Winden

Het geluid kwam van een zwaarlijvige man naast me op mijn bank van het Noorderterras. Plotseling trilde de bank even. Althans, zo voelde het aan. Ik keek opzij en zag hoe het aangezicht van de man lichtjes rood was aangelopen. Meteen begreep ik wat er gebeurd was. Er was hem iets ontsnapt.

Hoe moest ik reageren?

Ik deed het bliksemsnel en begon zachtjes te zingen.

Poep zei mijn gat en mijn gat sprak Frans. Zwijgen zei de boer of ik breek u de nek. Als gij mij de nek zult breken, zal mijn gat geen Frans meer spreken. Als thuis één van de familieleden een wind liet vliegen, werd dat gezongen”, zei ik.

Zijn aangezicht kreeg een nog donkerder pioenkleur.

“Duizendmaal mijn excuses, meneer. Het ontsnapte me.”

“Dat gebeurt bij vele mensen”, troostte ik hem. “Als het gebeurt tijdens een galadiner is het om van verlegenheid in een muizengat te kruipen. Maar hier gebeurt het in de wijde natuur. Niemand heeft er enige last van. Je ruikt alleen de uitlaatgassen van de auto’s op de kaai.”

Hij ademde diep uit, opgelucht.

“Laat je een wind in gezelschap, dan zeg je zelf gewoon: ‘Buiten die geen huishuur betalen!’”, raadde ik hem aan.

Er kon bij hem een glimlach af.

“Geloof me vrij, meneer. Het is heel vervelend als je winderig van aard bent.”

Na die woorden zuchtte hij diep.

“Kijk, dat zuchten is goed”, zei ik. “Lucht die je door zuchten langs boven laat ontsnappen, moet geen andere uitweg zoeken.”

Hij bekeek me ongelovig.

“Meen jij dat?”

“Winderigheid kan worden veroorzaakt door het inslikken van lucht. Dat gebeurt door snel praten, veel kauwgum kauwen of drinken door een rietje. Zo haal je te veel lucht naar binnen. De remedie bestaat er dus in veel uit te blazen langs je mond.”

“Ik voel me toch ongemakkelijk met wat gebeurde”, vond hij.

“Komt er nog?”, vroeg ik.

“Meneer, het gebeurt soms als ik in gezelschap ben. Ik weet me dan geen raad.”

“Daar is een oplossing voor”, zei ik. “Je kijkt onmiddellijk een beetje boos om je heen, om te zoeken wie het deed. Zo ben je zelf gezuiverd.”

“Jij hebt dat precies zelf al meegemaakt.”

“Zo niet beginnen, hè. Ik geef een goede raad om je uit een benarde situatie te redden. Eén op vier mensen heeft last van winderigheid.”

“Zou dat de opwarming van de aarde versnellen?”, vroeg hij.

“Zeg dat niet tegen die van Groen, of ze eisen een belasting op iedere wind.”

“Het blijft een groot probleem. Ik schaam me dikwijls”, zei hij.

“Och, man. Ik heb iemand gekend die nooit een wind liet, maar hij stierf dan ook vrij jong.”

“Hoe kwam dat?”

“Het bleek dat hij een obstructie had in de darmen. De wind kon niet naar buiten. Dat leidde tot een totale afsluiting en hij ontplofte.”

“Ik reageer dus gezond?”

“Iedere wind is één dag langer leven. Weet je dat er zelfs mensen zijn die dik geld verdienen met het laten van winden?”

Hij trok grote ogen en vroeg: “Hoe kan dat nu? Hou je me voor de gek?”

“Heb jij nooit van een petomaan gehoord? Pet is het Franse woord voor wind, uit het verkeerde gat wel te verstaan. Een petomaan verstaat de kunst om met zijn winden het publiek in het theater te vermaken. Sommige petomanen kunnen, door de toonhoogten van hun winden, zelfs liedjes produceren. De Fransman Joseph Pujol was één van de bekendste petomanen. Op het toneel bracht hij melodieën en hij blies zelfs kaarsen uit met zijn winden.”

De ogen van de man blonken. Hij vertrok. Even verder bleef hij staan en weer loste hij.

“Dit was de sol. Op de rest van de notenbalk moet ik nog wat oefenen“, lachte hij.

TdW