Charles Pasqua, de eeuwige gaullist (2)

Vorige week hadden we het over de op 29 juni overleden neogaullistische politicus Charles Pasqua. Hij was in de jaren zeventig en tachtig de rechterhand van Jacques Chirac. Pasqua zag in de man uit de Corrèze de incarnatie van de politicus die het gaullisme in de 21ste eeuw moest voeren: Frans-nationalistisch, tegen een te sterke Angelsaksische invloed en met een hechte band met het gewone volk.

Maar toen Chirac de enige valabele rechtse kandidaat leek om het bij de presidentsverkiezingen van 1988 tegen uittredend president François Mitterrand op te nemen, begon Pasqua te twijfelen. Frankrijk had net twee jaar cohabitation achter de rug, met een socialistische president (Mitterrand) en een rechtse eerste minister (Chirac). Pasqua vond dat Chirac zich te veel door Mitterrand liet overvleugelen. Dat werd ook duidelijk tijdens het tv-debat tussen de twee presidentskandidaten. Chirac leek voortdurend de ondergeschikte van Mitterrand. Het electorale resultaat was er ook naar. Mitterrand werd gemakkelijk herkozen. “De Fransen houden niet van mijn man”, liet Bernadette Chirac zich ontvallen. Pasqua was ook boos omdat Chirac tussen de eerste en tweede ronde geen akkoord wist te sluiten met Jean-Marie le Pen om de kiezers van het Front national naar Chirac te lokken. Pasqua speelde vaak tussenpersoon tussen de neogaullisten en het Front national. Hij wist zelf vroeger in zijn eigen kiesomschrijving kiezers van het FN naar de RPR te lokken. Onder andere zijn harde houding tegen de plegers van aanslagen in Frankrijk – “we moeten de terroristen terroriseren” – sloeg aan. Maar Chirac stond altijd op de rem: rechts, ja, maar niet té.

Voor Charles Pasqua was het duidelijk: met Jacques Chirac zal rechts de deur van het Élysée niet kunnen openbeuken. In 1990 probeert hij, samen met Philippe Séguin, de macht te grijpen binnen de neogaullistische partij RPR. Dat mislukt. De relatie met zijn vroegere boezemvriend Chirac verziekt verder. De echte breuk komt er in het najaar 1992, wanneer de Fransen per referendum mogen stemmen over het Verdrag van Maastricht. Chirac, die zijn presidentiële ambities nog niet heeft opgegeven, bepleit een ja-stem. De oude gaullist is een volbloed Europeaan geworden; volgens de opportunist Chirac de enige manier om brede lagen van de bevolking achter zich te krijgen. Pasqua en Séguin daarentegen zijn tegenstanders van het Verdrag van Maastricht. In het referendum haalt ‘ja’ het uiteindelijk, maar rechts Frankrijk is zeer verdeeld.

Kiezen voor Balladur

Pasqua en Chirac breken met elkaar, maar ze worden pas echt politieke vijanden wanneer toenmalig premier Edouard Balladur zich in 1995 kandidaat stelt voor het presidentschap. Pasqua en de nog jonge Nicolas Sarkozy (Pasqua was getuige op Sarkozy’s huwelijk) sluiten zich aan bij Balladur, terwijl iedereen dacht dat ze uiteindelijk toch Jacques Chirac zouden steunen. Het leidt tot een bitse tweestrijd binnen politiek rechts.

Pasqua gokte verkeerd, want Chirac raakte verkozen, op basis van een links programma. Voor Pasqua begon een tocht door de politieke woestijn die vier jaar duurde. In 1999 beleefde hij toch nog een moment de gloîre. Samen met Philippe de Villiers, een nobiljon uit de Vendée, nam hij aan de Europese verkiezingen deel met een eurosceptische en soevereinistische lijst, de RPF, verwijzend naar de partij van Charles de Gaulle.

De tandem Pasqua-de Villiers won de Europese verkiezingen. Ze haalden met 13 procent meer dan de RPR-liberale lijst van Nicolas Sarkozy en Alain Madelin. Sarkozy moest dan ontslag nemen als partijvoorzitter van de RPR. Een revanche ook van Pasqua op Sarkozy. De jonge blaag had begin de jaren tachtig in de chique Parijse voorstad Neuilly Pasqua de burgemeesterssjerp ontnomen.

Na de overwinning van 1999 wordt Pasqua zowaar overmoedig. Hij droomt van het Franse presidentschap in 2002. Uiteindelijk stelt hij zich geen kandidaat en dat garandeert paradoxaal genoeg de overwinning van Jacques Chirac in de tweede ronde tegen Jean-Marie le Pen. Had Pasqua zich wel kandidaat gesteld, zou hij stemmen van de FN-topman hebben binnengerijfd. En zou niet Le Pen maar de socialist Lionel Jospin de tweede ronde van de presidentsverkiezingen hebben gehaald. Het is allesbehalve zeker dat Chirac – in die periode door allerlei schandalen geteisterd – dan gewonnen zou hebben.

De verzoening

Ook Pasqua ontsnapte niet aan de scandalitis. Als goede gaullist onderhield hij nauwe banden met Franstalige Afrikaanse leiders en was hij in allerlei duistere deals betrokken. Pasqua werd in tal van processen vrijgesproken van corruptie, maar hij werd ook twee keer veroordeeld met uitstel.

Aan het einde van zijn leven verzoenden Charles Pasqua en Jacques Chirac zich met elkaar. De oud-president, zelf in niet al te goede gezondheid, belde in februari van dit jaar de zieke Pasqua op. Een bericht van troost, want Pierre, Pasquas zoon van 67 jaar, was net overleden.

Salan