Tourgekte

Mocht het u alsnog ontgaan zijn, de “Tourgekte” draait op volle toeren. De media lanceren en promoten “gekten” aan de lopende band. Het lijkt vandaag een ongeschreven wet dat elke manifestatie met enige allure tot in het absurde dient opgeklopt. Kwestie van  voldoende “sexy” te zijn. Limietloos leuterend overdrijven lijkt de enige norm. De Tour de France ontsnapt daar niet aan, wel integendeel. Zo lazen we in Gazet van Antwerpen dat elke rit in de Tour qua uitstraling en spektakel dient vergeleken met de spankracht van een halve finale of een finale in de Champions League. Het hinderde de auteur van dat opklopnummertje niet dat hij, bij ons weten, nooit een etappe “live” volgde, laat staan een Tour van de startplaats tot in Parijs.

Geschiedenis schrijven kan op velerlei manieren. In Het Laatste Nieuws dacht Hugo Camps dat al dagen voor de “grand départ” het leven veranderde. “Nog voor ze een enkele pedaalslag hadden gegeven waren de toekomstige Tourhelden in startplaats Utrecht veranderd in de laatste mensen op aarde die iedereen wilde zien, aanraken, knijpen en strelen. In Utrecht was er geen enkele levende ziel meer die nog naar een meisje omkeek”. Dacht hij. We geven grif toe dat het aartsmoeilijk is nog idiotere lulkoek te verzinnen. Niettemin blijft het een waarheid dat alles altijd beter kan. Ook qua Tourjournalistiek op grond van uitgebreide kennis van zaken. Of beter, het tegendeel. Zo stuurde Het Laatste Nieuws een “wielerspecialist” mee als “onze man in het wiel van de Lottoploeg”. Aan de vooravond van de “grand départ” pakte hij over een volle bladzijde uit met een beklijvende reportage onder de adembenemende titel “Wat neemt Jens Debusschere mee naar zijn eerste Tour?”. Jens heeft zowaar onderbroeken mee. En een dikke pull tegen avondlijke kou, naast een keramieken engeltje, een geluksbrenger van zijn schoonmoeder. Zijn valies bevat ook een drinkbus met de boodschap “Sjoe, I know you can, love you” van zijn vriendin. Die drinkbus ligt naast het boek “Koersen in het duister” van David Millar. Jens hoopt te kunnen lezen in de lege uurtjes. Het goede nieuws voor hem is dat hij al een bladzijde aandacht kreeg nog voor hij aan “zijn grote avontuur” begon. De kans is klein dat hij zich tijdens dat “avontuur” zodanig uit de anonimiteit van het peloton kan wurmen dat het “onze man in zijn wiel” tot wat anders en beter inspireert dan oeverloze lulkoek over een valies.

De Tour is in zijn genre een groot sportief gebeuren, zeg maar het grootste, zeer zeker. Helaas is het vraag of zijn reputatie niet eerder schade lijdt dan gediend wordt door het opkloppen, elk jaar weer wat sterker dan het vorige, van “non news”, details en futiliteiten die er niet toe doen. Dat “wielerland” België al 39 jaar wacht op een opvolger van Lucien van Impe werkt het terecht stellen van die vraag in de hand. Ze steekt schril af tegen de opklopvraag waarom geen enkele Vlaamse stad het voorbeeld van Utrecht volgt en, al 57 jaar nadat de Tour de laatste keer op Belgische (Brusselse) bodem van start ging (so what?), niet lobbyt om een “grand départ” binnen te halen. Het is niet omdat de media de ene “gekte” na de andere creëren en ze tot een eind over het ridicule onderhouden, dat iedereen daar blindelings moet in meedraaien. Een “grand départ” alleen al kost de modale belastingbetaler vandaag de habbekrats van vier miljoen euro aan de Tourorganisatie. Daar komen vele miljoenen bovenop  om een  ren bij spiaren bij spinnevandaag al het rond esommetje van  wel bij te vertellen dat de kostprijs happening in elkaar te steken, de eraan te komen “gekte” waardig. Overigens, de audiovisuele en geschreven media draven en draaien zonder “grand départ” ook al in die mate door, dat een Tourstart niet meer nodig is om er “de echte sfeer” in te brengen. Belet niet dat we zelf van het Tourfeest genieten. Maar dan op grond van eigen ervaring en heel ver weg van “de echte sfeer” en de daardoor opgefokte “gekte”.