Mark Grammens

Oorsprong en verval van de euro

Over één zaak kan men het eens zijn: het heeft Europa de laatste weken en maanden aan staatslieden ontbroken. Degenen die met het beleid waren belast, mogen niet verrast zijn als zij “door de Europese bevolking meer en meer zullen worden uitgespuwd”, aldus Yves Desmet in De Morgen (17 juli). Een van de beste Brusselse correspondenten, Caroline de Gruyter, stelt in NRC Handelsblad (1 juli) dat dit “een existentiële politieke crisis waar Europa voorlopig niet van af is, integendeel, ze begint net”, en Griekenland is “de katalysator “ervan.

De zwaarste schuld – als er al van bewuste schuld sprake kan zijn – treft hen die destijds Griekenland tot de euro hebben toegelaten, wat méér is: die zich tot het uiterste ingespannen hebben om het lot van de Grieken met dat van de euro te verbinden, wel wetend dat het land daar in allerlei opzichten niet voor in aanmerking kwam. Kunnen de verantwoordelijken die de Grieken desondanks hebben toegelaten “dan alstublieft voor de rechter worden gebracht,  om de schade te vergoeden,” vraagt Koen Meulenaere zich spottend af in De Tijd (4 juli). In de laatste vijf jaar werd 250 miljard euro in Griekenland gepompt. Daarvan is slechts 11 procent de bevolking ten goede gekomen. De rest verdween in binnen- en buitenlandse banken, die “gered” moesten worden. En nu dus is Griekenland min of meer failliet. “De waarheid is dat Griekenland geld nodig heeft om een schuld af te betalen die op het einde van de dag toch nooit afbetaald zal worden” (Rik Van Cauwelaert, in De Tijd, 19 juni).

“Beter opdoeken”

“De hysterie raast over Europa” (Caroline de Gruyter, in NRC Handelsblad, 11 juli). De volkeren van Europa “beginnen elkaar te misprijzen” (Le Monde, 16 juli): zuid tegen noord, en noord tegen zuid. Nu pas stelt men vast dat men “de euro maar beter kan opdoeken” want “het huwelijk zal nooit goed werken,” aldus Trends (hoofdartikel 16 juli), verschenen onder de programmatische titel “Doek deze muntunie maar op”.

De waarheid is dat men geen uitkomst meer ziet uit de miserie waarin de euro ons allen – en niet alleen de Grieken – heeft gedompeld. Hoe is het toch zo ver gekomen?

Door de implosie van de Sovjetunie en de unie van socialistische staten (Warschaupact), stortte ook Oost-Duitsland in (de vroegere DDR) en zag de West-Duitse kanselier Kohl een kans om de twee Duitslanden te herenigen, wat officieel sinds tientallen jaren al de doelstelling was geweest van de met West-Duitsland verbonden staten (NAVO). Echter, voor de Europese staatslieden Thatcher (Groot-Brittannië), Lubbers (Nederland) en Mitterrand  (Frankrijk) was dit niét vanzelfsprekend. Zij leefden nog in de sfeer van de Franse schrijver Mauriac, die ooit gezegd had dat hij zo’n hartstochtelijke vriendschap koesterde voor Duitsland, dat hij er liever twee van had dan één. De oude verdeel- en heers-politiek. Frankrijk tenslotte bood aan de Duitse eenmaking te dulden, op voorwaarde dat Duitsland het probleem van een neerwaarts wegzinkende Franse franc hielp oplossen. Dat kon door de franc onherroepelijk te koppelen aan de sterke Duitse mark. Men bedacht dat dit beter zou overkomen als men het voorstelde als een “Europees” initiatief, maar dit betekende wel automatisch dat andere Europese landen uitgenodigd werden om met Frankrijk en Duitsland deel uit te maken van de op te richten Europese Muntunie (de euro).

Te weinig olijfolie

Om zijn politieke positie ten opzichte van Duitsland te verstevigen, heeft Frankrijk ervoor geijverd om zo veel mogelijk landen met dezelfde financiële problemen als Frankrijk toe te laten tot de eurozone, om te beginnen Italië en Spanje, en tenslotte Griekenland. Uit alle rapporten die in die dagen verschenen, kon men leren dat Griekenland ongeschikt was voor toetreding tot de euro: er heerste te veel corruptie, het land neigde naar te links, en dan weer naar te rechts, en had een poosje een dictatuur gekend onder een kolonelsregime. Het leefde in hoofdzaak van toerisme. Zelfs olijfolie produceerde het te weinig voor eigen gebruik, en moest worden ingevoerd. Tenslotte had het de gewoonte zijn boekhouding te vervalsen en schulden niet terug te betalen. Niets van wat men dezer dagen de Grieken heeft verweten, was bij de toetreding van Griekenland in 2001 tot de euro onbekend.

Toen zowel als nu werd in verscheidene diplomatieke commentaarstukken geschreven dat de Amerikanen, afgezien van de Fransen, fel op de toetreding hadden aangedrongen, vooral bij Duitsland, dat er onwillig tegenaan keek. De reden was dat Amerika Griekenland beschouwde als een noodzakelijke bondgenoot in het handhaven van de status-quo in het Nabije Oosten. Dat is nog steeds zo. Zeker meer dan ooit, want Griekenland is ook een geopolitieke pion geworden in het machtsspel dat door Amerika en Rusland wordt bedreven in de Balkan. De Amerikaanse druk werd vooral uitgeoefend via het Internationaal Monetair Fonds, waarvan de leiding traditioneel bij Fransen berust maar dat in de praktijk luistert naar de aanwijzigingen van de Verenigde Staten (dit wordt ondermeer gesuggereerd door Karel de Gucht in De Tijd, 7 juni). Topeconomen als Geert Noels erkennen vandaag (in De Tijd, 20 juni) dat Amerika een medebeslissende stem heeft in het Europese beleid ten overstaan van Griekenland. Voor alle duidelijkheid: met een tegenstelling tussen “links” en “rechts” heeft het Grieks-Europese vraagstuk niets te maken. Dat wordt erkend door Franse politicologen, die er veeleer een kloof in zien tussen een “nationalistische” en een “globaliserende” strekking (Le Monde, 8 juli).

Waar staat Schäuble?

Vandaar dat men reeds vroeg in het Grieks-Europese conflict kon besluiten dat dit op een of ander hallucinant compromis zou eindigen. Amerika laat in Europa niet spotten met wat het als zijn belangen beschouwt, en die belangen worden vaker vanuit het Nabije Oosten (Israël) bekeken dan vanuit Brussel of Berlijn. Vervolgens maakt het Griekse lidmaatschap van de euro deel uit van een afspraak inzake onderlinge machtsverhoudingen tussen Frankrijk en Duitsland. Griekenland verbannen uit Europa betekent het opzeggen van de tussen Duitsland en Frankrijk bestaande afspraken. Als een machtig figuur als de Duitse minister van financiën Schäuble zich laat verleiden tot de uitspraak dat het al bij al beter was geweest de Grieken uit de Muntunie (euro) te zetten, dan mag men dit interpreteren als een luchtballon opgelaten met het doel onderhandelingen te starten over een nieuw Duits-Frans politiek akkoord, aangepast aan de machtsverhoudingen van vandaag, waarbij men Griekenland niet meer nodig heeft.

Der Spiegel (13 juli) schrijft dat in één weekend de Duitse regering al het krediet heeft verspeeld dat ze de laatste vijftig jaar moeizaam had opgebouwd. Leparmentier, de chef-politiek van Le Monde schrijft van zijn kant (16 juli) dat het buitenzetten van Griekenland uit de Monetaire Unie “zou hebben geleid tot een schrikbarende breuk tussen Frankrijk en Duitsland, die te allen prijze dient te worden voorkomen (de exit van Griekenland zou hebben geleid tot une épouvantable rupture franco-allemande, scénario à proscrire en toute circonstance). De waarschuwing aan het adres van Duitsland kon niet zorgvuldiger worden geformuleerd.

Mede door de rechtstreekse band van de euro met de politieke machtsverhoudingen in Europa, “werkt de euro als een gifpil voor het hele Europese project”, meent Geert Mak (in Knack, 15 juli). Dat is het gif van een verdeeldheid, die haaks staat op de oorspronkelijke goede bedoelingen van het Europese project, dat vrede en welvaart zou brengen. “Er is vandaag op geen enkel vlak nog eensgezindheid mogelijk”, aldus Geert Mak, “de venijnigheid is te groot, landen staan tegenover mekaar”.

MARK GRAMMENS


Tags assigned to this article:
2015-30Mark Grammens

Related Articles

Je ne suis pas Eric

Op 17 december veroordeelde de correctionele rechtbank van Parijs publicist Eric Zemmour tot een boete van 10.000 euro wegens racisme

Dwars door Vlaanderen

Imagoverlagende N-VA Voor zover we weten, is de Antwerpse bestuurscoalitie nog altijd samengesteld uit drie partijen, N-VA, CD&V en Open

Een Franse burgeroorlog?

“Een groot deel van de jeugd keert zich af van ons maatschappijmodel. Het is een massale breuk.” Dit citaat komt