Neckers

Mario Del Monaco

Honderd jaar geleden werd op 27 juli Mario Del Monaco geboren. Iedereen ouder dan 55 kent zijn naam nog, maar ik vrees dat dit het enige Vlaamse artikel is dat het Del Monaco-jaar gedenkt. De kranten besteden wel bladzijden aan het burenlawaai voor pubers (die geen krant lezen) in Werchter en Boom, maar voor één van de grootste tenoren van de 20ste eeuw hebben zij geen aandacht meer.

Mario Del Monaco (1915 – 1978) stond op het toppunt van zijn roem in vervlogen tijden, toen er nog platenwinkels waren met twee vitrines: links de pop en rechts klassiek. Toen er nog bioscopen waren als de Rex aan de De Keyserlei, die films draaiden over het leven van Giuseppe Verdi, waar de mensen rijen dik voor aanschoven zoals de foto’s bewijzen. In die film zong Del Monaco de tenorfragmenten. In Vlaanderen was hij daarenboven wereldberoemd voor een film waarin hij niet optrad. Na het MGM-succes The Great Caruso uit 1951, met Mario Lanza, produceerden de Italianen een eigen Carusofilm die ook kassa was. Nog altijd beweren hoogbejaarden dat Del Monaco de hoofdrol speelde, maar hij leende voor één keer alleen maar zijn stem.

Het verdwenen Italië

Mario Del Monaco is een vertegenwoordiger van een ook al verdwenen Italië. Zijn vader is een hoge ambtenaar die voor een tijd met zijn familie als bestuurder naar de Italiaanse kolonie Libië verhuist. Bij een gedegen opvoeding horen literatuur, plastische kunsten (Del Monaco wordt een zeer goede amateurschilder) en vooral muziek, met bijzondere aandacht voor het Italiaanse erfgoed. Puccini sterft als Del Monaco 9 is, en hij staat al volop in de carrière wanneer Mascagni, Giordano en Cilea overlijden. Het is zeer vlug duidelijk dat de jonge Del Monaco over een gouden stem beschikt en de familie steunt hem in zijn roeping. Zijn stem heeft metaal, volume en een persoonlijk timbre. Na wat moeilijkheden om de juiste leraar te vinden, blinkt een juweel. Er is alleen het kleine probleem van de legerdienst op het ogenblik dat de Tweede Wereldoorlog begint. Maar zoals gezegd, dat is het oude Italië. De officieren houden ook van muziek en dus worden de faciliteiten wel heel breed uitgemeten. Del Monaco maakt zijn operadebuut in 1940. Zijn agenda voor 1941 is volgeboekt, terwijl hij toch officieel korporaal is. Eén ogenblik is er sprake van dat hij naar Rusland moet, waar 235.000 Italianen naast de Wehrmacht vechten. Een kolonel vindt dat Italië meer heeft aan tenor dan aan soldaat Del Monaco. Dat jaar trouwt hij met Rina Filippini, een beloftevolle sopraan, met wie hij al een tijdje samenwoont. Haar vader is niet gelukkig met die zoon van een ambtenaar van het fascistische regime, want Rina’s moeder is Joodse. De Italiaanse anti-joodse wetten dateren van 1938, maar Mussolini geeft meteen de opdracht om ze ‘al Italiano’ toe te passen. Ondanks of vooral dankzij de oorlog gaat het operaleven volle vaart verder, want er is meer dan ooit een behoefte aan ontspanning. Al staat er in elke schouwburg een rij mannen van in de coulissen tot aan het open raam van de toiletten, waar iemand de lucht in het oog houdt om geallieerde vliegtuigen te signaleren. Italië capituleert begin september 1943. De gevluchte regering verklaart vanuit Zuid-Italië eind september de oorlog aan Duitsland. De Duitsers richten in het grootste deel van het land een satellietstaat op onder de leiding van Mussolini. Del Monaco demobiliseert zichzelf en zet zijn loopbaan zo goed als mogelijk verder in de zogenaamde Republica Sociale. Rina is voorzichtig, want één woord van de fascistische Milizia bij de Duitsers kan tot deportatie leiden. De nachtmerrie is eerst in mei 1945 voorbij. Inmiddels kennen alle operadirecteuren de reputatie van de jonge tenor met de briljante stem. Voor hem geen optredens in kleine onbetekenende zaaltjes, wel de betere provincietheaters en een debuut bij de Milanese Scala; zij het niet in het gebouw zelf, want dat is aan stukken gebombardeerd.

Werken, talent en geluk

Na de oorlog duurt het even vooraleer de treinsporen en wegen weer hersteld zijn en de geallieerde legers naar huis vertrekken. En niet iedereen in Europa en de VS heeft de Italianen Mussolini vergeven. Maar eind 1946 is Del Monaco al de sensatie van een eerste Italiaans seizoen in Londen. En in 1947 vinden we hem in een voorstelling van Tosca in Antwerpen, in de legendarische Hippodroom aan het Zuid. Van Antwerpen gaat het naar Charleroi, waar hij een concert geeft voor de recent gearriveerde Italiaanse mijnwerkers. Nog een jaar later maakt hij een eerste reeks platen en vanaf dan kunnen alleen nog de grootste theaters zijn erelonen betalen. Vanaf 1950 verovert hij de VS. Grote zangers moeten drie eigenschappen bezitten: talent, hard werken en onnoemelijk geluk. Begin de jaren vijftig is Del Monaco de juiste man op de juiste plaats wanneer de lp’s verschijnen en de levensstandaard omhoog gaat zodat er geld is om ze te kopen. Decca vormt het droomkoppel Renata Tebaldi-Mario Del Monaco, dat tien jaar lang hun catalogus vult met de ene na de andere integrale operaopname. Film en later televisie volgen. In 1960 bijvoorbeeld zendt de hele toenmalige Eurovisie op alle zenders een Del Monacoconcert uit.

De zingende vulkaan

Mario Del Monaco is lange tijd de archetypische Italiaanse tenor. Hij is een knappe maar kleine man (1,65 m) en hij komt altijd de schoenhoogte van zijn vrouwelijke partners meten, zodat ze niet boven hem (hij draagt plateauschoenen) uittorenen. Hij heeft succes bij de vrouwen en aarzelt niet voortdurend zijn vrouw te bedriegen, die het nogal filosofisch opneemt. De sopraan Magda Olivero vertelt me dat hij lange tijd drie gespreksonderwerpen heeft: zijn stem, zijn stem en zijn stem. Maar hij is een zingende vulkaan die zich nooit spaart, die een dag voor een voorstelling al rust, nauwelijks nog een woord fluistert en zeker geen seks. In zijn hele loopbaan zegt hij maar een paar maal af wegens ziekte. Eén van die weinige keren is toch wel een voorstelling van La Bohème in Antwerpen. Hij gaat aanvankelijk akkoord om het openingsconcert van Expo 58 voor de VRT te zingen, maar verkiest ten slotte een paar voorstellingen in New York – gevolg is dat de dan nog onbekende Franco Corelli hem vervangt. Het publiek is dol op Del Monaco. De kritiek verafschuwt hem meestal, want muzikale subtiliteiten zijn niet echt zijn specialiteit. Hij heeft een reusachtig volume, een prachtig en rijk zij het enigszins koud timbre en hij durft gerust uit effectbedrag de muzikale lijn storen met snikken en grauwen. Maar in een paar rollen is hij niet te evenaren en geen enkele tenor voor of na hem benadert nog maar in de verste verte zijn Otello. De rol is zo zwaar dat hij er geleidelijk zijn stem door beschadigt. Een Italiaanse tenor houdt ook altijd van snelle auto’s; de bas Jerome Hines vertelt me dat het angstigste uur uit zijn leven een dollemansrit door Firenze met Del Monaco is. Het onvermijdelijke gebeurt: een zwaar ongeval dat de nieren blijvend beschadigt. Zijn laatste Otello’s zingt Del Monaco in 1972 in de Muntschouwburg. Drie jaar later stopt hij en hij wordt de grand old man van de Italiaanse opera. Zes jaar later krijgt hij een fatale hartaanval.

We zijn nu al twee generaties verder en geen enkele operatenor heeft nog zo’n wereldwijde roem en bekendheid geoogst. Luciano Pavarotti was ook een naam, maar zijn film werd in de kleine zaal van de Rex gedraaid. In zijn optredens werd hij een karikatuur van een operazanger en hij deed meer en meer een beroep op popsterren als medeartiesten. Del Monaco’s reputatie was gevestigd op opera, Italiaanse en andere mooie melodieën in een tijd toen muziek nog muziek was en geen dreunende milieuvervuiling.

Jan Neckers


Tags assigned to this article:
2015-28Jan Neckers

Related Articles

Roddels uit de Wetstraat

Schone schijn Ja, het heeft altijd iets van een eerste schooldag als de bel door het Paleis der Natie klinkt

Papa Antheunis

In korte tijd liep ik hem tweemaal tegen het lijf. Bij de uitreiking van de ‘Trofee Raymond Goethals’ in Aalst

Hoogmoed van Assad

Aleppo was niet de laatste veldslag van het Syrisch conflict, wel het begin van een nieuw hoofdstuk. Hoewel president Assad