Praten met Hugo Rau

Praten met Hugo Rau

“Minister van Vlaamse Diaspora, dat is een dwingende taak”

Het woord diaspora klinkt bijbels. Het is eveneens Vlaamse werkelijkheid. Op duizend plekken ter wereld wonen Vlamingen en hen betrekken bij het moederland is cultureel, economisch en politiek verstandig. Ierland en India gingen ons voor. Een straf idee voor 11 juli 2015.

Hugo Rau (83), met de baard van een ontdekkingsreiziger uit jeugdverhalen en een jas en broek in kaki, houdt van oud en nieuw papier. Op vijf kilometer van Oudenaarde wonen Hugo Rau en Marjet de Roose in een heuvellandschap van schilder Valerius de Saedeleer, omringd door foto’s, documenten, knipsels, brochures, boeken die getuigen van korte en verre reizen. Het archief van een wereldburger. Hugo Rau begon zijn vruchtbare leven als reiziger door 36 landen in een tijd zonder Skype, lagekostenvluchten, Lonely Planet, satelliettelefoons en lichtgewicht koffers van Samsonite, maar alom waar hij binnenstapte waren er Franstalige ambassades en Franstalige consulair personeelsleden. Hij kent Congo van voor de onafhankelijkheid en berichtte over de zwijgende meerderheid die de Vlamingen waren in de kolonie. Zijn pennenvruchten verschenen onder meer in Gazet van Antwerpen en per toeval – boeiend zijn de ontelbare toevalligheden in zijn actieve leven – groeide zo bij Uitgever De Garve een eerste boek, over Bolivië (nvdr. ik ontvang een van de laatste vijf exemplaren in zijn bezit). Na journalistieke omzwervingen, opdrachten als tekstschrijver voor schoolradio-uitzendingen en het televisieprogramma Reisroutes, en de job van progammamaker voor uitzendingen van internationale volksmuziek bij de BRT, volgde in 1964 een baan op maat. Bij het Paleis voor Schone Kunsten, in deze eeuw, op zijn Beulemans, omgedoopt tot Bozar, ontwikkelde hij Ontdekt de Wereld tot een zus van Exploration du Monde. De Franse eigenaar van Exploration zag braak terrein voor zijn lezingen met lichtbeelden en films.

Hugo Rau werd “trés dangereux” voor de Vlaamshatende kliek, geïnspireerd door het FDF, die “le Palais” beheerde als haar leengoed, toen hij een exemplaar van het Volksunie-weekblad “Wij” liet rondslingeren op zijn bureau. Hugo Rau is vanaf zijn eerste politieke mondigheid in de jaren vijftig bedrijvig bij de Volksunie en later N-VA. Directeur-generaal Pierre Arty en zijn knechtjes, geholpen door franskiljonse en plooibare Vlamingen, à la Marc Galle en de schrijver Paul Willems (klemtoon op de laatste lettergreep), koeioneerden voortaan “ce rabique”. Ondanks het misbaar en de tegenkanting werd Ontdekt de Wereld een succes. Hugo Rau verankerde zijn sprekers en filmprojector in alle zalen van Vlaanderen. Fons Oerlemans, de man van de internationale vlottentocht over de oceaan, en Marc Sleen, naast tekenaar ook safariganger in Afrika, werden vrienden. TAK betoogde luidruchtig tegen de voorstellingen van Exploration du Monde in Vlaanderen. Door een roddelcampagne over financieel gesjoemel, wat na onderzoek flauwekul bleek te zijn, maakten zijn tegenstanders hem na dertien jaar engagement koud in 1977. Rau werd vervolgens, met de ruimhartige steun van Willy Kuypers, kaderlid (1981-1997) van het Vlaams-Nederlandse cultuurcentrum De Brakke Grond in Amsterdam. Hugo, Marjet en hun zoon en dochter woonden op een etage bij de zalen en het café aan de Nes. Dieper Amsterdams wortel schieten kan niet en de kinderen Rau spreken Nederlands met een boven-Moerdijkse tongval.

‘t Pallieterke: Vlamingen zijn vlijtige uitwijkelingen is uw ervaring?

Hugo Rau: “Ik hunker naar horizonten. Ik werd flamingant onder meer door een schoolmeester, Walter van Thillo, op het Sint-Lievenscollege in Antwerpen, en diens talrijke verhalen over Vlaamse ontdekkingsreizigers, Paul Kruger, de Boeren, de verbondenheid van noord en zuid van de Lage Landen, de Vlaamse Beweging, en ik stelde zwervend vast hoe die opvoeder gelijk had met zijn Vlaamse lessen. Eeuwig ben ik hem dankbaar. Later in de humaniora bleek dat ik de gave van de pen had. Ik studeerde journalistiek, deed ervaring op als jonge vrije pen van Nieuwe Gazet en als medewerker van het legerblad Vici. Ik besloot mijn reisdrang te combineren met mijn schrijfdrift. Overal waar ik passeerde speelden Vlamingen van nu en toen een rol. François Caron, een Brusselaar, was  gouverneur van Formosa. Ingenieur Van den Berghe, ik leerde zijn dochter kennen in Bolivië, en ik schreef nadien een boek over dat land, professionaliseerde in Zuid-Amerika de mijnen. Door Argentinië en zijn Vlamingen, gaf ik tangozanger Dirk van Esbroeck, Vlaamse Argentijn en Gentenaar van geboorte, een podium in het Paleis voor Schone Kunsten. Zijn ballade “De bongo van ‘t combo van de Congoboot” is bijna een Vlaamse Internationale. In Congo van voor 1960 zag ik duizenden Vlamingen die op de meest afgelegen plekken missieposten, plantages, fabrieken, ziekenhuizen, kazernes, gewesten beheerden. In het postkantoor van Stanleystad stond ik oog in oog met een magere zwarte loketbediende met een ringbaardje, die mij hielp met de zendingen die mijn vader verstuurde. (lacht) Later bleek het de eerste premier, Loemoemba, te zijn. In de jaren vijftig hoorde ik overal in Congo van de blanken “wij zijn dit land kwijt”, en schreef daarover een verhaal voor Gazet van Antwerpen, dat geweigerd werd, want zo’n ondermijnend artikel kon men toch niet publiceren. Congo was van ons en zou zo eeuwig blijven, aldus de mentaliteit in België. Om mijn wereldreis te bekostigen, gaf ik onderweg lezingen of deed klussen als het vertalen – in Los Angeles – van een handleiding die Boeing zou gebruiken op Expo 58 in Brussel. Op die ontmoetingen hoorde ik schitterende getuigenissen over de migratie van de toehoorders. Het Congolese milieu van de onlangs overleden Jef Geeraerts was mij zeer bekend. Niet alleen Jef was een levensgenieter, want hij en zijn generatiegenoten aan de Evenaar verdienden pakken geld en het was de mode om daar frivoliteiten mee te betalen. (mild) Zijn liefde voor zwarte Venussen werd breed gedeeld. In het Paleis voor Schone Kunsten heb ik na 1960 een toneelstuk van Geeraerts laten opvoeren.”

‘t Pallieterke: Ierland heeft reeds jaren een politiek beleid om de diaspora van Ieren in de VS, in Australië, Zuid-Afrika en elders aan te halen?

Hugo Rau: “Vlamingen zijn veel internationaler en hebben veel meer buitenlandse geschiedenis in hun volksbestaan dan wij beseffen. Ik pleit voor een minister van Diaspora in de Vlaamse regering, als hoofdtaak of als uitdrukkelijke bevoegdheid. De vereniging Vlamingen in de Wereld schiep privé een netwerk van vertegenwoordigers, afdelingen en initiatieven, en de akker is rijp om dat meer structureel, doelgerichter en nuttiger te maken als een publiek-privé-partnerschap. In 1990 schreef ik een brochure over Govert Loockermans van Turnhout, die in de zeventiende eeuw ondernemer werd in Amsterdam, later in Nieuw-Amsterdam en New York. Hij was de grondlegger van een brede dynastie met uitlopers tot vandaag in de Amerikaanse zakenwereld, politiek en Hollywood. De taak van een minister van Diaspora zou eveneens moeten omvatten dat de studie van de Vlaamse expansie professioneel en gedreven wordt aangepakt. De Amerikaan David Baekeland, een verre afstammeling van de bendeleider, en vandaag de eigenaar van The Gazette van Detroit, weet al jaren, en illustreert dat met studies en teksten, dat de Vlaamse inwijking in Noord-Amerika fundamenteel was in de geboortejaren van de Amerikaanse kolonies. Met twee coauteurs publiceerde ik in 2014 een boek over Jan Vleminck, heer van Wijnegem, die zijn naam gaf aan de Vleminckstraat in Antwerpen, en in de zestiende eeuw als ondernemer en financier nauw betrokken was bij een rietsuikerplantage in Brazilië. De restanten van de gebouwen behoren tot het nationale Braziliaanse patrimonium. Nu gebeuren dergelijke studies met vlijt en liefde door heemkundigen en amateurs, maar die tak van historie is meer systematiek en overheidsgeld waard. Welk departement geschiedenis van een Vlaamse universiteit start hiervoor een gespecialiseerd studiecentrum?”

‘t Pallieterke: bezoekt u nostalgisch het Africa Museum in Tervuren?’

Hugo Rau: “Dat museum is een prachtig voorbeeld van wat beter en meer zou moeten gebeuren. Het bevat een schat aan voorwerpen, archieven, teksten over één deel, een belangrijk deel van de internationale geschiedenis van Vlaanderen, maar het objectief van Tervuren zou kunnen uitgebreid worden naar een centrum van uitmuntendheid voor het onderzoek naar de brede internationale expansie van Vlaanderen in het verleden. Wie kent bijvoorbeeld de Vlaming Pieter Roman die in het zog van Jan van Riebeeck, de Nederlander die in 1652 een handelspost opende voor de Oost-Indische Compagnie aan Kaap de Goede Hoop, twee binnenlandse expedities deed in zuidelijk Afrika. Het Nederlands, en ook zijn zustertaal het Afrikaans had een veel grotere rol kunnen spelen, tot voorbij de latere grenzen van Katanga, als hij meer steun en medestanders had gekregen uit zijn vaderland. Ik heb uren doorgebracht in de archieven van Kaapstad.”

‘t Pallieterke: zelf bestudeerde u de Vlamingen in Nederland en de Nederlanders in Vlaanderen?

Hugo Rau toont enthousiast twee publicaties als illustratie: “Ach, Nederland… Ik houd van het noorden van de Lage Landen en vind het eng hoe veel Vlamingen, die hoogstens Amsterdam kennen, klagen en zagen over de hovaardige, lawaaierige kaaskoppen. Zij illustreren daarmee enkel hun eigen kleinheid, parochialisme en gebrek aan lef. Ik verdiepte mij in Amsterdam in de Vlaamse immigratie in de Verenigde Provinciën wat onder meer resulteerde in een dubbelboek, “Brussel aan de Amstel” en “Nederlanders aan de Zenne”. Op de voorplaat staat een Brusselse katholieke kerk, Sint-Jozef, en op de achterplaat een Amsterdamse protestantse kerk,  Mozes en Aäron, en die twee gelijken sprekend op mekaar, wat logisch is, want zij zijn getekend door de West-Vlaamse architect Tilman Suys, geboren aan het einde van de achttiende eeuw. Dat is toch jus voor een schitterend verhaal? De brochure “Wandelen door Vlaams Amsterdam” werd een interessante aanvulling. Oud-burgemeester Ed van Thijn noemt Amsterdam, zeer terecht, de meest Vlaamse stad in Nederland. Uiteraard, maar dat is lokale fierheid, zou hij dat kunnen aanvullen met die medaille eveneens aan Haarlem, Leiden en Delft te verstrekken. De hervormde bankiers, handelaars, textielfabrikanten en predikanten uit Vlaanderen maakten van het toenmalige katholieke Nederland een protestantse staat. Veel Nederlanders, ook academici, doen daarover vandaag alsof hun neus bloedt. Het Dietse gevoel heeft mij nooit meer losgelaten en gaat wijd. Ontroerend was het hoe ik lang geleden kon vertellen over Vlaanderen in de scholen en de bibliotheken van Curaçao. Dagelijks luister ik naar Boervolk Radio in Pretoria over het leven van de blanken in Zuid-Afrika”.

Frans Crols


 

Volksdiplomaten

De vereniging Vlamingen in de Wereld – Hugo Rau kende de stichter, pater Verthé, van nabij – reisde in mei met Vlaams minister-president Geert Bourgeois naar de VS voor de doop van de Father Damian Street in New York. Jan van Doren, voorzitter VIW, blikt terug: “Tijdens die missie werd een nieuw netwerk van Vlaamse uitwijkelingen gelanceerd: Flanders Business Worldwide. Dit professionele netwerk op LinkedIn richt zich tot Vlaamse zakenlui en managers in het buitenland. Flanders Business Worldwide werkt samen met Flanders Investment & Trade, VOKA, Unizo en Agoria (nvdr. de metaal- en technologienijverheid). FBW zet het werk verder van Club Diaspora in een nieuw en moderner kleedje door gebruik te maken van de sociale netwerking op internet. Vlamingen in het buitenland die lid worden van FBW kunnen via de LinkedIn-groep de banden met Vlaanderen versterken. De leden van FBW worden heuse volksdiplomaten voor Vlaanderen.”


Ierland wijst de weg

Als je familienaam Robinson is en je woont buiten Ierland dan mag je een brief verwachten van Ireland Reaching Out, een non-profitorganisatie die grotendeels gefinancierd wordt door de Ierse regering, schrijft recentelijk The Economist, het internationale weekblad met Britse adelbrieven. The Economist ziet de trend, die ook Hugo Rau nauw aan het hart legt: meer netwerking tussen hier en ginder, tussen het moederland en de diaspora. De Ieren pakken het reeds lang zeer professioneel aan en doen aan “reverse genealogy”, “omgekeerde stamboomkunde”. Zij wachten niet op mensen die bij het opstellen van hun  geslachtsboom ontdekken dat hun voorouders Ieren zijn, maar construeren de familiegeschiedenissen van wortel tot kruin van uitgewekenen naar Amerika, Australië en elders. Vrijwilligers nodigen na de reconstructie de “herontdekte” Ieren uit voor een bezoek aan hun land van oorsprong. In 2014 stelde de Ierse regering als primeur een minister voor diaspora aan en keurde een officiële diaspora-strategie goed.

Naast Ireland Reaching Out, een vereniging gelijkend op Vlamingen in de Wereld, ondersteunt Dublin honderden groepen die behoeftige Ieren de hand reiken of succesvolle buitenlandse Ieren opvrijen. Eén van die initiatieven is Connect Ireland dat de diaspora als “spionnen” gebruikt voor het zoeken van buitenlandse kandidaten voor rechtstreekse investeringen in Ierland.

In de prille jaren tachtig van de twintigste eeuw had slechts een handvol landen een ministerie, een overheidsdienst of een of ander half-officieel loket voor de diaspora, de eigen uitwijkelingen. Dat is omgeslagen naar algemene belangstelling van regeringen voor de netwerking met hun “expats” (expatriates, oud-landgenoten, uitgewekenen). Landen als Malawi, Libanon en Wales zoeken deskundigen om hen bij te staan in het opbouwen van een relatie met hun “expats”. De Wereldbank berekende dat circa 250 miljoen mensen leven buiten hun geboorteland; het aantal migranten in landen van de OESO – de rijkste landen ter wereld – steeg met 38 procent vanaf 2000.

De stortingen van “expats” aan hun landen van herkomst, dat zijn mega-sommen, en die ondersteunen daar vaak ten gronde de economie. In 2014 won Narandra Modi de verkiezingen in India en kort nadien sprak hij voor een jubelende menigte van 20.000 Indiërs in het congres- en sportcentrum Madison Square Garden in New York.


Tags assigned to this article:
2015-28Op de praatstoel

Related Articles

Solidair met Charlie Hebdo

“Er is niets aan de hand in België, het terreurniveau moet niet verhoogd worden”, aldus Jan Jambon, minister van Binnenlandse

Het Arco-dossier raakt nooit opgelost

Bij Belfius zien ze het niet zitten om mee op te draaien voor de vergoeding van de gedupeerde Arco-coöperanten. Volgens

Het Vlaams energiebeleid is een knoeiboeltje

Turtelboom is weg. Die is gaan dansen. De liberalen wilden na Annemie ook nog hun Turteltaks kwijt door hem in