zingen op het Vlaams Nationaal Zangfeest, dat zijn subsidies geschrapt zag door “een Brusselse mijnheer” die wel gul subsidies uitdeelt aan dubieuze Brusselse vzw’s. Dit even terzijde”. Níét terzijde klonk Rafs scherpe kritiek op de BRT, – hij liet bewust de V weg -, die het overlijden van Anton van Wilderode geen belangrijk nieuws vond en in haar ochtendprogramma’s 85 tot 90 procent Engelstalige liedjes uitzendt (eigen onderzoek). Ook de modieuze verengelsing van onze samenleving werd duchtig over de hekel gehaald. Wie vandaag moe is, heeft een burn-out en in plaats van kinderen worden er alleen nog maar kids geboren, terwijl onze dames gaan shoppen en werkgroepen enkel nog bedrijvig zijn als taskforces. Tot humoristisch slot dacht de héél verdienstelijke Raf Rumes aan de oprichting van een nieuwe politieke partij: de VVD, wat staat voor Vlaams, Vriendschap, Dienstbaarheid. Nietwaar, lezer, dat Raf Rumes deze Leeuwepenning dubbel en dik verdiend heeft? Proficiat!

hvo